#75 Killing the messenger – censuur door BZ, updated 8 dec

Ontwikkelingssamenwerking zit in een diepe crisis. Tegelijkertijd schreeuwen reële problemen om oplossingen: de opwarming van de aarde, ontbossing en het leegvissen van de oceanen vereisen ingrijpen. Eén miljard mensen willen zich ontworstelen aan vernederend diepe armoede. Persoonlijk vind ik dat Nederland daarin een rol moet spelen. Maar waar het gaat om ontwikkelingssamenwerking, kan dat alleen als we Afrika beter begrijpen.

Daar schrijf ik over. Ik ben niet tegen hulp, het moet alleen anders en beter. Realistischer en daardoor effectiever. De hulpsector ervaart een staat van beleg, maar er is geen verdediging.  Er is geen overtuigend verhaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Waarom willen we Wat bereiken en vooral ook: Hoe? Alleen door een open debat kunnen we onze internationale samenwerking opnieuw vorm geven. Mijn in NRC Handelsblad gepubliceerde artikelen over ontwikkelingssamenwerking (21 maart 2009: ‘Gratis onderwijs en gezondheidszorg zijn slecht voor Oeganda’ en 28 november 2009: ‘Ontwikkelingshulp sluit vaak de ogen voor de ongemakkelijke waarheden van Afrika’) zijn een aanzet tot die hoognodige, fundamentele discussie.

Zonder een open en confronterend debat, is de hulp verloren – er zijn intussen genoeg krachten die ontwikkelingssamenwerking om zeep willen helpen. Maar BZ wil geen debat. In plaats van met open blik te kijken naar wat er feitelijk aan de hand is, gooit Buitenlandse Zaken de luiken dicht. Het overleven van de organisatie gaat voor alles. Wie aan die missie te weinig loyaal wordt gevonden, moet weg – ook als dat geldt voor partners van diplomaten, zoals ik.

Nu de feiten: Mijn man werkt bij BZ sinds 1997, met een tussenpoos van 3 jaar. Hij deed in 1997 het diplomatenklasje – net als ik; daar bloeide de liefde op. Hij is de macro-econoom van de Nederlandse ambassade in Kampala. Afgelopen 3 jaar werkte hij als Task Teamleader aan de zgn ‘Joint Budget Support’-operatie, een ingewikkeld politiek en economisch-technisch proces waarbij alle begrotingssteun aan Oeganda (incl Wereldbank en EU) als één pakket wordt gegeven op basis van één set voorwaarden. Als Task Teamleader heeft hij dat tot een succes gemaakt – onderschrijven alle andere donoren, de WB en het IMF incluis (in emails vastgelegd). Volgens vriend en vijand heeft hij een helse klus geklaard. BZ beloonde zijn werk onlangs met een bonus. Met andere woorden: het is moeilijk vol te houden dat het aan gebrek aan professionaliteit of kwaliteit ligt dat per 1 september 2010 zijn contract niet wordt verlengd.

Officieel zegt BZ: dit contract wordt niet verlengd vanwege bezuiniging (‘taakstelling’). Onderhands is meerdere malen en door verschillende mensen gezegd dat zijn contract niet wordt verlengd als gevolg van mijn artikelen in NRC Handelsblad. Mijn man is met omwegen te verstaan gegeven dat ze hem niet willen hebben als ze zijn vrouw erbij krijgen.

Maxime Verhagen reageerde op Twitter: “Gecheckt: is onzin. Zijn tijdelijk contract loopt in september af, kunnen vanwege bezuinigingen bijna nergens worden verlengd.”

Maar Verhagen heeft de schijn tegen. Eerder al, in 2007, heeft BZ geprobeerd mij het werk te beletten. Na een kritische opmerking over president Museveni in Vrij Nederland, werd ik bij BZ ontboden. Mijn werk was illegaal, vond het departement; er was immers geen overeenkomst met de Oegandese regering over werkvergunningen voor vrouwen van diplomaten. Die stelling was onhoudbaar; ik werk voor NLse opdrachtgevers. Natuurlijk had ik een persaccreditatie. Toen heb ik een document ondertekend waarin staat dat ik geen interne informatie mocht gebruiken (logisch – die scheiding heb ik altijd strikt en streng gehanteerd). Bij geval van twijfel, zo staat er, is het aan mij om te bewijzen dat ik geen interne bronnen heb gebruikt – wat een omkering van de  bewijslast is: schuldig tot je het tegendeel hebt bewezen. Aan die afspraak heb ik mij altijd gehouden.

Toen ik afgelopen oktober in Kampala opnames maakte voor de VPRO Tegenlicht-film …EN WAT ALS WE DE HULP STOPPEN? weigerde BZ de VPRO toestemming om enkele medewerkers van de ambassade door mij te laten interviewen.

Naar aanleiding van het NRC-stuk van 28 november schreef de woordvoerder van minister Koenders gisteren (4 dec) per email: “Ik heb het stuk inmiddels gelezen en dat verdient een serieuze repliek. Ik heb daar op zich geen enkele moeite mee, maar we worden het niet eens over jouw beroep op onafhankelijkheid. Dat blijft natuurlijk ingewikkeld als partner van iemand die op een ambassade werkt. Dat heeft niets met vrijheid van meningsuiting te maken of gevoeligheden op het departement, maar vooral mijns inziens dat je een balans moet weten te vinden tussen je taakopvatting als journalist en de rechten en plichten die je als partner van een ambassademedewerker hebt.”

Over rechten en plichten als partner van een diplomaat heb ik echter nooit iets gehoord of gelezen. Zou BZ in 2006 mijn man deze baan hebben aangeboden met de mededeling dat ik mijn vak als journalist niet zou kunnen uitoefenen, hadden we voor zijn baan bedankt.

Zoals Paul Scheffer een ongemakkelijke waarheid vertelde over de multiculturele samenleving, zo vertellen mijn stukken een ongemakkelijke waarheid over hulp. Scheffer werd verketterd. Opmerkelijk is dat progressieve mensen als minister Koenders en zijn topambtenaren niet hebben geleerd van het multiculturele drama. Juist de verdedigers van de AOW, de multiculturele samenleving, Europa en ontwikkelingshulp, moeten de eersten zijn om misbruik, moeilijkheden en falen aan de kaak te stellen.

In plaats van een eerlijk en open debat te voeren, probeert Buitenlandse Zaken mij te beletten onafhankelijke journalistiek te bedrijven. Wanneer we als Nederland hulp geven aan Afrikaanse landen, eisen we van hun leiders dat ze de persvrijheid respecteren – ook als dat soms ongemakkelijk is. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken neemt represailles voor stukken die hem niet aanstaan – en ondermijnt zo de persvrijheid.

9 gedachten over “#75 Killing the messenger – censuur door BZ, updated 8 dec

  1. Een citaat uit het bericht van de Joop:
    “Daarom heb ik het twee weken geleden op het laatste moment teruggetrokken en er alle scherpe dingen uitgehaald. Vorige week is het alsnog geplaatst in mildere vorm,” verklaarde ze in een telefonisch interview met Joop.”

    Mogen wij die scherpe kantjes dan alsnog vernemen?

    Hoe vaak gebeurt dit eigenlijk, dat journalisten zich inhouden, dan wel informatie achterhouden, omdat hun privé-relaties tot belangenverstrengeling leiden?
    Dit lijk mij bijna een journalistieke doodzonde.

    Het gegeven dat de klimaat-rel door vrijwel alle kranten verzwegen wordt terwijl het in het buitenland groot nieuws is geeft ook al te denken.

    De rol die SDM speelt in PCM vindt ik dan ook uitermate eng.
    http://sevenxseven.wordpress.com/2009/06/23/krantensubsidies-en-internettax-stichting-democratie-en-media-pvda-vult-haar-zakken/

    Ik vrees dat Nederland gewoon te klein is om de machten gescheiden te houden, wij kunnen nooit aan het Amerikaanse niveau tippen. Misschien dat internationale verslaggeving maar eens op Europees niveau bedreven moet gaan worden, misschien dat dat de kwaliteit ten goede komt.

  2. Beste Marcia,

    De PvdA is helemaal niet progressief. De PvdA is de gevstigde orde en die heeft altijd een positie en belang te verdedigen. Dat geldt ook voor de NGO’s. Daar werken mensen die graag hun organisatie in stand houden en hun baan behouden. Dat is heel natuurlijk. Maar niet progressief of veranderingsgezind.

    Soctrates heeft niets anders gedaan dan vragen stellen en is veroordeeld en ter dood gebracht door de gifbeker wegens ondermijning van het gezag. En Galileï, die vond dat de aarde om de zon draait, heeft levenslang huisarrest gekregen. Vrijdenkers en klokkeluiders hebben een prijs te betalen; het is van alle tijden en hoort er gewoon bij.

    Oveigens staan mensen wel open voor veranderingen als ze de weg zien; dus hoe het wél moet. Tenzij mensen hun eigen plek daar niet in zien, want dan is 90% logischerwijs tegen.

    Met Vriendelijke Groet, Mark

  3. Lijkt me wel normaal eigenlijk. Ik zou ook niet graag rechercheurs, rechters e.d. hebben die in hun familie een ruime vertegenwoordiging van bijvoorbeeld mafiosi hebben. Elk beroep waarbij invloed op anderen wordt uitgeoefend heeft z’n eisen/verplichtingen. Een huwelijk betekent dat mensen als het ware een worden en als er zich dan compromitterende situaties voordoen moet een van de twee dus iets anders gaan doen. Zo simpel is dat. Is verder volgens mij ook helemaal niets persoonlijks van het systeem, hoewel mensen dat onderling natuurlijk wel op een vervelende manier kunnen brengen.
    Ik zou trouwens sowieso niet voor een organisatie werken die mijn vrijheid beperkt, maar ik zou zelf wel redelijk en nuchter proberen te blijven als zich een probleem voordoet. We kunnen het nu eenmaal niet allemaal met elkaar eens zijn en dus moet je ook weleens slikken in plaats van schoppen (dat laatste werkt uiteindelijk altijd averechts als je het niet tijdig opgeeft).

  4. Hm, dat riekt.

    Hopelijk kan je man met al zijn merites en de helse klus die hij heeft geklaard weer een goede baan vinden in Afrika en wij mede daardoor genieten van jouw bijdragen aan het debat vanuit Afrika. En ook zonder baan voor je man toch?

  5. Het centrale citaat in dit stuk is dus van Koenders, namelijk : “dat je een balans moet weten te vinden tussen je taakopvatting als journalist en de rechten en plichten die je als partner van een ambassademedewerker hebt”

    Juridisch gezien heb je wellicht het gelijk aan jouw zijde, omdat in de arbeidsovereenkomst tussen je partner en het ministerie, (zo is mijn aanname en jouw bewering) geen secundaire arbeidsvoorwaarden zijn opgenomen.

    Een ambasssade in een ontwikkelingsland echter, heeft niet alleen met interne ambassade-aangelegenheden te maken, maar ook, of beter gezegd met name, (te maken) met contacten met functionarissen van dat betreffende land.

    Die functionarissen redeneren waarschijnlijk, dat de kritische verhalen van de vrouw van een van de ambassade mederwerkers, wellicht de ontwikkelingshulp voor dat betreffende land in gevaar zou kunnen brengen.

    Zij zullen jouw analyses mogelijk interpreteren als (ongewenste) inmenging in de interne aangelegenheden van dat land en zullen zich daarover bij de ambassade hebben beklaagd.

    Om de diplomatieke samenwerking met een dergelijk land niet (verder) te frustreren, zal dus door BuZa zijn geredeneerd, dat de positie van jouw partner een te groot contra-produktief element in zich draagt, om de arbeidsovereenkomst te verlengen. Het beroep van Verhagen op (personeels)bezuiniging kan overigens meer zijn, dan een handige ad hoc ontslag-trouvaille, omdat binnenkort elk departement in Nederland, sowieso twintig procent zal moeten bezuinigen.

    Mijn reactie staat vol met aannames en het Hineininterpretieren door mij, van door jou gegeven feiten en mededelingen terzake.

  6. Het lijkt me duidelijk dat je partner niet te handhaven is in zijn functie. Zodra er ook maar enige schijn van twijfel ontstaat kunnen noch hij, noch zijn collega’s of hun opdrachtgevers hun werk nog behoorlijk doen. Niet “the Messenger” is het probleem, wel de diplomatieke ambtenaar. Natuurlijk bestaan er geen geschreven wetten of regels waar een dergelijke beslissing op gebaseerd wordt, het is een beetje kinderachtig om dat te verwachten. Bij een diplomatieke functie hoort een diplomatiek omgeving. Dat je dat zelf begrijpt blijkt ook uit het censureren van je eigen artikel(en).

    Blijf vooral kritisch schrijven over ontwikkelingssamenwerking, dat is van groot belang. Ik mag hopen dat je op eigen benen kunt staan. Ik mag ook hopen dat je een situatie kunt creëren waarin je je niet genoodzaakt voelt artikelen terug te trekken of te censureren. Het heeft er alle schijn van dat je dat niet zou hebben gedaan als je partner niet op de ambassade had gewerkt.

Reacties zijn gesloten.