Diva’s in debat, Pieternel Gruppen en Lonneke van Genugten, IS nov 2009

Krijgt ontwikkelingshulp terecht de schuld van Afrika’s groeiachterstand? Of heeft het continent zijn eigen logica waarbinnen economie slechts één factor is? IS-columniste Marcia Luyten, zelf een ‘witte’ in Afrika en de Zambiaanse econoom Dambisa Moyo wonend in Europa, zijn beiden kritisch over de hulp, maar bespreken ook hun twistpunten. “In Afrika zijn wij al bejaard.”

foto Anneke Hymmen

Een jaar geleden had nog niemand van Dambisa Moyo gehoord. Maar sinds het verschijnen van haar boek Dead Aid willen studenten, ontwikkelingswerkers, politici en wetenschappers de erudiete Zambiaanse econoom ontmoeten. Time Magazine nam haar op in de lijst van 100 meest invloedrijke mensen. Haar boodschap dat miljoenen Afrikanen de laatste decennia armer geworden zijn door ontwikkelingshulp, wordt te pas en te onpas geciteerd. Volgens Moyo vertraagt de hulp economische groei, bevordert het corruptie en staat het democratie in de weg. Vooral private investeringen moeten de Afrikanen uiteindelijk uit de armoedespiraal trekken betoogt zij. Moyo’s boek roept van Lagos tot aan Oslo controverse op. Ook in Amsterdam waar zij onlangs een Globaliseringslezing gaf in een afgeladen Felix Meritis. Het verhitte debat werd geleid door Marcia Luyten, zelf wonend in Uganda en columnist voor IS en de Pers. De ochtend erna spreken de beide economen elkaar nog eens rustig in hotel l’Europe waar Dambisa in een suite verblijft. Luyten komt fris herfstig binnengewandeld. Moyo is die ochtend nog wat hangerig van de avond ervoor, maar oefent desondanks nog steeds vrolijk op haar uitspraak van ‘doedloepoendoehoeloep’ (Doodlopende hulp, de Nederlandse vertaling van haar boek).

Sommige rechtse politici in Nederland willen hulp drastisch verminderen of zelfs afschaffen. Zij zwaaien met Dead Aid om hun punt te maken. Dambisa, heb je niet het gevoel dat je ideeën gekaapt worden?
Dambisa: “Jullie in het Westen houden ervan mensen in hokjes te stoppen: zwart, wit, voor, tegen, links, rechts. Veel lezers concluderen dat ik rechtse vrije-marktoplossingen aandraag. Terwijl ik al in mijn voorwoord heel duidelijk maak dat Afrikaanse regeringen eindelijk moeten leveren. IS dat geen linkse gedachte? Door te focussen op de links-rechtsdiscussie, mis je de essentie van mijn boek. Hoe kunnen we ontwikkeling creëren, daar gaat het om.”

Marcia: “Ik heb niet de indruk dat Dead Aid echt ‘gekaapt’ wordt door rechts. Er zijn ook veel ‘linkse’ mensen die Dambisa’s kritiek delen. ‘Rechts’ constateert in mijn ogen wel opgelucht dat het debat over hulp niet langer worden gedomineerd door mensen die weigeren te zien waar hulp niet werkt of zelfs perverse effecten heeft.”

Dead Aid is een bestseller. Wereldwijd gingen al tienduizenden exemplaren over de toonbank.
Marcia: “Ik was verbaasd dat de belangrijkste boekwinkel van Kampala het niet had liggen. Een vriend van mij, een hoge ambtenaar op het Ugandese ministerie van Financiën, behoort bij uitstek tot de doelgroep. Maar tot ik hem erover vertelde, had hij nog niet van Dead Aid gehoord. Ik weet niet of het in Afrika al echt ‘ontvangen’ is.
Dambisa: “Mijn boek brengt in Afrika wel degelijk veel teweeg. In Nigeria hebben kranten samenvattingen gepubliceerd. In Rwanda, Kenia en Zuid-Afrika heb ik debatten gevoerd met ontwikkelingswerkers, politici en studenten. Eigenlijk reageert iedereen in elk land hetzelfde. Men onderschrijft mijn analyse, maar dé oplossing vinden is lastig.”

Marcia, jij hebt ook kritische opiniestukken geschreven over de effectiviteit van hulp. Vind je in Dambisa een geestverwant?
Marcia: “Ik ben het met je eens dat er een fundamenteel probleem is met de manier waarop de hulp nu is georganiseerd. Je legt heel duidelijk uit hoe hulp er mede toe heeft bijgedragen dat Afrikaanse overheden nauwelijks verantwoording afleggen aan hun burgers. Regeringen zijn door hulp minder afhankelijk van belastingen. Als ouders schoolgeld betalen voor hun kinderen, eisen zij ook dat er een docent voor de klas staat. Als het onderwijs gratis is, zullen ze minder geneigd zijn dat te doen. Maar verder kijk je wel heel sec alleen naar de financiering van ontwikkeling.”
Dambisa: “Als ik onderwijs, gezondheidszorg en veiligheid erbij had gehaald, was mijn boek veel te dik geworden!”
Marcia: “Maar ik mis een analyse van de politieke en culturele context. Afrika heeft zijn eigen logica, werkt op zijn eigen manier. Het patronagesysteem, waarbij machtige mannen de taart onderling verdelen en kruimels werpen naar het volk, is typisch voor de Afrikaanse samenleving. Zij kopen de steun van hun achterban. Daarover lees ik niks.”
Dambisa: “Is patronage niet gewoon een monarchie maar dan met een andere naam? In het Westen worden dezelfde fenomenen vaak anders beoordeeld dan in Afrika. Neem de bruidsschat. Hoe kun je nou betalen voor een bruid, zeggen ze dan in het Westen. Maar wat is het verschil met een verlovingsring?”
Marcia: Oké, in Uganda is de familie Museveni ook een soort koninklijke familie. Zijn vrouw is minister, zijn zoon loopt zich alvast warm om straks ‘de troon’ over te nemen. Maar het patronagesysteem waarbinnen de familie Museveni de dienst uitmaakt, heeft een veel grotere impact op de verhoudingen binnen de samenleving dan ons koningshuis. Waar het mij vooral om gaat, is dat jij de politiek culturele context helemaal weglaat. Waarom doe je dat?”
Dambisa: Als het om Afrika gaat, krijgen culturele en tribale aspecten veel meer gewicht dan ze verdienen. Ineens mag het continent niet puur economisch bekeken worden, omdat het ‘anders’ is.
Marcia: “Economie is geen natuurlijk, zelfstandig fenomeen. In Europa heeft het calvinisme mede gezorgd voor een bloeiende economie. Of je in de hemel kwam lag al vast. Door hard te werken hoopten mensen in elk geval het aardse bestaan aangenaam te maken. Zo zijn er in Afrika ook culturele factoren die van invloed zijn op de economie.”
Dambisa: “Jij bent econoom en cultuurhistoricus. Ik ben alleen maar econoom, geen politicoloog. Dus daar doe ik geen uitspraken over.”

Als economen kijken jullie met bewondering naar de Rwandese president Paul Kagame, die jullie allebei hebben ontmoet. Tijdens je lezing zei jij, Dambisa, dat Rwanda het beste land in Afrika is om zaken mee te doen. Marcia, jij constateert in een van jouw columns voor IS dat Rwanda een toonbeeld van ontwikkeling is met weinig corruptie en een voorbeeldige levering van publieke diensten.
Marcia: “Je kunt Kagame een verlichte dictator noemen, voorzover het gaat om groei. Kagame heeft een duidelijk plan hoe je de economie van de grond trekt. Wat hij in vijftien jaar voor elkaar heeft gekregen, is wonderbaarlijk. Maar het draait om meer dan alleen de economie. Kagame verwaarloost de emotionele en sociale aspecten van verzoening na de genocide. Daarmee creëert hij het risico van een nieuwe geweldsspiraal.”
Dambisa: “Wat Kagame in korte tijd voor elkaar heeft gebokst, is fenomenaal. In Zambia hebben we gelukkig geen genocide of burgeroorlog gehad, maar we hebben minder economisch resultaat geboekt dan Rwanda. Kagames redenering is dat als je de economie op orde hebt en mensen geld verdienen, er geen voedingsbodem meer is voor geweld. Of dat idee werkt op de lange termijn, moet zich nog bewijzen.”

President Kagame wil eigenlijk zo snel mogelijk af van buitenlandse steun. Oud-president Kufuor van Ghana wijst er juist op dat hulp wel degelijk werkt.
Dambisa: “Ghana heeft veel bereikt onder Kufuor. Hij heeft de handel gestimuleerd en in 2007 heeft de regering een obligatielening van 750 miljoen dollar op de internationale kapitaalmarkt gebracht. Zulke maatregelen bepleit ik ook in mijn boek. Het is al heel wat dat Kufuor zich zo direct uitspreekt. Hoeveel Afrikaanse leiders zeggen hardop of ze voor of tegen hulp zijn? Of bespreken openlijk hun strategie voor economische groei? Deze lacune wordt gevuld door mensen die niet democratisch gekozen zijn. Bij de G8 zien we geen Afrikaanse leiders, maar popsterren en criticasters zoals mijzelf, die de stem van Afrika vertolken.”

Toch is er wel degelijk publiek voor zulke ambassadeurs. De Globaliseringslezing leek ook wel een uitverkocht popconcert. Mensen lagen nog net niet met een slaapzak in de rij.
Dambisa: “Een goede vriend van mij is een succesvol auteur en hij zei tegen me: ‘Er komt straks een orkaan op je af als dit boek een hit wordt, daar doe je niks tegen’. Hij had gelijk. Ik ben erg op mijn privacy gesteld. Ik houd ervan om naar de supermarkt te gaan en aan de sinaasappels te ruiken voordat ik ze koop. Ik ga graag uit. Dan wil ik niet gevolgd worden door hordes fans. Mensen hebben het idee dat ze op internet alles over je mogen zeggen. Foto’s plaatsen waar je raar opstaat. Daar moet je ook maar tegen kunnen. Ik wil wel terugkeren naar Afrika. Dat zie ik steeds meer gebeuren om mij heen. Ooit wil ik gewoon beleidsmaker zijn, misschien wel in Zambia, maar of dat er nog van komt? Ik ben al veertig. In mijn land is de levensverwachting 37 jaar. Marcia, hetzelfde zie jij vast ook in Uganda. In Afrika zijn wij al bejaard. De volgende generatie zit ons op de hielen.”

Wordt het gat dat migranten achterlaten door Chinezen gevuld? De Chinezen zijn onze vrienden, staat er in Dead aid. Niet alleen asfalteren ze in hoog tempo de Afrikaanse wegen, China’s honger naar gronstoffen en ruwe olie is een gouden kans voor Afrika.
Marcia: “De situatie is veel complexer dan jouw optimistische Halleluja–benadering. Uganda wordt overspoeld met Chinese schoenen, kleren en huishoudelijke spullen. Op straat, in de winkels, op de markt, alles is made in China. Uganda zou het zelf nooit goedkoper kunnen produceren dan China. Stel dat Uganda tariefmuren opwerpt, dan kun je Chinese investeringen in infrastructuur verder ook wel vergeten. Dan zijn de Chinezen je vrienden niet meer.”
Dambisa: “In de Verenigde Staten en in Europa stromen die Chinese goedkope spullen toch net zo goed binnen?”
Marcia: “Ja, maar het verschil is dat Europa en Amerika hun eigen industrieën hebben kunnen ontwikkelen. Afrika niet.”
Dambisa: “En waarom niet? Dat is de vraag. En het antwoord: een zwak beleid.
China dumpt z’n spullen en neemt grondstoffen mee. Afrikaanse overheden kunnen met de vuist op tafel slaan en roepen: ‘We willen die rommel niet, we gaan invoertarieven heffen’, maar ze kunnen ook zeggen: ‘Als jullie zaken willen doen en naar mineralen willen graven, dan kunnen we daarover praten’.”
Marcia: “Maar Afrika zou meer moeten profiteren van China’s behoefte aan voedsel. China koopt op dit moment grote lappen grond op. Dat is een kardinale fout van de Afrikaanse regeringen. Zij moeten niet de grond verkopen, maar geld verdienen met de producten, zoals bonen en cassave, die ze erop verbouwen.”

Dambisa, jij woont al bijna twintig jaar buiten Zambia. Marcia’s wereld bevindt zich ergens tussen Afrika en Amsterdam. Wie van jullie twee heeft het meest Afrikaanse perspectief in de kwesties die jullie het afgelopen uur hebben aangeroerd?
Dambisa veert op: “Waar heb je het over? Professor Jeffrey Sachs gaat drie dagen naar Afrika en analyseert armoede dan ineens met een Afrikaanse bril. Dat is zijn perspectief. Marcia is opgegroeid in Nederland en woont nu in Afrika. Dat is haar perspectief. Ik ben opgegroeid in Afrika en woon nu in Londen. Zo heeft iedereen z’n eigen perspectief. Hoe kan het ene ‘meer’ of ‘minder’ zijn dan het andere?”
Marcia: “Ik probeer wanhopig om van binnenuit te begrijpen hoe Afrika werkt, hoe de macht verdeeld wordt. Nogmaals, jouw blik is puur technisch. Ik mis echt het besef dat Afrika zijn eigen logica heeft.”
Dambisa: “Wij Afrikanen zijn ook mensen. We willen eten, we willen vakantie en een breedbeeldtelevisie. China en India zijn in cultureel opzicht ook totaal verschillend van Nederland of Engeland, maar toch hebben die landen een economische groei van 10 procent. China lukt het, India lukt het, waarom Afrika dan niet?”