# 87 Een meter ver

Misschien was het wel de muziek die deze ontmoeting beladen maakte: het slot van Nick Cave en Enya’s (Don’t Fear) The Reaper: Wees niet bang voor de man met de zeis. Een ijle, golvende synthesizer die gaat klinken als een kerkorgel werd spookachtige filmmuziek onder de scène waarin 12 jonge jongens vanaf een krakkemikkige truck mijn auto in keken.

Zij tegen elkaar aan, gebiologeerd door mijn nabijheid en die van de kleine blonde achter mij – die, op zijn beurt, keek naar de mannen die hem aanstaarden.

Er gebeurde niks.

We hadden alle tijd voor elkaar. In een kruipende file kun je elkaar leren kennen.

Ze zijn niet uit de stad, hun verbazing is plattelands. Waarheen gingen ze? Te jong voor een troep bouwvakkers. Werden ze naar de groeve gebracht om van grote stenen kiezels te slaan? (Hun truck slaat niet linksaf.) Zijn ze rekruten op weg naar de legerbasis boven op de berg?

Onze blikken hielden elkaar vast. Hun ogen verraadden fascinatie, de mijne zaten achter een grote zonnebril. Zij in de zon, wij in een luchtgekoelde cocon. Zij los in een kiepbak, wij achter gordels in een stalen kooi. Zij groezelig, ik in King Louie. Zij in motorgeronk, ik met Nick Cave.

In Afrika ben ik thuis als ik op rode aarde loop. Als ik op de grond zit of op een krukje onder een boom. Wanneer ik mensen mijn ogen laat zien. Als ik ze kan vragen waar ze vandaan komen en waar ze heen gaan. Als we samen bonen eten van een grote schaal. Maar dat doe ik als ik werk.

Mijn gezin leeft in een bubble. De muren met scheermesjes verlaten wij in een auto waarvan we de deuren vergrendelen. Thuis eten we vitello tonnato of vis tandoori (de kinderen liever Afrikaanse bonen). De jongens in de vrachtwagen zijn dichtbij en heel ver weg.

Toen bewoog er iets op de truck. De jongen met de onderzoekende ogen stak zijn arm uit. Een vragende, open hand.
De filmscène was weg. Nick Cave zong allang zijn Weeping Song. De betovering was verbroken. Ik liet de jongens langzaam van me wegdrijven achterop hun zwarte wolk uitlaatgas.
**
Een meter ver verscheen in Internationale Samenwerking, mei 2010