# 38 De vrije ruimte

In het vliegtuig verlang ik naar Afrika; naar zijn warme geur van stof, smeulend vuur, rijp fruit en gerookt water. maar slenteren en rondhangen kan ik er bijna nergens.

In het vliegtuig terug naar Afrika verlang ik naar huis, naar Kampala. Lief en kinderen zijn daar al. Ook hou ik van het licht en de warme geur van stof, rijp fruit, smeulend vuil en houtvuur. Een paar dagen voordat ik naar Nederland ging, kampeerden we hoog boven een kratermeertje in Kibale Forest, machtig regenwoud in West-Oeganda.

De douche op dit veldje in het bos maakt van het gebrek aan stromend water een luxe – het soort van fysiek genot dat in Nederland ineens overal wellness bleek te heten. Aan een boomtak hangt aan een touw een zinken emmer met een douchekop aan de onderkant. De lucht is nog prikfris als we op een houtvuur water uit het meer koken, de emmer vullen en omhoog takelen, waarna we het rokerige water over onze rug laten lopen. Kleutermans danst van plezier onder het water dat ruikt naar gerookte paling. Daar, in een tent in het bos, schenkt Afrika de vrijheid waarvoor menige witte dit continent bemint.

Veel vaker voelt Afrika opgesloten. Van de ene ommuurde omgeving naar de andere. Waar geen bewakers zijn, is het roekeloos om je auto te parkeren; dan verlies je om te beginnen je spiegels. En natuurlijk ga ik naar de markt, ik loop over straat – in Rwanda reed ik op mijn fiets, maar nergens is de openbare ruimte vriendelijk voor slenteraars. De Afrikaanse stad is voor passanten. Het dorp – met onder een grote boom een hangplek voor het palaver – is niet voor ons witten.

Waar ík nog als een voetballer de vrije ruimte opzoek, wil mijn kleuter niet meer voorbij de muur. Door het onvoorstelbare gedwongen, heb ik hem moeten vertellen van boze mannen die kinderen meenemen, waarna ze hun vader en moeder nooit meer zien. Child sacrifice – het offeren van kinderen in animistische rituelen – is sterk toegenomen, waarschuwen Oegandese kranten. Een wit kind zou volgens Oegandese vrienden de hoofdprijs zijn.

Verlangend naar Afrika weet ik ook dat ik er Amsterdams parken, pleinen en grachtenterrassen – de publieke ruimte – zal missen als een dierbare vriend.

**
De vrije ruimte verscheen in De Pers van 11 juni 2008