# 63 Kleur

‘Waarom zijn Oegandezen op reclameborden altijd minder zwart dan die op straat?’ Kleuters kunnen goed kijken. Is het antwoord: Omdat Jezus wit was?

Soms vraagt een alledaags inzicht een kleuteroog. Toen het Amsterdamse vriendje van mijn zoon op bezoek was, bestudeerde hij een billboard. Daarop jonge Oegandezen vrolijk in de weer met hun mobiele telefoons. Toen de file verder kroop vroeg Bo: “Waarom zijn de mensen op de reclameborden lichter dan de mensen op straat?”

Als je al een antwoord hebt, leg je dat niet zo snel uit. Gelukkig had de Oegandese chauffeur geen moeite met de vraag. De mensen in reclames zijn zo licht omdat Jezus wit was. Daarom worden witten gezien als goed en zwarten als slecht. Wie in Afrika wat wil verkopen, doet dat met lichte zwarten.

In zwart Afrika staat wit voor succes. En voor eerlijk en betrouwbaar en behulpzaam. Toen ik een auto ramde, ging de chauffeur ervan uit dat ik zou betalen. Soms zou je bijna denken dat zelfs onder zwarten kleur zich in hiërarchie vertaalt. Kijk naar de landen om mij heen. In Rwanda domineren opnieuw Tutsi’s over de vaak donkere Hutu’s. In Soedan heersen ‘Arabieren’. Al Bashirs mannen zijn niet Arabisch, ze zijn moslim en minder zwart dan de Dinka en de Nuer uit het zuiden van Soedan. In Oeganda zijn de Bahima van president Museveni’s stam van melkchocolade, lichter dan Noorderlingen als Idi Amin – die de kans kreeg om deze idiote hypothese te ontkrachten. In de krant stond vorige week een foto van een zak met daarin de resten van een onthoofde vrouw. Ze was ritueel geslacht. Het artikel meldde dat de vrouw gelakte nagels had en van een light complexion was.

Sinds de blanke man met Jezus aan kwam zetten en zich de baas verklaarde in Afrika is wit het referentiepunt voor vooruitgang, welvaart en rijkdom. Maar de medaille heeft een achterkant: de witte wordt ook verantwoordelijk gehouden voor Afrika’s armoede.

Op de eertijds beroemde Makerere-universiteit doceert de decaan Sociale Wetenschappen dat Afrika’s misère komt door racisme. Laatst gaf een Nederlandse afrikanist er college. Hij zette wat kritische kanttekeningen bij die verklaring: zou het misschien niet ook kunnen liggen aan Afrika’s roofzuchtige elite? Hij is uitgejoeld.

Welke verklaring je ook aanstaat, feit is dat vijftig jaar na de onafhankelijkheid menig Afrikaans land aan een westers hulpinfuus ligt. Nog even en de hulpafhankelijkheid duurt net zo lang als de gemiddelde kolonisatie – een jaar of zestig.Met het geld van de witte donoren komt ook hun bemoeizorg, komen hun voorwaarden, en dát wekt irritatie – bij vooral de Afrikaanse bovenlaag van vandaag. Zelf zijn die Afrikanen niet arm meer. Hun rijkdom in vastgoed en Zwitserse Franken overstijgt die van een doorsnee welgestelde witte. Hun woede is gekeerd tegen iets als een natuurwet: de hand van de gever hangt altijd boven die van de ontvanger.

**

Kleur verscheen in De Pers van 18 februari 2009