AFRIKALOG #99 Boemerang

Het verwijt van ‘racisme’ is niet zonder risico. De beschuldiging kaatst wel eens terug naar de aanklager. De Belgische schrijver Joris Note waagt het toch.

Note schreef op www.dewereldmorgen.be een lange litanie tegen het bejubelde en bekroonde Congo, een geschiedenis van David van Reybrouck. Om zijn punt te maken citeert hij veel en precies en niet zonder resultaat. Note maakt aannemelijk dat Van Reybrouck niet vakkundig of niet integer te werk gaat als hij vrijheidsstrijder Patrice Lumumba portretteert in een nieuw daglicht: geen heldhaftige en soevereine vrijheidsstrijder maar een egomane aandachttrekker zonder goeie manieren.

Van Reybrouck is veel te vakkundig voor een ongewilde déconfiture van Lumumba-de-held. Zijn motief zou kunnen zijn dat een afwijkende schets van Lumumba duidelijk maakt dat hier een nieuwe generatie  journalisten en schrijvers aan het woord is. Plus: controverse is aandacht voor het boek.

Joris Note vermoedt racisme als Van Reybrouck stelt dat Lumumba, die premier zou worden in de eerste regering van onafhankelijk Congo, bij het schrijven van zijn beroemde speech op Onafhankelijkheidsdag (30 juni 1960) was geholpen door een ‘Belgische raadgever en onvoorwaardelijke supporter’. Note: ‘Gelooft hij gewoon niet dat de zwarte autodidact de toespraak kon opstellen zonder hulp van een blanke autodidact?’

Hier trapt Note in de val waar blanken in Afrika vaker zijn ingelopen. Bijvoorbeeld als ontwikkelingswerkers niet wilden zien dat bepaalde aspecten uit Afrikaanse culturen ontwikkeling kunnen hinderen. De veronderstelling dat bepaalde overtuigingen of tradities mensen arm houden, lokte dan het verwijt uit racistisch te zijn. Terwijl – en daar komt de boemerang, het juist van racisme getuigt om mensen niet verantwoordelijk te houden voor hun eigen mislukkingen. De goede bedoeling verhult een fundamentele ongelijkwaardigheid.

Terug naar Joris Note. Die betoogt dat Lumumba wel degelijk Belgische vrienden had, ‘atypische, die hem als gelijke behandelden en door wie hij zijn denken en handelen niet liet bepalen’. Tegelijkertijd ontzegt Note Lumumba de mogelijkheid een vriend te laten meelezen met zijn belangrijkste speech – iets wat we allemaal doen als we een verhaal houden. Wanneer Lumumba bevrijd was van gevoelens van minder- of meerderwaardigheid, zoals Note beweert, zou hij geen moeite hebben met de bemoeienis van een goede vriend, ongeacht diens kleur. Alleen wie mentale soevereiniteit mist, houdt bepaalde anderen erbuiten.

En zo krijgt Note de boemerang terug. Hij stelt een belangrijke vraag: is Van Reybroucks portret van Lumumba adequaat en integer? Hij verzwakt zijn betoog door zijn jalousie de métier.

**

Boemerang verscheen in Internationale Samenwerking mei 2011