Stop het rotten van onze democratie, NRC 12 mei 2012

Een gedachte-experiment. Stel dat Emile Roemer de verkiezingen van 12 september wint. Samen met Geert Wilders wil hij Nederland uit de Europese Unie halen, maar demissionair premier Rutte vreest dat Nederland dan naar de knoppen gaat. In een poging het land te behoeden voor een destructieve recessie, belt Rutte met de stafchef van het Nederlandse leger. Ook de baas van de nationale politie komt naar het Torentje. Uitkomst: de demissionair premier blijft nog even aan.

Dit is het ondenkbare denken in een land waar de macht sinds 1848 zetelt in het Huis van Thorbecke. Geweld is hierin geen grondslag voor politieke macht. Het gedrag van de macht wordt voorgeschreven door een uitgebreid pakket afspraken. Samen vormen deze de instituties van de democratische rechtsstaat; zij zijn de garantie dat een premier na verloren verkiezingen de macht afstaat.

Die instituties zijn allereerst informeel – afspraken en omgangsvormen – en in de tweede plaats formeel. Informeel is de overeenstemming dat parlementariërs debatteren via de voorzitter van de Tweede Kamer, en dat ze dat doen op een hoffelijke manier. Door die vormelijkheid kunnen zelfs gezworen vijanden onderhandelen. Ook de onafhankelijke pers is een (grotendeels) informele democratische institutie – de meeste spelregels voor de media zijn niet in wet of grondwet vastgelegd. Formele instituties zijn het parlement, de rechterlijke macht of de Raad van State.

Anders dan je zou denken zijn de afspraken en omgangsvormen minstens zo belangrijk als de staatsrechtelijke constructies. De hardware van de democratie is weinig waard wanneer de software aanzet tot een andere omgang met de macht. Wanneer de informele instituties niet meer werken, komen de formele in het luchtledige te hangen.

Die democratische instituties dienen meerdere doelen. Een is de geweldloze oplossing van conflicten binnen de rechtsstaat. Een ander doel is een zo goed mogelijk landsbestuur; een institutie als de SER vergrootte het probleemoplossend vermogen van de overheid.

Deze instituties ontwikkelden zich vier eeuwen lang, veelal als uitdrukking van een democratische cultuur. Er is nog weinig reden aan te nemen dat Mark Rutte na 12 september de verkiezingsuitslag naast zich neer legt, behalve dan dat hij de instituties van de democratische rechtsstaat miskent – stelselmatig en zonder scrupules.

Dat begon zo vroeg als in de formatie van zijn nu net gesneuvelde kabinet. Geert Wilders brak toen de formatieonderhandelingen met VVD en CDA af omdat de christen-democraten verdeeld en ‘instabiel’ zouden zijn. Informateur Ivo Opstelten gaf zijn opdracht terug aan de Koningin, die, op haar beurt, nieuwe besprekingen voorbereidde. Drie dagen later trok Ab Klink zich terug als CDA-Kamerlid. Wilders’ bezwaren vielen daarmee weg en Rutte, Verhagen en Wilders hervatten hun onderhandelingen – de koningin en haar opdracht straal negerend.

Dit affront tegen de monarchie was de eerste van een lange reeks schofferingen van democratische instituties. Zoals Mark Rutte de koningin loochende, zo lapte hij regels, afspraken en gebruiken aan zijn laars.

Om te beginnen heeft het kabinet-Rutte I adviezen van de verschillende Hoge Colleges van Staat in de wind geslagen. Zo zei de Nationale Ombudsman, Alex Brenninkmeijer, onlangs in deze krant dat het kabinet weinig belangstelling heeft voor zijn adviezen. Ook de Algemene Rekenkamer liep tegen het institutioneel cynisme van de regering aan.

Door het negeren van de Rekenkamer, Ombudsman en ook de SER wordt geen wet of regel overtreden. Wel wordt met het verraad van deze instituties de pluriforme democratie de nek omgedraaid – en daarmee het effectieve bestuur dat ze diende. Nu kun je prima een rechtsstaat hebben zonder poldermodel. Maar zodra de grenzen van de rechtsstaat zelf worden opgezocht, wordt een coup ineens ietsje minder onvoorstelbaar.

Oud-premier Rutte verkende die grenzen. Kijk naar de rol van het hoogste adviesorgaan van de regering, de Raad van State. De Raad beoordeelt de wetsvoorstellen van de regering. Vergeleken met het eerste jaar van het kabinet-Balkenende IV (2007), kreeg het kabinet-Rutte I in zijn wittebroodsjaar over 60 procent meer wetsvoorstellen een negatief oordeel. Bij die wetsvoorstellen adviseerde de Raad van State het voorstel niet naar de Tweede Kamer te sturen.

Een van de gewraakte wetsvoorstellen was die over minimumstraffen. Het kabinet gaat daarmee te veel op de stoel van de rechter zitten, oordeelde de Raad. Ook de verhoging van griffiekosten werd door de Raad van State afgekeurd: ze beperkte de toegang tot de rechter – en zou daarmee de rechtsstaat aantasten. Het boerkaverbod was in strijd met de grondwettelijke vrijheid van godsdienst.

Die forse stijging van afgekeurde wetsvoorstellen is op zichzelf verontrustend. Alarmerender is het feit dat de regering het advies van de Raad vrijwel altijd naast zich neerlegde.

Zo liep Mark Rutte met een sloophamer door het Huis van Thorbecke heen. Erg moeilijk ging het breekwerk overigens niet. Het verval van democratische instituties was al even aan de gang.

Neem de rechterlijke macht. Die vecht al jaren tegen de scepsis van politiek en publiek. De laatste tien jaar kwam het herhaaldelijk voor dat politici zich over lopende rechtszaken uitlieten. Kamerleden vonden dat het Openbaar Ministerie te lage straffen eiste in een vastgoedzaak. Tijdens de zaak over het ‘gifschip’ Probo Koala papegaaiden politici de ook nog eens onjuiste feiten uit de media.

En politici bemoeien zich voortijdig met benoemingen in het hoogste rechtsorgaan, de Hoge Raad. Zo werd Diederik Aben geen raadsheer omdat hij zich in een vertrouwelijke notitie kritisch had uitgelaten over de vervanging van de rechters in het Wilders-proces – na druk uit de Tweede Kamer paste de Hoge Raad haar kandidatenlijst aan. Later ontstond gedoe over Ybo Buruma’s benoeming bij de Hoge Raad omdat hij ‘te links’ zou zijn.

Zonder gêne wordt de onafhankelijke rechterlijke macht gepolitiseerd. Dergelijke bemoeienis schendt een van de belangrijkste afspraken van onze liberale democratie: de scheiding der machten. Geert Wilders werkt doelbewust aan beschadiging van de magistratuur. Een jaar geleden claimde hij dat rechters niet meer voor het leven moeten worden benoemd – voorwaarde voor hun onafhankelijkheid. Hij wil om de vijf jaar bekijken of rechters criminelen wel zwaar genoeg straffen. Anders moeten ze maar gaan werken „voor de sociale dienst of het Riagg”. Dit openlijk beschimpen van de rechterlijke macht is destructiewerk dat zijn effect niet mist. Het vertrouwen in de rechterlijke macht neemt al jaren af.

Ook ministeries en lagere overheden kampen al enige tijd met een fundamenteel probleem. De in januari afgetreden vice-voorzitter van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink, zei onlangs dat de bureaucratie zich in twintig jaar tijd heeft bekeerd tot de ideologie van bedrijfsmatig werken. Publieke taken werden ‘bestuur’ en bestuur werd ‘beheer’. Een hoop overheidstaken zijn verzelfstandigd of geprivatiseerd. In de ontstane wanorde zijn verantwoordelijkheden zoek. Niemand weet nog hoe het spoornet in vorm te krijgen. Erger: niemand weet precies wie daarop aan te spreken.

Oud-topambtenaar Roel Bekker, nu hoogleraar, beschreef in de kranten hoe sinds de jaren negentig politiek en bestuur uit elkaar groeiden. Politiek werd ‘mediagerichter’, de ‘incidentgevoeligheid’ liep op. Ambtenaren werden als gevolg voorzichtiger, beducht voor politieke missers, en werden ook langs die weg meer en meer beheerders.

De neergang van het parlement wordt pijnlijk precies geïllustreerd door de bankencrisis en het rapport van de commissie De Wit. Het functioneren van onze grondwettelijk belangrijkste institutie was misschien wel de grootste zorg van Herman Tjeenk Willink. Volksvertegenwoordigers worden volgens Tjeenk Willink door de media gedreven. Dat leidt tot oppervlakkigheid en incidentalisme. Van echte politieke controle zou nauwelijks nog sprake zijn.

De machteloosheid van de Tweede Kamer heeft alles te maken met de crisis van een andere institutie, de politieke partij. Die heeft een cruciale functie verloren. De partij was altijd een clearing house voor de belangen tussen verschillende maatschappelijke groepen die een partij herbergde. Die gewogen belangen kwamen tot uitdrukking in het partijprogramma. Maar de partij verloor haar programmatische functie. Niet langer is het de partij die kiezer en politicus verbindt. Hun enige geleider is verkiezingen.

De politieke partij verschraalt tot het voertuig waarmee de charismatische politicus macht vergaart. Kijk naar Pim Fortuyn, Rita Verdonk, Geert Wilders. Er was geen partij van leden die een leider koos. Een leider had een partij nodig om politicus te zijn – met zo min mogelijk last van zijn leden.

Terwijl de macht van democratische instituties al langer erodeert, heeft in Den Haag een nieuwe code postgevat. Die luidt volgens Ombudsman Alex Brenninkmeijer: „Bemoei jij je niet met mij dan bemoei ik me niet met jou.” Het kabinet-Rutte claimde een unilateraal bewind. De ‘belanghebbende’ van weleer werd een hindermacht.

Dit unilateraal bewind is een reactie op wat midden jaren negentig ‘de verplaatsing van de politiek’ werd genoemd. Samen met andere onderzoekers muntte Paul Kalma, toen directeur van het wetenschappelijk bureau van de Partij van de Arbeid, die term. Hij beschreef hoe macht uit Den Haag weglekte naar de technocratie van ambtenarij en de Europese Unie, naar maatschappelijke organisaties, wetenschappelijke laboratoria, lokaal bestuur en de rechterlijke macht.

Sinds 1995 is de invloed van de Europese Unie alleen maar toegenomen. Deskundigen zijn het er niet over eens, maar ergens tussen de 50 procent (zegt de Algemene Rekenkamer) en 80 procent (zegt de Europese Commissie) van onze nationale wetgeving stamt uit Brussel.

Dat zou niet zo’n massief gevoel van onmacht hoeven geven, ware het niet dat deze macht zich deels onttrekt aan democratische controle. Of dat Nederlandse politici en ambtenaren slordig omspringen met Europese wetgeving. Uit recent onderzoek onder Nederlandse beleidsambtenaren blijkt dat de EU het werk van 84 procent van de deelnemers sterk beïnvloedt. 57 procent zegt voldoende kennis te hebben van de EU. Slechts 6 procent vindt dat zijn organisatie optimaal presteert op EU-dossiers. Oud-parlementariër en financieel specialist Kees Vendrik merkte op dat bij de behandeling van belangrijke Europese wetten de Tweede Kamer goeddeels leeg was. De ingewikkelde wetteksten trokken geen media en dus golden ze ook aan het Binnenhof als oninteressant.

Een sterke Europese Unie zou ons evenmin met frustratie vervullen als het Nederlands bestuur daadkrachtig en effectief was. Maar de financiële crisis en de bankencrisis zijn traumata voor bestuurders voor wie het gedroomde aura ‘daadkracht’ heet. Het zou kunnen verklaren dat het kabinet Rutte een gigantische en naar alle kanten uitgewaaierde geest terug in een flesje probeerde te proppen. Het mondiale geldverkeer en Europa laten zich niet meer totaal beheersen. Om de behoefte aan controle te bevredigen, voerde Rutte zijn unilateraal bewind door tot in Brussel – tot in het hart van het meest succesvolle multilaterale project. Er ging oorlogsmaterieel naar de Europese vergaderzalen: een tank in de persoon van Jan Kees de Jager.

Zowel het pluriforme bestuur waar Nederland welvarend mee werd, als het multilateralisme waarin Nederland disproportionele internationale macht genoot, werden om zeep geholpen. Om de verplaatsing van de politiek en het eigen onvermogen te verhullen, ging premier Rutte stoer doen.

Ik acht de kans klein dat Mark Rutte fantasieën heeft over legergroen met epauletten en macht na verloren verkiezingen. Dat hij lichtzinnig is omgesprongen met de afspraken en omgangsvormen van onze democratie, is een feit. Het tot elke prijs willen vermijden van de schijn van wankelmoedigheid, brengt uiteindelijk de democratie aan het wankelen.

Dit verraad van de instituties is niet alleen gevaarlijk voor het democratisch gehalte van ons bestuur. Ook zijn slagkracht is in het geding. Nederland staat voor de grootste sociale en economische uitdagingen in zestig jaar: financiële instabiliteit en de dreigende onbetaalbaarheid van pensioenen, dalend onderwijspeil en dito innovatiekracht, afbraak van natuur, en een laagopgeleide klasse die vreest dat ze tot de verliezers van globalisering hoort en zich daarom afkeert van de staat.

In eerdere sociaal-economische crises school een uitweg in het Keynesiaans aanwakkeren van groei – sociale pijn kon altijd worden afgekocht. Onder het huidige schuldenniveau ligt dat lastiger. Overheidsinvesteringen om de economie te stimuleren vergroten de staatsschuld, waarop kredietbeoordelaars de Nederlandse kredietwaardigheid verlagen en de rente op die hogere staatsschuld oploopt. Kom daar eens uit.

Het systeem van politiek en samenleving staat onder stress. Premier Rutte reageerde als een zilverrug in het nauw: hij maakte zich groot, roffelde op zijn borst en lachte onvermoeibaar zijn tanden bloot.

8 gedachten over “Stop het rotten van onze democratie, NRC 12 mei 2012

  1. Luyten goed op dreef, lang verhaal, soms gecompliceerd, maar de boodschap komt wel over. Wat ik er vooral in lees is dat de aloude “Verdeel en Heers” politiek vermoedelijk weer ergens naar toe werkt, hoe en wat, dat zullen we meemaken.

    De vergelijking met het oude Rome dringt zich op. Caesar kreeg even ruimte van de senaat om problemen op te lossen. Voor het gemak, en vooral natuurlijk in naam het landsbelang (hee, Rutte noemt dat het “magische woord” ook steeds meer…), benoemde hij zichzelf tot dictator voor het leven, waarvan dan weer ons woord “keizer” van is afgeleid. Hee, ook dat verklaart al veel, zo doe je dat dus.

    Kortom, l’histoire se répète, wat kunnen en moeten we daarvan leren, al is het tegen beter weten in. Beelden van 14-18 en 40-45 komen ook naar boven. Toeval bestaat niet, maar is wel net zo logisch als onvermijdbaar. De wet van Murphy bestaat echter wel en samen met het “Peter Principle” is dit een gevaarlijke combinatie.

    We stonden erbij en keken ernaar. Voer voor journalisten. Ik denk ook niet dat Rutte fantasieën heeft over legergroen met epauletten en centripetale macht, maar het proces waar hij en met hem andere Europese leiders in verzeilt geraakt is, kan soms een eigen dynamiek krijgen. Wat velen vergeten, of niet weten, is dat Hitler in het begin in het zadel is gehesen door vooral de farmaceutische industrie, die droomde van één grote onbelemmerende Europese markt voor zijn producten. De rest is geschiedenis. Rutte heeft het ook steeds meer over het grote belang van de afzetmarkt voor Nederlandse producten. Toeval? Ik maak uiteraard geen vergelijking, maar er zijn wel overeenkomsten voor de oplettende lezertjes.

    Europa onder één bestuur. Caesar droomde ervan, de farmaceutische industrie eveneens en nu is het dan de beurt aan dictator nr. 3. Brussel. Elk voordeel heeft zijn nadeel. Een van die nadelen is de bijkomende democratie. Begonnen in het oude Griekenland om problemen op te lossen, maar altijd vooral gericht op de korte termijn. Laten we niet vergeten dat de democratie begonnen is door je voorkeur op een scherf te kerven, dus eerst moet je wat kapot maken om het te herstellen. De Grieken weten er alles van; democratie lost geen structurele problemen op, geven alleen uitstel totdat de meest geschikte dictator zich aandient. Dan eet de revolutie weer zijn eigen kinderen op en beginnen we weer met een “schone” lei. Berlusconi weet er alles van.

    Wie is de volgende? Wie het weet mag het zeggen. De toekomst is vaak een spiegel van het verleden en we weten hoe het met Caesar en andere Europese groot dromers vergaan is. Wie trekken er in Brussel nu echt aan de touwtjes? Wie is eigenlijk “Brussel”? Unilever, Shell, BAE Systems, Bill Gates, Tata, of nu al China? Wie heeft het meeste belang bij die ene, grote Europese markt?

    Was de toelating van Griekenland een gecalculeerde vergissing? De daardoor ontstane chaos heeft toch ook weer veel voordelen. Welke grote “leider” gaat het oplossen en hoe zal het bijbehorende “zwarte pieten” uitpakken, wie krijgt de schuld van de problemen, waar gaan we onze pijlen op richten? Weer op links, of op de democratie? Een bevolkingsgroep of toch maar een religie. Alles is goed, als het zich maar niet massaal kan verdedigen, dan het vuurtje goed aanwakkeren en er alles aan doen dat de strijd lang duurt. Dat loont het meest. Wordt vervolgt.

  2. Dit is recht uit het hart en bikkelhard in de roos van onze verloederende maatschappij. Mevrouw Luyten verwoordt zaken waar ik al jaren sprakeloos over ben geweest!
    Willem Bruls

  3. Beste Marcia,
    Knap gezien en verwoord. Voor mij het feest der herkenning. Helaas zou ik het niet zo kunnen analyseren en verwoorden. Ik werd direct benieuwd naar boeken van je en kwam, na het lezen van je artikel in de NRC, op deze site terecht.
    Dank je wel.
    Marianne van Lith

  4. Las dat jij voor de VPRO de nieuwe presentator wordt in Buitenhof. Gefeliciteerd.
    Moet eerlijk toegeven dat ik je niet kende. Dit essay is het eerste stuk dat ik van je lees.
    Hoop dat Mark Rutte jouw eerste gast wordt in Buitenhof en dat je hem eens flink met jouw standpunten confronteert. En vooral blijven doorvragen, ook als hij geen antwoord geeft op de vraag (zoals zoveel politici doen).

    Janny Verhage

  5. Het gedachte experiment waarmee je dit artikel begint gaat uit van een in mei nog erg tendentieuze aanname, namelijk dat de SP, als ze de verkiezingen zou hebben gewonnen, uit de EU had willen stappen. Toevallig heb ik over dit punt een e-mail gedachtewisseling met mensen uit de SP gehad, al ver vóór mei, omdat ik ook steeds geluiden uit de publiciteit hoorde dat de SP dat voornemen zou hebben. Uit de informatie die ik van hen kreeg bleek echter dat de SP, bij alle kritiek die ze op Europa hebben, wel degelijk voor Europese samenwerking was en waarschijnlijk nog is.

    Had jij deze aanname, in je hoedanigheid van journaliste, destijds ook bij de SP zelf geverifieerd, of ben je uitgegaan van de toen heersende opvatting dat het gewoon zo was? Ik heb, ik meen nog vóór de verkiezingen, Emil Roemer in reactie op een verwijt van die strekking van de kant van het CDA, horen verzekeren dat ze helemaal niet tegen Europese samenwerking als zodanig zijn en later, in een ander verband, dat vooral het tempo waarin alles gebeurde volgens de SP te hoog ligt.

    Overigens mijn complimenten voor de helderheid van dit artikel. Het is wat dat betreft een verademing.

    Sjoerd Wiegersma, Leusden

    1. Dag Sjoerd,
      Ben jij de Sjoerd Wiegersma die in de jaren zeventig bij subfaculteit psychologie universiteit Utrecht bij functieleer werkte? Ik was destijds student psychologie en volgde nog wel eens een college van je. Opvallend omdat je over het gedachte-experiment begint. In feite doet het er niet toe of Marcia het geverifieerd heeft of niet; het is een experimentele gedachte. Goed dat je nog wel even de misstanden rond het SP-standpunt over Europa, zo graag aangewakkerd door de andere partijen, uit de wereld probeert te helpen. Ik ergerde mij daar vaak groen en geel aan.
      Met vriendeljke groet,
      Jan Geerts

  6. Marcia,

    Jij als econoom en cultuurhistoricus weet toch als geen ander, dat het (economisch) leven uiteindelijk altijd tendeert naar (kortstondig) evenwicht.

    Als de politiek nalaat om normen en waarden correct te stellen en na te leven, dan zijn er wel anderen die keuzes maken voor de politiek. Dus daar maak ik mij niet zo veel zorgen over.

    Als overheden (zometeen) letterlijk blut zijn (en dus minder belastingcenten kunnen besteden), dan zijn het de bedrijven met goed gevulde kassen die deels deze rol kunnen overnemen. Een hoger aandeel gezond zakelijk verstand kan helemaal geen kwaad in dit land cq. in Europa. Wat dat betreft mag er nog wel het nodige gesneden worden in het politieke landschap.

    Uiteindelijk moeten in een modern maatschappelijk en economisch model / bestel duurzaamheid, continuiteit, integriteit, eerlijkheid / vertrouwen, solidariteit (sociaal), samenwerking en winstgevendheid verweven zijn.

    Daar zijn we op dit moment naar op zoek en uiteindelijk zullen we het nieuwe bestel en evenwicht ook vinden, ongeacht waar dit geinitieerd wordt – vanuit de politiek of het bedrijfsleven, maar het liefst beide.

    Marcel Wiedenbrugge

  7. Peter principle, geldt ook voor politieke partijen. Wat voorafgaat aan de malaise, waarom zijn de pensioenen niet te betalen? Waren het banken met formules die de beurs opgingen, later gered door de politiek? Als men toch eens in het verleden kon kijken, o wacht dat kan, zul je zien waardoor dit monster is ontstaan. De silverback? Neuh, eerder een nerveuze tiener die te weinig geld kreeg voor benzine en nu de haast versleten bolide politiek aan de kant van de weg zet. Zal een kredietbeoordelaar zeggen uw auto doet het niet, nee hij doet het wel maar de benzine is op.
    Dezelfde politiek die politiek heet niet anders in het verleden. Waren we blij met de euro liep diezelfde euro niet synchroon in de landen van die euro!? Mismanagement en een bedrijfsuitje hier en daar van de politiek? Waar Sinterklaas de politiek vervangt, een metafoor is voor het vreemdelingenbeleid, kan de politiek van het verleden mij niet wijs maken dat de immigrant een knecht is van de Sint. In het verleden behaalde winst is geen garantie voor de toekomst. Gewoon elektrisch gaan rijden.

Reacties zijn gesloten.