Fight or Flight, en de noodzaak van populistisch engagement 25 okt 2010

In 1990 werd vanuit ruimteschip The Voyager van recordafstand een foto van de aarde gemaakt: een vage blauwe stip in onmetelijke ruimte. De Pale Blue Dot, noemde de Amerikaanse astronoom en schrijver Carl Sagan dat onbeduidende puntje. Die pale blue dot is een wonder dat we moeten liefhebben, omdat het de mens zijn enige thuis is. Daar zijn we met zijn 6 miljard aan elkaar overgeleverd.

In plaats van de aarde te koesteren, hebben we 15 van de 24 ecosystemen ernstig beschadigd, zo blijkt uit de Millennium Ecosystem Assessment. De komende 50 jaar zal de pale blue dot ongekend grote transformaties doormaken – van economie, ecologie, politieke systemen, wereldorde en bevolkingsgroei. Misschien lukt het ons – wij 6 miljard – met meer zorg de aarde te bewonen. Misschien niet en dan mag een sciencefiction horrorauteur het scenario schrijven.

Wie op Youtube het filmpje bekijkt dat Carl Sagan naar aanleiding van die foto maakte, raakt in vertwijfeling. De clip van 8 minuten begint bij een ruimtevaartfoto en mondt uit in lyriek – over de schoonheid en de verschrikking van leven op aarde. Het is veel Hollywood, volop herkenning, genoeg sentiment. Een filmpje dat Henk en Ingrid kan aanspreken. Die zouden bijna als vanzelf een bezorgde liefde opvatten voor de planeet met daarop hun twee-onder-één-kap. Maar hun ‘nieuwe realisme’ is daarentegen synoniem aan conservatisme en egoïsme; dat gaat eigenlijk nooit over dat op sentiment gebaseerde inzicht dat ‘het’ kapot kan.

Wat doe je met 15 gehavende ecosystemen, dreigende overbevolking, urbanisatie en voedselcrisis? Er zijn twee opties: fight or flight. Het populistisch conservatisme wil wegwezen. Ons verschansen op onze terp en daar Fort Holland bewaken.

Maar dat is misleiding. Zoals Herman Tjeenk Willink in zijn laatste jaarverslag van de Raad van State zei: “Hij die zich terugtrekt op zijn eigen erf, zal bedreigingen van buiten blijven ervaren.” De pale blue dot heeft geen enclaves als het Gallische dorp van Asterix en Obelix. Ook als wij ons niet met de wereld bemoeien bemoeit de wereld zich met ons, alleen zijn we dan alle regie kwijt. We moeten aan de stuurknuppel willen zitten. Time to fight.

In dat gevecht voor een veilige toekomst moeten we vier principes in acht nemen. Allereerst is ons engagement alleen legitiem als het populistisch is. Nederland is een rechts land. Dat het hemd nader is dan de rok, moet niet worden veroordeeld maar ten goede gebruikt. Onze betrokkenheid bij de wereld zal moeten aansluiten bij de handelingsmotieven van het grootste deel van de Nederlandse bevolking. Dat betekent dat we geraakt moeten worden óf dat ons eigenbelang voorop staat. Populistisch engagement is het opkopen van de jungle waarin de laatste tijgers wonen, de bossen van de laatste oerang oetangs. Honderdduizend gemotiveerde, arme leerlingen krijgen een voucher voor een top-privéschool. Of: Het door een NLs bedrijf in Afrika laten aanleggen van een dikke asfaltweg die 20 jaar meekan.(Zoals de Chinezen Afrikaanse grondstoffen kopen met door Chinezen aangelegde wegen -die alleen geen 20 jaar meegaan.)

Vervolgens moeten we onze bemoeienis en interventies concentreren op wat Nederlands is en wat wij Nederlanders goed kunnen. We zoeken naar activiteiten die een positieve versterking zijn van onze identiteit. Wij zijn kooplui. Wij zijn watertovenaars en landbouwers. In Afrika ontmoette ik Nederlanders die ontwikkelingsdoelstellingen bereiken door zaken te doen – door kredieten te verstrekken of lampjes op zonne-energie te verkopen.

Het derde principe is dat we ons richten op doelen die concreet en haalbaar zijn. Dit klinkt banaal, in werkelijkheid is het een revolutie. Ontwikkelingssamenwerking is nu nog vaak de winkel van Goede Bedoelingen. Die winkel gaat dicht. Alle kinderen in Oeganda gratis basisonderwijs is bijvoorbeeld een prachtig maar onhaalbaar doel. Dat kost drie keer Oeganda’s huidige onderwijsbegroting – en die is al voor de helft gefinancierd met geld van donoren. Het gevolg van Universal Primary Education nu is dat kinderen op een overheidsschool nagenoeg niks meer leren. Willen we steun houden voor onze bemoeienis met de wereld, moeten onze interventies succesvoller zijn. Mooie morele noties als ‘rechtvaardigheid’, en ‘gelijkheid’ maken de wereld niet vanzelf rechtvaardiger en minder ongelijk; meestal ontbreekt het aan capaciteit en een adequate strategie. Machiavelli betoogde al in De Heerser dat hoge morele doelen in de politiek worden verdraaid en gecorrumpeerd. Precies daar raak je de steun van het volk kwijt. Dan ontstaat het beeld van hypocriete zakkenvullers.

Tenslotte, om onze doelen te realiseren, richten we ons op wat werkt. Is dat de staat dan via de staat, anders via de markt. Verkoopt de Congolese regering zijn oerbossen aan China? Nederland betaalt Kabila een hogere prijs dan Hu Jintao. In plaats van top-down aangestuurd, werken wij van onderop. We proberen dingen uit – en corrigeren waar onze interventies verkeerd uitpakken. Daar leren we van. De koopman in ons gebruikt selectief bepaalde marktmechanismen voor een sociale, ecologische of medische verbetering. Niet omdat liberalisering en een vrije markt het doel zijn, maar omdat arrangementen uit de charitatieve en publieke sector in Afrika vaak averechts werken. Zo blijkt dat wat gratis wordt gegeven, weinig waarde heeft. Een muskietennet of onderwijs; wie nergens voor betaalt is niet uit op maximaal nut. Van de klamboe worden bruidssluiers en visnetten gemaakt. Of kinderen op de gratis school wat leren, kan te weinig ouders wat schelen. Ze genieten in elk geval gratis kinderopvang.

Of dat nu is via Hollywood of de Spar, Jan Smit, lady Gaga of Al Gore, waar mogelijk moeten we de lyriek van de pale blue dot laten zien zoals Carl Sagan dat deed. Angsten, sentiment en egoïsme kunnen meer dan rancune voeden. Ze kunnen de bron zijn van zorgzaamheid voor de planeet die onze eigen veilige privé-enclave schraagt.

**

Fight or flight verscheen in Lieve wereldverbeteraar, een uitgave van Global Village Media, 2010

Advertenties

Over Marcia Luyten

Welkom in mijn wereld, ergens tussen Afrika en Amsterdam. Mijn leven als journalist, publicist en debater heeft verschillende huizen: krant, weekblad, website en boek. Podium, radio of tv. De locaties mogen verschillen, ik doe steeds hetzelfde. Vooruit, bijna hetzelfde dan. Ik zie iets groots in iets kleins en daarover schrijf of vertel ik een verhaal. Het moet een plezier zijn om naar te luisteren, zo rijk aan informatie dat je meer weet dan voorheen, subtiel genoeg om je ongemerkt een analyse mee te geven. Je zou kunnen zeggen dat ik sociaal-culturele, politieke en maatschappelijke ontwikkelingen beschrijf, maar dat staat wat bombastisch. Zoals Martin van Amerongen antwoordde toen ik, student nog, hem zei dat ik graag politiek journalist zou worden: “Zozo, niet minder dan dat?”
Dit bericht werd geplaatst in Essays. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s