Pray the devil back to hell: vrouwen in Liberia en Oeganda, NRC Next, 2 april 2009

Natuurlijk kent ze het verhaal van de Liberiaanse vrouwen. Alsof ze er bij was, met zo veel vuur vertelt Miria Matembe, godmother van de Oegandese vrouwenbeweging, hoe in 2003 de burgeroorlog in Liberia eindigde: doordat vrouwen vrede eisten. Een ketting van mensen sloot de onderhandelaars van de president met de rebellen op in een vergaderzaal en er kwam een vredesakkoord. Ze hielden hun witte T-shirts aan en de witte doeken om hun hoofd, tot de vrede veilig was. Tot Ellen Johnson Sirleaf in 2006 Liberia’s eerste vrouwelijke president werd.

De heldendaad van de vrouwen van Liberia opent 2 april het Movies that Matter– Filmfestival in Den Haag, in de documentaire Pray the Devil Back to Hell van regisseur Gini Reticker.

Toen in 2002 Leymah Gbowee voor de zoveelste keer met haar kinderen vluchtte voor de moordende, verkrachtende, armen en benen afhakkende rebellen, begon ze uit wanhoop een actie: vrouwen – christenen en moslims – gingen bidden voor vrede. Dat haalde niks uit. Dus togen de vrouwen in witte kleren naar een groot kruispunt. Hun wapens waren spandoeken die schreeuwden om vrede, en een volharding die zelfs Charles Taylor, brute aanvoerder van legers gedrogeerde kindsoldaten, tot een concessie dwong. Hij zou met de rebellen van het LURD onderhandelen. Daarop begonnen de vrouwen hun diplomatieke powerplay. Ook de rebellen gingen naar de onderhandelingstafel in Ghana.

De vredesvrouwen zamelden geld in en togen met tweehonderd naar Accra. Daar laafden de mannen – rebellen en Taylor’s afgevaardigden – zich aan vijfsterrenluxe. De vrouwen zaten weken op de stoep, te wachten. Hun lied van verlangen zong van een Liberia zonder oorlog. Zelfs toen thuis, in Monrovia, de oorlog als een uitslaande brand hun mannen, kinderen en vrienden door de straten joeg.

Toen de rebellen via het raam probeerden te vluchten en ze dreigden de vrouwen te zullen oppakken, speelde Leymah Gbowee haar laatste kaart. Ze begon haar kleren uit te trekken. Geen grotere schande voor een man dan het moeten aanschouwen van een naakte moeder. Ook de andere vrouwen begonnen zich uit te kleden. De onderhandelingen werden hervat en het vredesakkoord getekend.

De vrouwen hadden beet en lieten niet meer los, want “Peace is a process, not an event”. Ze grepen in toen de uitvoering van het vredesakkoord gevaar liep. Ze ontwapenden kindsoldaten. Ze voerden campagne voor Johnson Sirleaf.

In Oost-Afrika voelt Miria Matembe zich nauw verwant met de Westafrikaanse Leymah Gbowee, Etweda Coopers, en de andere Liberiaanse vredesstrijders. Ook Oegandese vrouwen lijden onder veelal door mannen veroorzaakt gelazer; zoals de wreedheden van het Verzetsleger van de Heer of toegenomen huiselijk geweld. Al 25 jaar vecht Matembe voor democratie en vrouwenrechten – als activist, van 1989 tot 2006 als parlementariër, en tussendoor vijf jaar als minister van Ethiek en Integriteit. Anders dan haar zusters in Liberia, heeft Matembe niks te vieren.

De suggestie dat ook in Oeganda vrouwen vastbesloten lijken zich te ontworstelen aan hun positie van mishandelde steunbeer, veegt Matembe van tafel. Vrouwen worden meer door hun naasten geslagen dan voorheen. Een wet tegen huiselijk geweld ligt al tientallen jaren op de plank. Op internationale vrouwendag hield de vrouwenbeweging een grote wake om de ruim 100 vrouwen te herdenken die afgelopen jaar stierven aan hun verwondingen. De parlementariërs beloofden de wet snel in te voeren.

Is zo’n toezegging geen politieke winst? Het is nog geen deuk in een pakje boter, vindt Matembe. Die wet komt er toch niet. “Oegandese mannen willen namelijk niet dat vrouwen gelijke rechten krijgen.” De regering brandt er daarom zijn vingers niet aan. Sterker nog, zegt Matebme, mannen met macht zijn bang voor vrouwen. “Hoe meer vrouwen in de regering, hoe meer democratie, hoe minder corruptie. Ik wil niet zeggen dat vrouwen betere mensen zijn, maar in een schone omgeving, zijn ze minder corrupt.”

Haar teleurstelling is geen geheim. “Ik ben wanhopig. Ik ben zó gefrustreerd.” Waarom lukt óns niet wat ze in Liberia deden? Waarom voeren we niet met duizenden actie om zo’n wet tegen huiselijk geweld af te dwingen?!

President Museveni deed alsof de vrouwenzaak hem aan het hart ging, toen hij in 1986 aan de macht kwam. Hij bleef zeggen: “In het voertuig van de vrouwenemancipatie, zit ik aan het stuur”. Nu is Matembe duidelijk dat die kar nergens heen rijdt. Museveni gaf vrouwenactivisten een plek in de regering – en maakte ze onschadelijk. Matembe zelf stapte als minister op toen ze zich verzette tegen een wijziging van de grondwet die de president eindeloos veel ambtstermijnen gunde. Haar kameraden in de strijd bleven op het pluche.

De oude garde feministen is ingepakt. Een nieuwe generatie is er niet. De jonge vrouwen missen drie dingen, zegt Matembe, de ingrediënten die de vrouwen in Liberia hun overwinning brachten: bezieling, toewijding en opofferingsgezindheid. Waarom hadden Leymah Gbowee en haar strijders dat wel? “Wij hebben blijkbaar nog niet in de echt diepe afgrond gekeken.”