Zet geen hek om Afrika sept 2011

Als er niet zo veel kinderen dreigden te sterven, zou het een triomftocht van de ironie zijn. Nu kun je beter spreken van een drama. Om 12 miljoen door hongersnood bedreigde Afrikanen te redden, wordt geld ingezameld op Giro 555. Dat gaat niet slecht, melden hulporganisaties, maar echt denderend gaat het ook niet. Volgens de VN is 1,7 miljard euro nodig. Eind augustus was op giro 555 ruim 23 miljoen euro binnen. Vijf van de zes Nederlanders (85 procent) hadden toen niets gegeven. Met gebrekkige informatie had dat niets te maken. Uit onderzoek van Motivaction in opdracht van NCDO bleek 84 procent van de mensen uitstekend op de hoogte van de hongersnood. Mensen zijn bang dat het geld niet goed terechtkomt. De echo van de hulpkritiek van Dambisa Moyo, Arend-Jan Boekestijn en Linda Polman laat zich tot in Somalië voelen.

Royaal

In de Volkskrant en NRC Handelsblad werd het cynisme gepareerd. Beide kranten wilden de aandacht vestigen op de verschrikking van miljoenen hongerdoden en het moreel appèl dat daaruit volgt.

Beide kranten gebruikten de mooiste van alle stijlfiguren, de ironie. In haar trefzekere handschrift vulde publicist Sheila Sitalsing een Volkskrant-column met redenen om niet te geven. Samengevat: geld geven maakt geen zak uit; de honger komt niet door droogte of hoge voedselprijzen, maar door de mislukte staat Somalië. Noodhulp in conflictgebieden houdt een fout systeem in stand. Bij de hulporganisaties werken ‘oetlullen’ die, als ze eerder hadden ingegrepen, de hongersnood hadden kunnen voorkomen. En: directeuren van hulporganisaties kunnen hun topsalarissen gebruiken om voedsel te kopen. Om te besluiten met: ‘Maar je kunt ook zeggen: zullen we al dat gezanik bewaren voor na de zomer? En nu gewoon geven? Beetje royaal graag.’

De kop ‘Geef nou maar’ begreep ik niet als aanmoediging, maar als sarcastische afrader. Overhaast en onthutst postte ik op Twitter een bericht (‘Het met open deuren gelardeerd cynisme van @sheilasitalsing Waar komt dat vandaan?’) dat me later in verlegenheid bracht. Niet Sitalsing, maar ik zat fout. Ik had de ironie gemist.

Cynisme

In NRC Handelsblad kreeg Afrika-redacteur Dick Wittenberg de hele voorpagina voor ‘Veertien redenen om niet te geven’. Deze varieerden van ‘Hongersnood is het resultaat van falend beleid’ en ‘Voedselhulp is zo verslavend als heroïne’ tot: ‘Ethiopië heeft honderden miljoenen hectare vruchtbare landbouwgrond verkocht aan buitenlandse investeerders’.

Dat alles rondom een foto van de kleine Adam Ibrahim die de camera in blikt met ogen die nu niet meer zien. Onder in het artikel één reden om wél te geven: ‘Aan al die goede redenen om niet te geven kunnen de hongerenden niets doen.’

Goede bedoelingen zijn niet op voorhand onschadelijk. Dat is in kringen van de hulp genoegzaam bekend. Als we aannemen dat Sitalsing en Wittenberg de hulpactie van Giro 555 wilden helpen, dan hebben ze met de beste intenties cynisme gevoed.

De redactie van GeenStijl kon een dag rukken, ruften en zuipen – vergeef me de grofheid. De reaguurders waren al door de kwaliteitskranten bediend. Helemaal vrijaf nam de roze redactie overigens niet. Ze maakte zich vrolijk over een ‘onverschillig NRC’ dat oproept tot een ‘boycot’ van Giro 555.

Aalmoes

De misplaatste ironie van Sitalsing en Wittenberg maakt de kans dat Nederlanders geld storten niet groter. Ernstiger nog is de impliciete aanname die aan hun stukken ten grondslag ligt – of is het onbedoeld suggestief? De argumenten om hulp te wantrouwen blijven in de stukken zelf onweersproken. Daardoor hollen ze het draagvlak voor niet alleen noodhulp, maar ook die voor structurele ontwikkelingshulp nog verder uit.

Ook de lezer die de ironie doorziet, concludeert dat (prominente journalisten) van de Volkskrant en NRC Handelsblad ontwikkelingshulp hebben opgegeven. Door de ‘veertien redenen’ te presenteren als natuurwetten, zeg je: hier valt niks aan te doen, handen ervan af. Alleen als het Grote Sterven begint, kunnen we dat niet goed aanzien. Dan werpen we een aalmoes.

Landbouwgrond

Met deze benadering zetten we in feite een groot hek om Afrika. Vervolgens hoeven we ons niet meer af te vragen of wij iets kunnen doen om Afrika’s grote massa armen te helpen. Die onfortuinlijke meerderheid van Afrikanen is gevangen in een systeem waarin armoede en nood geen toeval zijn, geen ongeluk. Afrikaanse elites zijn helemaal niet uit op breed gedragen ontwikkeling. Het ontstaan van een middenklasse zou uiteindelijk het patronagesysteem dat de machthebbers zo goed bedient, onhoudbaar maken.

Met een hek om Afrika hoeven we geen standpunt in te nemen over de Ethiopische regering die vruchtbare gronden weggeeft aan Saudi’s en Indiërs die er rijst en maïs verbouwen voor hun vaderland. Het gaat weliswaar niet om ‘honderden miljoenen hectare’ zoals NRC meldt, maar met 6,5 miljoen van de beste landbouwgrond in buitenlandse handen is Ethiopië niet bezig de voedselzekerheid voor de eigen bevolking te verbeteren. Nederland heeft al decennia een ontwikkelingsrelatie met Ethiopië. Inzake de landcontracten die nu worden gesloten, neemt Nederland, net zomin als de Wereldbank of andere grote donoren, stevig positie in. Er zijn nog geen internationale coalities gesmeed om druk uit te oefenen op de Ethiopische regering.

Gelukszoeker

Dick Wittenberg heeft gelijk dat Ethiopië, Kenia en Uganda te weinig aan landbouwontwikkeling hebben gedaan. Hetzelfde geldt voor bijna alle Afrikaanse landen die ontwikkelingshulp krijgen. Het is een belangrijke oorzaak voor de hongersnood nu. Maar die achtergebleven investering in boeren komt voor onze rekening.

Landbouwontwikkeling is gesneuveld in de structurele aanpassingsprogramma’s uit de jaren zeventig en tachtig. De Wereldbank en het IMF – wij dus, de donoren – dwongen Afrikaanse staten hun markten te liberaliseren. Ook moesten ze grof snijden in overheidsuitgaven. De mantra was ‘markt’ en ‘export’. Tot vijf jaar geleden hebben Wereldbank en Afrikaanse staten landbouw straal genegeerd.

Met een hek om Afrika onttrekken we ons aan de verantwoordelijkheid om de allerarmsten te helpen zich te bevrijden van een systeem dat mensonterende armoede produceert. Daar komt bij dat een hek om Afrika van weinig realisme getuigt. Of we helpen de Afrikaanse boer, of we importeren zijn zonen. Een gelukszoeker is geen hek te hoog.

Dat betekent niet dat we kritiekloos alle hulp moeten steunen. Dat noodhulp geen perverse effecten kan hebben. Dat de directeur van een hulporganisatie 180.000 euro per jaar mag verdienen. Dat betekent ook niet dat ontwikkelingssamenwerking geen professionalisering behoeft.

Het betekent wél dat we ons rekenschap moeten geven van de manier waarop we de problemen in de hulp bespreken. Gezonde scepsis die bedoeld is om hulp te verbeteren, voedt in het huidige klimaat een destructief cynisme. Het drama van stervende kinderen verdraagt geen ironie.

**

Verschenen in Internationale Samenwerking, september 2011

Advertenties

Over Marcia Luyten

Welkom in mijn wereld, ergens tussen Afrika en Amsterdam. Mijn leven als journalist, publicist en debater heeft verschillende huizen: krant, weekblad, website en boek. Podium, radio of tv. De locaties mogen verschillen, ik doe steeds hetzelfde. Vooruit, bijna hetzelfde dan. Ik zie iets groots in iets kleins en daarover schrijf of vertel ik een verhaal. Het moet een plezier zijn om naar te luisteren, zo rijk aan informatie dat je meer weet dan voorheen, subtiel genoeg om je ongemerkt een analyse mee te geven. Je zou kunnen zeggen dat ik sociaal-culturele, politieke en maatschappelijke ontwikkelingen beschrijf, maar dat staat wat bombastisch. Zoals Martin van Amerongen antwoordde toen ik, student nog, hem zei dat ik graag politiek journalist zou worden: “Zozo, niet minder dan dat?”
Dit bericht werd geplaatst in Essays en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Zet geen hek om Afrika sept 2011

  1. Goed artikel, klopt helemaal. Het positieve van cynisme en kritiek op 555 is ook dat de goede gevers en belastingbetalers die decennia in blind vertrouwen hebben bijgedragen nu eindelijk goed wakker zijn geworden. De mooie 555 droom is over, de mensen weten nu dat het merendeel van OS gelden niet effectief en niet duurzaam besteed werd. Het wordt dan ook in Nederland tijd voor een “OS lente schoonmaak” gevoel, weg met de oude troep en nu gaan we…., ja, maar wat gaan we nu dan doen??

    Lastig. Ten eerste laten de Khadafies en Moebaraks in de nepotische wereld van OS zich niet zomaar wegzetten, er staan inderdaad teveel politieke en financiële belangen op het spel. Ze zitten niet voor niets al vele jaren met hun vriendjes stevig in het zadel. Je hoort daarom pruttelende tegengeluiden waarbij OS Bobo’s toch enigszins wanhopig wijzen op de enkele goede projecten, “er is toch ook al zoveel bereikt”. Dat is ook zo, ook in Egypte en Libië staan ziekenhuizen en eten en drinken de mensen elke dag, het is daar en overal in de wereld beter dan 20 jaar terug, natuurlijk, maar daar ging het niet alleen om. De bevolking weet ook van het nepotisme en dat hun stem voor een meer rechtvaardige en duurzame maatschappij niet gehoord werd. Het gaat uiteindelijk altijd om de balans in de samenlevingen en die was steeds verder te zoeken. OS wordt steeds meer een goede business voor een kleine elite, met als ultieme PR de ellende van doodzieke kindjes, die verkopen het beste. Deze onfrisse mentaliteit gaat knellen tot het klapt.

    De vraag is nu, wat is het alternatief, hoe krijgen we OS weer de goede kant op, moeten er eerst koppen rollen (bij de EU, bij de WB, de ADB, bij de NGOs, bij DGIS, etc. etc.) en gaan we nieuwe mensen aanstellen die het “beter” gaan doen?

    Twijfelachtig. Hier en daar wel geprobeerd, maar veelal worden goede initiatieven al gauw gesmoord in het systeem; men wordt of weggepromoveerd of weggewerkt. Het zelfherstellende vermogen van de heilige Status Quo is opmerkelijk!

    De lijst met mensen en organisaties met tonnen boter op het hoofd is daarbij ook erg lang. Veel te lang zelfs. Een nieuwe frisse OS lente die eerst zo’n lijst zou moeten afwerken is nog wel even bezig. En laten we wel wezen, vervangers zijn ook niet makkelijk voorhanden, want je moet ook wel “de taal” spreken. Goed of slecht, het is uiteindelijk allemaal marketing en dus is het belangrijker wat je vertelt dan wat je doet.

    OK, geen koppensnellen dus, maar wat dan wel?. Kritiek geven en cynisch zijn is makkelijk, soms ook te makkelijk, maar wat nu? Als de kop er niet af kan, wellicht is het mogelijk om daar dan tussen de oren wat te veranderen, de ogen te openen en te motiveren om het nu eindelijk eens beter te doen. Kan dat?

    Ook moeilijk, daarbij is de kritiek op OS is niet nieuw. In 2000 probeerde Herfkens al eerder de bezem stevig door OS te halen, maar ongelukkigerwijze pakte dat uiteindelijk helemaal averechts uit. In plaats van effectiever werd alles nog meer bureaucratisch en ingepakt in trage procedures en schijnzekerheden. Samengevat in “Operatie geslaagd, patiënt overleden”, zie de ellende nu met 555.
    Herfkens zelf kwam er overigens goed mee weg en is nu volledig opgenomen in het systeem wat ze vroeger bekritiseerde, zo gaat het vaak. Het is de kunst om je nek uit te steken en die dan weer op tijd uit de strop te halen. Spannend, en het kan soms ook wel wat extra opleveren als je het goed doet.

    De NGOs zijn ook van rubber. Ondanks het ene schandaal na het andere komen ze er vaak mee weg door uitgekiende marketing en het heilige aura dat goede doelen nu eenmaal om zich heen heeft.

    Wat dan? Met het oog op de gebeurtenissen in Egypte en Libië, zou ik zeggen, stimuleer het democratische proces en transparantie, en laat daarna de publieke opinie het werk afmaken in een zelfregulering proces. Geef de mensen een eerlijke keuze hoe en waar te doneren. Artsen zonder Grenzen is niet voor niets al in 2006 uit het Giro 555 circus gestapt. Om dit democratisering proces aan te slingeren, zouden we kunnen beginnen met twee belangrijke stappen:

    1. Schaf onmiddellijk het CBF-keurmerk af.
    2. Geef het IOB een officiële status.

    In de wereld van OS weten we allemaal dat het CBF-keurmerk een wassen neus is, nog langer en leugenachtiger dan de neus van Pinokkio. Het keurmerk zoals het nu is stelt weinig voor en is uitsluitend een administratieve hobbel voor NGOs, die het echter ge(mis)bruiken als een soort garantiebewijs om de goedgelovige burgers te overtuigen dat hun geld goed besteed wordt. Niets is minder waar, weg ermee.

    Het IOB (Inspectie Ontwikkelingsbeleid en Beleidsevaluatie) is het zielig overgebleven weeskindje van de destijds door de bevlogen Jan Pronk ingestelde IOV (Inspectie Ontwikkelingsbeleid te Velde, 1977). Het IOV was echter veel te confronterend, en werd dus al snel op een zijspoor gerangeerd. Het verzakte IOB is nu hopeloos verdwaald tussen de ministeries die zich met OS bezighouden. Het heeft geen status en geen macht, want het is niet aangesloten bij de Inspectieraad, zoals bijvoorbeeld wel de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Vreemd eigenlijk, OS heeft alles te maken met gezondheidszorg, maar ontrekt zich comfortabel van evaluatie en controle. Als Jan Pronk het weer voor het zeggen had … maar ja, die komt er niet meer tussen, wellicht te bevlogen en te eerlijk.

    Oh ja, en “last but not least”, als je bezig bent met een project, kijk dan eens goed om je heen welke materiaal je gaat gebruiken en hoe duurzaam dat is. In de luchtvaart gaat veiligheid boven alles en zonder concessies. In OS echter worden voortdurend concessies gedaan aan kwaliteit en duurzaamheid, onverantwoord in feite. Voor een groot deel is de internationale slappe en nepotische OS mentaliteit dan ook mede verantwoordelijk aan de ellende, waarvoor men nu weer het publiek via 555 geld probeert te troggelen.

    Zo geven vele (ook Nederlandse NGOs) er nog steeds de voorkeur aan om goedkope fragiele waterpompjes uit India te gebruiken in plaats van duurzame waterpompen, die wat meer kosten, maar wel met weinig middelen duurzaam onderhouden kunnen worden.
    In de droge hoorn van Afrika staan zo vele tienduizenden donor water pompjes uit India ongebruikt weg te roesten. Geen wonder dat de mensen naar de kampen trekken waar de hulp industrie water en voedsel weggeven op kosten van ook 555.

    Deze kortzichtige mentaliteit moet om. Dat is niet makkelijk, bij OS en de NGOs heeft men een dikke huid en heeft men geleerd hoe om te gaan met deze kritiek en toch alles bij hetzelfde te houden. Op gezette tijden is er toch wel weer een drama waarbij de mensen weer de beurs trekken. Maar tijden veranderen en de matige respons op 555 zet ze nu aan het denken. De democratische wal keert uiteindelijk het nepotisme, zie Egypte en Libië, with a little help from our friends…

    Investeren in duurzaamheid en transparantie loont beter op den duur, al is het maar om je eigen mooie baantje bij OS veilig te stellen. Quisque sibi proximus… stof tot nadenken!

    Paul van Beers
    FairWater.ORG

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s