#96 Iedere ketter zijn letter, jan 2011

De ontwikkelingshulp van het kabinet-Rutte heeft een mantra: ‘Effectiviteit’. Hulp moet helpen – fantastisch. En waar moet die hulp bij helpen? Bij ontwikkeling. Dat is: arme landen helpen economisch zelfstandig te worden, en dan is duurzame armoedebestrijding het resultaat.

Ben Knapen, de staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking, hoeft het niet zelf te verzinnen. De nieuwe hulp heeft een heilig schrift: het WRR-rapport Minder pretentie meer ambitie. De alom geprezen studie wijst de weg: in plaats van directe armoedebestrijding via onderwijs en zorg, moet Nederland zich richten op het stimuleren van de economie.

Tot zover klopt alles. Maar dan. Het WRR-rapport is een denkraam, geen handboek voor hulp in de praktijk. Niettemin gebruikt het kabinet Rutte de studie als een doe-boek, compleet met recepten, stickers en kleurplaten, want het kabinet scandeert de mantra ‘daadkracht’.

Het door Geert Wilders gedicteerde kabinet stelt Nederlandse belangen ook in ontwikkelingshulp centraal – nogal een omkering van prioriteiten. Combineer dat met de WRR-aanbeveling om de economie in ontwikkelingslanden te stimuleren, en het Nederlandse bedrijfsleven krijgt ruim baan. Maar de ambitie in Afrika het bedrijfsleven te helpen, is iets wezenlijk anders dan het Nederlandse bedrijfsleven naar Afrika sturen.

Voorts wordt zonder veel nadenken, want ‘doen’ is het adagium, geschrapt in sectoren, landen, soorten hulp. In die onnadenkendheid wordt het WRR-rapport verraden en krijgt de daadkracht een Januskop.

Gelukkig is er dan nog het parlement. Onze volksvertegenwoordigers zullen doorzien hoe het WRR-rapport iedere ketter zijn letter verschaft. Zij zullen voorkomen dat een nieuwe koopvaardijvloot wordt opgetuigd en dat de hulp aanbodgestuurd gaat zijn (‘we geven waterwerken want onze wateringenieurs willen werk’). Onze parlementariërs zullen met het WRR-rapport in de hand de regering vragen hoe ze dan menen hulp te laten bijdragen aan economische groei. Waarom dezelfde diplomaten en ontwikkelingswerkers ineens kunnen wat voorheen niet lukte.

De meest substantiële bijdrage van het parlement is dat ze het succesvolle ontwikkelingsprogramma LOGO South schrapte. De 5,5 miljoen euro is overgeheveld naar een aidsfonds van de Verenigde Naties. Laat VN-organisaties dermate bureaucratisch zijn dat veel van die Nederlandse euro’s zijn verdampt voordat ze Afrika bereiken.
Het wordt tijd voor wat ontwikkelingshulp. Deze kant uit. Mogen wij asjeblieft wat capacity building?

**

Verschenen in Internationale Samenwerking, januari 2011