# 23 De marathon van Kampala

De nacht voordat Jens P. de marathon van Kampala gaat lopen houdt
zijn horloge ermee op. Hij waant zich verloren, maar de volgende dag komt de genadeklap uit onverwachte richting.

De Kampala-marathon loop je niet voor een strakke tijd. Amsterdam heet snel. New York is gaaf. Kampala verschrikkelijk. Het is leuk voor wie niet kleinzerig is en daar eer in stelt bovendien. Zo bezien is Jens P. de ideale Kampalarunner. Met harde tegenwind een steile berg op sprinten, dat vindt hij leuk. Jaren geleden zwom hij voor Denemarken op de Olympische Spelen. Oudjaar viert hij in Khartoum.

Afzien is dus lekker. Maar omdat Jens P. ook graag wint – de marathon van zichzelf – besloot hij de 42,2 kilometer te bewaren tot hij in Rome over Circus Maximus rennen mag. Per slot van rekening doet een lijf maar twee, hooguit drie marathons per jaar.De halve marathon van Kampala dus. Het begon niet goed. Twaalf uur voor het startsein hield zijn horloge ermee op. Of beter: zijn met drie satellieten verbonden hardloopcomputer die registreert hoeveel meters hij met welke snelheid en hartslag loopt. De gewezen topsporter die ook voor een marinier kan worden gehouden raakt zelden van streek. Nu was de paniek nabij.

Terwijl hij pasta etend en liters water drinkend op de bank had moeten liggen, bediende de loper bezeten zijn computer. Ergens op internet moest staan hoe hij het apparaat tot leven ging wekken. Het was na middernacht toen hij het opgaf.

Verslagen voordat de wedstrijd was begonnen. “Ik kan niet lopen”, zei hij zijn vrouw.

De echtgenote, zelf oud-Olypisch zwemmer en in staat tot medeleven waar het de zelfverkozen martelgang betreft: “Doe niet zo idioot. Je loopt met je benen. Dat gaat ook zonder horloge.”

En dus stond Jens P. half zeven aan de start. Overal om hem heen sprongen Oegandese lopers jumping jacks. De concentratie die van gewoontes rituelen maakt, deed Jens P. aldoor zijn lege pols controleren. Maar toen de meute bewoog deden zijn benen inderdaad gewoon mee.

En hij liep goed. De 21,1 kilometer van de halve marathon zitten in zijn benen gebrand. Geen heuvel die hem verrast. De potholes staan op zijn radar. Hij is gewend aan de diepe haal zwavel na een taxibusje.

Na 1 uur en 31 minuten passeerde Jens P. zijn eindstreep. Geen slechte tijd, dat wist hij best. Maar wel 2 minuten langzamer dan zijn schema. Uren later was de loper nog boos. Zijn lijf had gelopen als de machine die hij had getraind. Waar had hij twee minuten verspeeld?

Die middag reed Jens P met zijn auto het hele parcours na. De halve marathon van Kampala was 900 meter te lang.
***

Kampala-marathon verscheen in Vrij Nederland, 5 januari 2008