In Haïti geeft de elite niks om groei, NRC Handelsblad, 23 januari 2010

(Dit artikel in NRC Handelsblad is een verkorte versie van Het WRR-rapport over ontwikkelingshulp vergeet de One Million Dollar Question zoals verschenen in The Broker, waar experts debatteren over het WRR-rapport)

Een aardbeving met een kracht van 7.0 ruïneert Haïti. Het aantal doden wordt geschat op 200 duizend. In 1989 trof een aardbeving met dezelfde kracht het Noorden van California – eveneens druk bevolkt gebied. Het aantal doden: 67.

Het verschil tussen 200.000 en 67 vermorzelde mensen is het verschil tussen met zand vermengd cement en gewapend beton. Tussen corrupt bestuur en een effectieve overheid. Tussen een cultuur van zelfverrijking en een van verantwoordelijkheid voor het publieke belang.

De “ergste humanitaire tragedie van de laatste decennia” – woorden van VN-baas Ban Ki-moon, is ook een toonbeeld van mislukte ontwikkelingshulp. Die conclusie is pijnlijk. Tegelijkertijd geeft ze de grootst mogelijke urgentie aan het WRR-rapport: Minder pretentie, meer ambitie, Ontwikkelingshulp die verschil maakt.

Dit rapport maakt in een even brede als diepgravende analyse duidelijk hoe ingewikkeld zinvolle ontwikkelingshulp is en stelt een fundamentele herziening voor van beleid én praktijk. In tegenstelling tot wat Millennium Development Goals beloven, bestaan er geen prefab constructies om arme landen uit hun misère te verheffen. Ondanks miljarden hulpdollars is Haïti het armste land op het westelijk halfrond. Het heeft volgens New York Times-commentator David Brooks meer hulporganisaties per hoofd van de bevolking dan enige andere plek op aarde.

Hulp is zo complex omdat je als donor te maken hebt met tegelijkertijd economie, politiek, cultuur, overheid en samenleving; ontwikkeling is een totaalverhaal. Die domeinen grijpen op elkaar in en dat vereist voor elk land een specifieke diagnose.

Niet alleen mist de WRR in de huidige hulppraktijk zulke complexe analyses, ze vindt Nederland als donor ook te weinig streetwise. Hulp is altijd ‘dirty business’. Bijna elke bemoeienis heeft neveneffecten, hulpafhankelijkheid is de meest voorkomende. Bovendien zul je zaken moeten doen met corrupte bestuurders omdat niet-corrupte arme landen nauwelijks bestaan.

De WRR maakt hulp breder én belangrijker dan het nu is. Het Westen heeft ontwikkelingslanden nodig voor het oplossen van mondiale problemen als klimaat, voedsel en veiligheid, en dus rekent de Raad deze global goods tot het mandaat van toekomstige ontwikkelingssamenwerking. Die verwevenheid en wederzijdse afhankelijkheid maakt  ontwikkelingshulp een “onontkoombare noodzaak”.

Gezien de weerbarstige hulppraktijk en het gebrek aan experts, is het raar dat de weg naar een aparte, professionele organisatie niet eerder is ingeslagen. Dat Minister Koenders dat voorstel nu niet omarmt, is nog vreemder. Het zou hem een eigen ambtelijk apparaat geven en zijn positie versterken. In plaats daarvan deed de reactie van de minister denken aan die van premier Balkenende op het rapport van de commissie Davids.

Het is alleen jammer dat dit superieur rapport de One Million Dollar Question niet stelt. De WRR kiest eigenzinnig voor ontwikkeling (in plaats van armoedebestrijding). Daarvoor is een ‘effectieve staat’ in het ontvangende land onmisbaar.

Weliswaar vereist elke situatie zijn eigen analyse, in Afrika hebben alle hulpontvangende landen een family resemblance: de ook door de WRR beschreven patrimoniale structuur. In dit patronagesysteem willen Grote Mannen het vechten laten, op voorwaarde dat ze elkaar van de staat laten jatten.

Haïti verliest bij een aardbeving honderdduizenden levens omdat zijn elite niets geeft om veiligheid. In een patrimoniaal systeem heeft de kleine kliek aan de macht geen enkel belang bij ontwikkeling, geen belang bij economische groei en geen belang bij een middenklasse. Wie in Haïti een zaak opent, wachtte 204 dagen op de juiste papieren. Een stuk land kopen kost 5 jaar. Dan heb je geen effectieve overheid die groei nastreeft.

Dat de WRR geen pasklare oplossing heeft voor de misschien allerbelangrijkste uitdaging, is niet gek. Toch is transformatie van de gesloten, patrimoniale structuur voor ontwikkeling onontbeerlijk. De Raad had zich minder a-politiek mogen tonen en de Grote Vraag moeten stellen: hoe krijg je de Haïtiaanse en Afrikaanse elites zo ver dat ze breed gedragen ontwikkeling mogelijk maken?

Gerelateerd artikel: ‘Hulp geeft je geen zelfrespect’, Interview met Paul Kagame, president van Rwanda, in Maandblad van NRC Handelsblad, 18 juli 2009