# 19 Koningin op Owino

De Queen en de duizenden vergaderaars voor de Gemenebesttop hebben het beste van Kampala overgeslagen: Owino, middeleeuws doolhof. Bepakt met kilo’s stof kan ik de weg naar buiten niet meer vinden.

Het is maandagochtend en de koningin is net weg. In het hart van old Kampala zijn de marktkooplui op Owino er nog vol van. Niet dat ze veel hebben gemerkt van de Gemenebesttop waarvoor Queen Elizabeth, Prince Charles, Gordon Brown, 35 staatshoofden en 5000 delegatieleden naar Kampala kwamen.

De stad was dagen dicht en zo ook de markt. Donkere auto’s moesten hard van hotel naar presidentieel paleis kunnen rijden. Het Gemenebest heeft een spoor getrokken van wegen zonder kraters en licht in de nacht. Zelfs Oegandezen die zich ergerden aan de elite die zich ‘heeft volgevreten’ aan de Gemenebesttop, staan versteld van wat hun stad heeft klaargespeeld. “We hadden het nooit voor mogelijk gehouden”, zegt een kritische burger. “Maar Kampala heeft functionerende stoplichten.”

Het is niet gelogen. En anders dan de even revolutionaire lantaarnpalen, werken ze allemaal. Het anarchistisch verkeer wacht voor rood. Onder de stoplichten staan in hagelwitte kostuums politiemannen – alsof ze luitenant ter zee zijn op een weg in rood stof . Een witte handschoen wappert naar de stroom die bewegen mag.

Alleen op Owino is niks nieuws. De stad is gepimpt maar de markt is zijn middeleeuwse zelf. Kampala’s grootste attractie is de Gemenebestgangers onthouden.

Op een oppervlak als het Museumplein kronkelt een mensenmassa door duistere 1-mans-brede gangetjes langs kilometers waar. In de wereld van de stoffen snorren voetgetrapte naaimachines. Maar Owino is geen souk als in Marakkech. Het is charmant, maar weinig is er mooi. Hier vind je nieuw H&M-spul van 4 seizoenen terug. Chinese schoenen en bergen plastic.

Owino binnengaan is gemakkelijk – de brommertaxi stopt bij de ingang. Op eigen kracht eruit komen onmogelijk. Met kilo’s aankopen tol ik rond. ‘The exit please? Totdat een meisje mijn hand pakt. Ze loopt en loopt en voert de verloren witte naar waar het donker is en de rook dik en heet. Gekookte cassave smoort de adem. Dit is de keuken. Tussen metersbrede kookpotten op houtskool glibber ik over vermolmde planken.

Om die voorzichtige passen lacht het meisje me uit. Dan zwiert ze haar armen in een groot gebaar en roept: “Here comes Queenie!” De vrouwen in het inferno van de gaarkeuken schateren het uit. Tot aan het daglicht word ik toegejuicht. “Queenie! Queenie!”

***
Koningin op Owino verscheen 28 nov 2007 in De Pers