Is dit nou de stem van Nederland? NRC 14 januari 2012

Shop twice this weekend’, adviseert een sticker naast de kassa van de WE. Eronder de tekst: ‘Shop till you drop’ en op de ruit ‘Discover yourself as everybody else is already taken’. Ik haast me naar huis, langs ESPRIT-posters met een jonge vrouw: “I wish for a puppy, verderop een meisje: “I wish for a brother”. Dan staat langs de ring reclameborden: Shurgard Self-Storage en ‘Dress less to impress’. Bart Smit verkoopt Toys and Games.

Het winkeldomein waar ik het meest kom is het Buikslotermeerplein in Amsterdam-Noord. Dat heeft niet echt de internationale allure van een PC Hooft. Het publiek verdient beneden modaal. Er is veel kleur, blank ziet vaak grauw. Een groot deel van de klanten op het Buikslotermeerplein is laagopgeleid. Zij spreken volgens mij matig Engels. En toch toont het Buikslotermeerplein verachting voor de Nederlandse taal.

Dat is opmerkelijjk. Amsterdam-Noord heeft relatief de meeste Amsterdamse PVV-stemmers. Scoort Wilders in de hoofdstad laag (12%), in Noord is de steun voor de PVV vergelijkbaar met die in Volendam, Purmerend en Almere, zo’n 20 procent. Deze zijn de voorhoede van een groeiende groep Nederlanders die zeggen zich in Nederland steeds minder thuis te voelen. Die vinden dat Nederland voor de Nederlanders is. Ze hebben het gevoel dat hun identiteit onder druk staat. Midden december 2011 haalde de PVV in de peilingen 27 zetels (18%), drie meer dan bij de Tweede Kamer-verkiezingen in 2010.

Terwijl rijke, hoogopgeleide consumenten steeds meer kopen op internet, gaan laagopgeleiden naar een winkelcentrum als het Buikslotermeerplein. Op de bankjes voor de C1000 wordt gebabbeld, gerookt, gelachen. Een accordeon speelt en het ruikt naar gebakken vis.

In de omringende winkels staan steeds meer teksten in een taal die de klanten eigenlijk niet spreken – geen Arabisch maar Engels. Het eerste zou ze verontrusten. Het tweede? Waarom zouden lezers van regionale kranten en de Telegraaf, kijkers van Ik Hou van Holland, The Voice of Holland, Boer Zoekt Vrouw en Flikken Maastricht zich bewegen in een omgeving met steeds meer Engels?

Politiek en economie werden Europees, identiteit bleef afgeleid van Nederland, vaak van provincie, stad of streek. Hilversumse radiozenders draaien naar de smaak van het grote publiek zo weinig Nederlandstalige muziek, dat ze massaal luisteren naar etherpiraten, online-radiopiraten en commerciële stations als 100% NL. Daar klinkt het Nederlandse Lied.

Omdat Geert Wilders dat verlangen naar nabijheid goed aanvoelt, scoorde hij in de Provinciale Staten-verkiezingen van 2011 met folkloristisch sentiment. “Geen halal maar zoervleisj”, beloofde de PVV in Limburg. In Zeeland waren de “karaktertrekken” van de Zeeuwen uitgangspunt voor een “gezonde samenleving”: sterk, koppig en zuinig. Sober zijn ook de Friezen: “zuinig op wat ze hebben…niet onnodig geld over de balk smijten…” In Limburg werd de PVV de grootste.

Niet lang daarvoor was de verwarring over de Nederlandse identiteit zo groot, dat er een Nationale Canoncommissie en een Nationaal Museum moesten komen. Prinses Máxima bleek de lange teen van haar nieuwe vaderland niet te kennen en zei dat dé Nederlander niet bestaat.

Natuurlijk had Máxima het volste gelijk. Ze realiseerde zich alleen niet dat het ontbreken van een eenduidige Nederlandse identiteit geen pluspunt maar een open zenuw is. Wie wij Nederlanders zijn weten we niet goed meer.

Wie we waren, is veranderd als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen als globalisering, Europeanisering, individualisering en multiculturalisering. En hoe luider de pleidooien voor een ‘kosmopolitische’ identiteit, hoe amechtiger het zoeken naar herkenning dichtbij. In Zuid-Limburg praten politici en beleidsmakers over het belang van de Euregio. In Kerkrade en Heerlen wordt steeds meer geluisterd naar de dialectliederen van Jack Vinders.

Je taal is je thuis. Je moedertaal vertelt het verhaal over wie je bent en waar je vandaan komt. Dat doet het Limburgs, evengoed als het Fries, het Drents, het Gronings, het Zeeuws én het Nederlands. Veel Zuid-Limburgers waren ‘koelpieten’ (mijnwerkers) die in de jaren vijftig en zestig onmisbaar waren voor de wederopbouw van Nederland. Wij Nederlanders waren vriendelijk, ontspannen, niet al te formeel en (gordijnen) open. Maar de taal waarin wij Nederlander zijn, wordt onbedoeld maar gestaag gemarginaliseerd.

Op Radio 1 verzekerde premier Rutte ons dat de benoeming van Donner tot vicevoorzitter van de Raad van State geen doorgestoken kaart was, en zei: “Opstelten kan echt wel zijn eigen mind opmaken.”

Nederland als nationale staat werd pas mogelijk na de ontdekking van de boekdrukkunst. Johann Gutenberg drukte in 1456 het eerste boek en deed met de drukpers de belangrijkste vinding van het laatste millennium.

Boeken verspreidden in één taal ideeën onder een groot publiek over een grote afstand. Steeds meer mensen gingen lezen, zelfstandig nadenken en meer abstracte ordeningen uitdenken. Maarten Luther scoorde de eerste bestsellers ter wereld. Na zijn ’95 Stellingen’ volgde de vertaling van de bijbel. The Economist vergeleek Luther met de Facebook-voorhoede van de Arabische Lente; ook hij begon zijn revolutie, de Reformatie, door via sociale netwerken zijn ideeën in print te verspreiden.

De politieke betekenis van de drukpers is moeilijk te overschatten: boeken maakten de verbeelding van een gedeeld idee mogelijk, van een gevoel, een gezamenlijke geschiedenis, oftewel: van de natiestaat. Die natie behoeft één taal en één verhaal. Aan naties jonger dan de Nederlandse is dat nog goed te zien. Indonesië, de grootste eilandstaat ter wereld, werd pas een land nadat het Bahasa Indonesia in 1945 officieel werd uitgeroepen tot nationale taal. Alle scholen op 17.508 eilanden kregen Bahasa als voertaal. Sindsdien spreekt iedere Indonesiër dezelfde taal. Taalpolitiek schiep de natie.

Wij maken een tegengestelde ontwikkeling door. Na het eerste Nederlandse woordenboek in 1546, werd in de Zeventien Provinciën, later Republiek der Verenigde Nederlanden steeds meer Nederlands gesproken. De laatste 20 jaar verliest de eenheidstaal terrein. Overheidsfolders zijn er in het Nederlands, Arabisch, Turks en Marokkaans. Alles wat te koop, hip of jong is, wordt uitgedrukt in het Engels.

Radio 3 FM is ‘Serious Radio’ en zamelt geld in met een ‘Serious Request’. (Hoe veel luisteraars van 3FM weten wat een ‘request‘ is?) De politie in Den Haag kondigt verscherpt toezicht aan met het bordje: “Let op: bike surveillance”. Onduidelijk is of ik word gewaarschuwd voor agenten op de fiets, of mijn fiets voor een apk-keuring.

Leenwoorden zijn van alle tijden, nu wordt het Nederlands uitgehold. Deze verloochening van het Nederlands is moeilijk te rijmen. Hoe is het mogelijk dat mensen die zeggen dat Nederland te weinig Nederlands is, zich graag bewegen in een omgeving waarin het Engels hun taal verdrijft? Hoe kan het dat je mensen die behoefte hebben aan een sterke Nederlandse identiteit, producten verkoopt in de taal van de globalisering?

Dat de verweesde Nederlanders het huis laten verkommeren waarin die identiteit moet wonen, hangt samen met een nevenproduct van de globalisering: commercialisering.

De Amerikaanse hoogleraar Benjamin Barber (Consumed en Jihad vs McWorld) zegt het al jaren: met de globalisering is de leefwereld vercommercialiseerd. We zijn hyperconsumenten die hun leven betekenis geven door hoe we wonen, de auto die we rijden, het merk dat we dragen. Onze identiteit komt uit de winkel.

Met die vercommercialisering gebeuren twee dingen. De burger in ons legt het af tegen de consument (de eerste wil schone lucht en kipfilet zonder antibiotica, de tweede wil 130 rijden en goedkoop vlees). En de commercie spreekt de taal van de reclamejongens. Die taal vertelt je dat je bent wat je koopt en zegt dat in het Engels (Discover yourself as everyone else is already taken).

Naarmate identiteit meer afhangt van wat je koopt, en minder van wat je weet wat je kunt en wie je kent (‘hebben’ versus ‘zijn’) wordt dat commerciële domein bepalender. Dat zou ertoe kunnen leiden dat in de omgeving waar identiteit wordt aangeschaft, de crisis van de verweesde Nederlander zich verdiept. Want een volk dat zich ontdoet van zijn taal, geeft zijn bestaansrecht op. Is dat niet wat ze op rechts noemen: ‘Weg met ons’.

Voor de Vlamingen was taal altijd van levensbelang. Zonder het Nederlands zou Vlaanderen een verlengstuk van Wallonië zijn. Idioom was er politiek en die strijd vormde de taal en haar gebruikers. Dat een punaise ‘duimspijker’ heet en een helicopter ‘wentelwiek’ is van politieke betekenis. En zoals Franse woorden in vertaling onschadelijk werden gemaakt, zo dringt ook het Engels minder door het Vlaamse schild heen. De Nederlandse consument geeft zich minder rekenschap van zijn taal.

Die veronachtzaming van het Nederlands gaat samen met een andere ontwikkeling. Nieuwe media veranderen ons beeld op onze samenleving. De schotelantenne aan het ene balkon haalt andere zenders binnen dan Digitenne in de woning ernaast. Het NOS-Journaal heeft geen monopolie meer op het nieuws. Al naar gelang ons wereldbeeld bedienen we ons van nu.nl, nrc.nl, nyt.com, maghrebmagazine.nl of aljazeera.com. Zo zien we de wereld als door een caleidoscoop; een kijker met talloze lenzen. We bekijken dezelfde werkelijkheid maar zien haar telkens net even anders. Het wereldbeeld wordt versplinterd, de natie gehinderd.

Daartoe aangemoedigd door populistische politici, zoeken de onzekeren de oorzaak van hun onbehagen buiten zichzelf. Ze wijzen met een vinger naar wat van buiten komt; migranten, Europa, de wereld. Maar er is geen veilig heenkomen in nostalgie en een gebalsemd beeld van zichzelf. En ook met ‘hebben’ is de leegte van het ‘zijn’ niet te vullen. Waar de verweesde Nederlander meer aan heeft, is een eigentijds zelfbewustzijn. Dat begint met een taal, een verhaal en met thuisvoelen.

Dat laatste krijg je niet in de winkel, het wordt niet geleverd door de staat en bij Linda de Mol haal je het evenmin. Thuisvoelen is een werkwoord. Dat gevoel ontstaat door interactie met anderen, het ontstaat in gemeenschappen. Sociaal kapitaal, op zichzelf al een onbedoeld neveneffect van verenigingsleven of samenwerking, heeft prachtige wilde loten aan zijn stam: vertrouwen, economisch succes en sociale identiteit. Wie zich identificeert met zijn straat, dorp of stad omdat hij daar wordt gekend, zal minder mopperen over een teloorgang van Nederland.

Dat betekent niet dat de natie Nederland op de schroothoop kan. Ze is de entiteit waarbinnen heel verschillende groepen samenwerken om welvaart te produceren. Gejeremieer over Europa en de islam die Nederlanders hun Nederland zouden afpakken, helpt niks. Een zelfbewust, pragmatisch Nederlanderschap wel.

Zouden we aan taalpolitiek durven doen, dan zou die bevorderen dat het Nederlands met nadruk en liefde worden gebruikt; door winkeliers die ‘Uitverkoop’ houden en door een premier die zegt dat een minister ‘zijn eigen afweging kan maken’. Waar de verweesde Nederlander behoefte aan heeft, is daadwerkelijke aanhankelijkheid jegens onszelf, dat is: aan politiek die in vercommercialisering de plaag herkent die ook De Stem van Nederland het zwijgen heeft opgelegd.

**

Advertenties

Over Marcia Luyten

Welkom in mijn wereld, ergens tussen Afrika en Amsterdam. Mijn leven als journalist, publicist en debater heeft verschillende huizen: krant, weekblad, website en boek. Podium, radio of tv. De locaties mogen verschillen, ik doe steeds hetzelfde. Vooruit, bijna hetzelfde dan. Ik zie iets groots in iets kleins en daarover schrijf of vertel ik een verhaal. Het moet een plezier zijn om naar te luisteren, zo rijk aan informatie dat je meer weet dan voorheen, subtiel genoeg om je ongemerkt een analyse mee te geven. Je zou kunnen zeggen dat ik sociaal-culturele, politieke en maatschappelijke ontwikkelingen beschrijf, maar dat staat wat bombastisch. Zoals Martin van Amerongen antwoordde toen ik, student nog, hem zei dat ik graag politiek journalist zou worden: “Zozo, niet minder dan dat?”
Dit bericht werd geplaatst in Essays. Bookmark de permalink .

5 reacties op Is dit nou de stem van Nederland? NRC 14 januari 2012

  1. Bijna goed.

    Met plezier heb ik je analyse in de Opiniebijlage van NRC gelezen. Gaandeweg bekroop mij toch een wat ongemakkelijk gevoel. Wellicht kan ik hiervoor jouw eigen aangehaalde Belgische voorbeeld gebruiken. Vlaamse taalpolitiek heeft in haar emancipatoire drive (!) alle Frans invloeden in het standaard Vlaams geëlimineerd, zoals je zelf al constateert. In werkelijkheid heeft dit ervoor gezorgd dat het officiële Vlaams, door Vlamingen het Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN, en dat is in praktijk niet hetzelfde als ‘ons’ ABN) genoemd, voor Vlamingen feitelijk een tweede taal is geworden. België kent een rijkdom aan dialecten, die gewoon dagelijks gebruikt worden. Belgen zijn dan erg flexibel in het verstaan van elkaar, van elkaars afwijkingen van de standaard. In Nederland is die marge veel smaller en is feitelijk de Randstad-intonatie via Kinderen-voor-kinderen onze standaar geworden.
    Overigens zit het gesproken Vlaams boordevol Franse woorden. Vraag maar eens een garagist de onderdelen van een auto te benoemen! En Engelse leenwoorden eveneens volop.
    Dus Vlamingen leren op school een zeer gedisciplineerd ABN, als tweede taal, en gebruiken die ook als tweede taal. Is dat wat jij nastreeft met jouw suggestie voor taalpolitiek? Een klinische tussentaal?
    Volgens mij moet taal leven en kunnen groeien. Waarom zou je dat door fysieke geografische grenzen willen beknotten? Het volk spreekt. Maar niet met één taal. Met alle variatie scheppen we onze eigen beschutte plekken van identiteit.

  2. Gust Peeters zegt:

    Sorry hoor – en verontschuldiging daar dan weer voor – maar het mangelt toch wel aan enige diepergaande kennis van Vlaanderen en wat jullie als “Vlaams” betitelen. “Wentelwiek” is zeer ongebruikelijk, duimspijker dan weer niet, maar punaise wordt zeker zo vlot gebruikt, zij het dialectaal verklankt als “puneis” in mijn stadstaal. Het klopt wel dat die laatste – het Antwerps – heel wat woorden aan het Frans ontleend heeft, wat een deel van haar charme is. Dat we A(B)N als een tweede taal zouden aanleren op school, was decennia geleden correct, maar vandaag helemaal niet meer. Niet omdat we de standaardtaal nu plots zo grondig zouden bewonen, wel omdat de kennis ervan er zeer op is achteruitgegaan, in die mate zelfs dat een soort tussentaal of opgekuist dialect de norm is geworden, tot en met in de scholen toe. Ik blijf bij de mening die ik al jaren aanhang: dialecten kunnen een rijke voedingsbodem vormen voor de standaardtaal, maar die laatste blijft meer dan ooit nodig. Nederlands is evenwaardig aan Frans en Engels, maar blijft onze eerste en enige volkomen taal, die van de nedere landen.

  3. Pingback: Taalpolitiek van overheid kan het Nederlands opwaarderen « George Knight

  4. De Geert Grote Pen, een prijs voor de beste masterscriptie filosofie geschreven in de Nederlandse taal, hebben wij het vorig studiejaar in het leven geroepen, JUIST om de groep studenten in deze tak van sport (filosofie, maar ook andere vakgroepen in de geesteswetenschappen) een hart onder de riem te steken. De filosofie, de wetenschap waarin taal en denken het meest innig met elkaar verweven zijn, kent veel studenten in hoge “taalnood”. De taal van emotie en intuitie, de taal “van de innerlijkheid” met een uitgebreide woordenschat , is de moedertaal en dit unieke gereedschap komt nauwelijks aan bod bij het schrijven van “papers”en “masters”. Het verbaast ons dat in een tijd waarin wij ons allen op vele manieren inspannen voor “echt, puur en eerlijk”, kraak en smaak, kleinschaligheid, een afwisselend landschap, biodiversiteit, we op dit punt weer snel onze oren laten hangen naar “mega”en “uniformiteit”; aandacht voor de eigen cultuur mag daarnaast meer dan eens rekenen op een vervelende bijsmaak…Het “Nederlands aan de universiteiten”mag wat ons betreft hoog op de Rode Lijst van de Unesco, die nota bene een Internationale Dag van de Moedertaal heeft ingesteld om de taal-en cultuurdiversiteit in het onderwijs onder de aandacht te brengen.

    Het leek ons de hoogste tijd om ons vriendelijk, positief en met veel aandacht voor de jonge (toekomstige) masters in te zetten voor het behoud van het Nederlands als taal van cultuur en wetenschap. Keuzevrijheid blijft daarbij ons sleutelwoord: OF Engels, OF Nederlands . Onze juryleden kunnen zich onvoorwaardelijk vinden in ons initiatief.

    Maar al te graag verwijs ik naar onze site: http://www.geertgrote-alliantie.nl
    pagina “scriptieprijs”.

  5. Zoiets zegt:

    “Ze wijzen met een vinger naar wat van buiten komt; migranten, Europa, de wereld. Maar er is geen veilig heenkomen in nostalgie en een gebalsemd beeld van zichzelf. En ook met ‘hebben’ is de leegte van het ‘zijn’ niet te vullen. Waar de verweesde Nederlander meer aan heeft, is een eigentijds zelfbewustzijn. Dat begint met een taal, een verhaal en met thuisvoelen.”

    Paradoxaal genoeg. Ook is de aanname ietwat vaal, immigranten hebben met ‘de taal leren’ nog geen Nederlandse identiteit, wat overigens altijd werd gedacht. Cultuur is natuur, nog letterlijker dan je zou denken. Omgeving is kleur, kleur is van herkennen, wil je iets bekennen moet je het eerst herkennen. De herkenning is kleur, bekennen komt later en dat is het verlengde. Dus waar de verweesde Nederlander meer aan ‘kan’ hebben. Waar de witte lerares de Nederlandse jeugd wijst op identiteit, is opvallend haar grote poster van Afrika achterin het klaslokaal. Je herkent, de onderwijzer bekent. Is je bent wat je eet misschien herkenbaarder. Niemand haalt de natuur uit iemand. Daar kan geen Engels tegenop. Dus mocht je vinden dat iemand het volste gelijk heeft, kan dat niet op aannames van diegene maar op een weldoordacht bekennen. Ik moet bekennen is niet, ik moet herkennen. Is het moeten herkennen ons jarenlang geleerd, mogen we dan nu bekennen dat het niets heeft opgeleverd in die mate dat het is voorgespiegeld. Zou je met de Engelse taal het Nederlanderschap verloochenen dan is dat met iedere invloed van buitenaf mogelijk. “Ze wijzen met een vinger naar wat van buiten komt”, is de herkenning. Of je het de wijzers kwalijk moet nemen als ze zich er niet in herkennen is onmogelijk, ook de bijbehorende bekentenis niet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s