# 17 De vieze vogel dood

Nog twee weken en Queen Elizabeth landt in Oeganda. Is in de grote beautification van Kampala een massamoord gepleegd?

Ik denk dat het begon met het omhakken van hun bomen, de verdwijning van de vieze vogels. Hun favoriete takken op de rotondes van Kampala waren in een nacht tijd met boom en al weggehaald.

De maraboes deden niet flauw en verhuisden naar hogere bomen. Van daar vlogen ze af en aan naar altijd halfbrandende vuilnisbelten in de straat. Met hun kromzwaarden van snavels ploegden ze door smeulende zooi. Ik dacht dat het om die voorliefde voor afval was, dat de Oegandezen de pest hebben aan maraboes. Een Oegandees legt uit dat dat komt doordat iedereen ‘het’ wel eens op zijn pak heeft gehad. Dat dat zo groot is en zo slecht ruikt dat je naar huis kunt om je te verkleden.

Dat is dan weer niet moeilijk voor te stellen. Met een lijf dat half ooievaar is en half pelikaan, een kop vol pokdalige vlekken met een halve meter vale snavel, heeft de maraboe weinig aaibaars. Hij eet vieze dingen dus poept-ie vieze dingen, dat lijkt logisch. Maar hij hoort bij Kampala als de duif bij Amsterdam.

Van de ene op de andere dag waren ze weg. Terwijl de hele stad is opgebroken omdat Kampala zich klaar maakt voor de komst van Queen Elizabeth, half november, rij ik uren door de stad. Na twee uur heb ik nog geen levende vogel gezien. Ook geen dooie, trouwens.

Voor de Gemenebesttop met vijfduizend man hoog bezoek moet de stad aan kant. De straatkinderen zijn een paar maanden geleden opgepakt en naar Karamoja gereden. Maar vogels laten zich niet uitzetten. Die vliegen terug. Ik vraag het mijn Afrikaanse buurvrouw. Zij aarzelt geen tel. De maraboes zijn vergiftigd. Heeft ze dan dode vogels gezien? Nee, natuurlijk niet, zegt ze. Dat gaat net als wanneer ‘ze’ de straathonden vergiftigen. Die krijgen ’s avonds vlees met gif, en voordat de zon opkomt zijn de honden geruimd.

Ik had nooit iets met de lelijkerds in de bomen. Maar als ze mikpunt van een genocide zijn alleen voor de beautification van Kampala, dan is compassie hun deel. Zojuist, in de stad, zag ik een clubje overlevenden. Wel ontheemd, hoog boven in een palmboom. De rug gebogen klingelden hun roze neklellen tegen elkaar. Het leek een partijtje troost.

***
De vieze vogel dood verscheen als column in Internationale Samenwerking van november 2007