# 68 Fluwelen wegen

“If you live in filth, you choose to live in filth.” De woorden van een Brit in Addis Abeba, komen boven als ik van Oeganda Rwanda binnen rij.

De twintig meter van de ene grenswacht naar de andere maken een wereld van verschil. Tot mijn enkels draai ik door ongeasfalteerde derrie om mijn thuisland uit te komen. In Rwanda is het teer aangeveegd. Reizigers staan droog onder een afdak als ze hun entreebewijzen invullen.

Vervolgens zoemen mijn auto en ik over fluwelen wegen door fluweelzachte heuvels. De straten zijn heel. De berm proper. De agent draagt een badge met ‘Geen Corruptie’. Het land oogt als een missiepost.

Met meer of minder armoe heeft dit niks te maken. Oeganda is aanzienlijk rijker dan zijn zuiderbuur (met een BNP per capita van 1000 versus 230 dollar). Mensen hebben meer spullen en minder honger. Ook wie weinig geld heeft, vindt in Oeganda altijd iets te eten. Rwanda is zevende op de lijst van allerarmste landen ter wereld. Plattelandskinderen in vodden eten eens in de twee dagen.

Orde en tucht dragen er discipline als vrucht. Ook in Oeganda moesten families huishoudelijke voorschriften naleven – latrine graven, voorraadhut bouwen en vullen met maïs en sorghum, muggenlarven doden met een druppel olie in waterplassen. Totdat na 1986 lokale bestuurders werden verkozen. Sindsdien worden de regels niet meer afgedwongen. De bestuurder vreest anders voor zijn herverkiezing. En dus poepen Oegandezen in het gras. Elke dag sterven 325 mensen aan malaria.

De Rwandese regering controleert alles. Plastic zakjes zijn verboden. Nergens zwerft vuil. Straatverkoop is illegaal – en de economie levendig als een begraafplaats. Rust en reinheid gelden hier ook het immateriële bestaan. Er zijn gevaarlijke woorden, verboden vragen. De gemiddelde Rwandees wantrouwt zijn eigen gedachten, want de geheime dienst is overal.

Volgens de nieuwe wet op Genocide Ideologie, is spot of een grap over een groep goed voor jaren in de bak. Wie jaloers is op zijn buurman, beschuldigt hem van een foute opmerking. En dus is het in dat nette land doodstil. Rwandezen van een zekere groep houden het hoofd omlaag. De mond dicht.

Terug in Oeganda voelt de lawaaiige zooi als een feest.

***

Fluwelen wegen verscheen in Internationale Samenwerking van juni 2009