Het rampenkapitalisme van Naomi Klein, De Pers, oktober 2007

Het nieuwste boek van Naomi Klein is een thriller en wat ze beschrijft, is echt gebeurd. De Canadese journalist en activist gaat niet achter een onopgeloste moord of sekte aan. Nee, Klein schrijft over gebeurtenissen die we allemaal kennen van het Journaal.

Over New Orleans na Katrina, Sri Lanka na de Tsunami en New York na 9/11. Over Chili onder Pinochet en over Jeltsin die Ruslands parlement in brand stak. Over de junta in Argentinië en over oorlog in Irak.

Wat ze allemaal gemeen hebben, is een meervoudige shock. Eerst is er de crisis: een overstroming, staatsgreep of terroristische aanslag – shock nummer een. Dan komt de tweede shock: voordat de bange burgers weer bij zinnen zijn, worden ingrijpende economische hervormingen doorgevoerd. Die volgen een standaard recept: privatisering van overheidsdiensten, deregulering van de markt en terugdringing van overheidsuitgaven. Vaak volgt een derde shock: mensen die zich verzetten tegen de neoliberale verrassingsaanval, krijgen het zwijgen opgelegd. Soms zo hardhandig dat ze verdwijnen (Argentinië), worden gemarteld (Chili, Irak) of doodgeschoten (China).

Naomi Klein werd zeven jaar geleden wereldberoemd toen ze met NO LOGO het evangelie schreef voor andersglobalisten. Daarin liet ze zien hoe merken hun jeans en sportschoenen lieten maken in mensonterende naaiateliers. Toen de wereld wist wat een sweatshop was, waren Nike, Levi’s en de rest gedwongen om de mensen die hun ballen, broeken en schoenen naaien, fatsoenlijk te behandelen.

Het boek The Shock Doctrine, the Rise of Disaster Capitalism is ambitieuze onderzoeksjournalistiek. Klein trakteert op drie decennia, soms bloedstollende, economische geschiedenis. Het kwade genius achter het radicale vrijemarktdenken: de econoom Milton Friedman, Nobelprijswinnaar, goeroe voor neo-liberale economen en regeringsleiders. Toen Friedman eind vorig jaar overleed, 94 jaar oud, schreven kranten necrologieën als over een heilige. The Wall Street Journal noemde Friedman ‘FREEDOM-MAN’.

Leuke klankrijm, maar Kleins belangrijkste punt is dat daar niks van klopt. Kapitalisme brengt geen vrijheid. Integendeel. Omdat ongebreideld kapitalisme de meerderheid van de bevolking armer maakt, komen burgers tegen de vrije markt in opstand. En daar wordt een stokje voor gestoken. Door een alsmaar rijkere minderheid.

Klein kwam op het idee voor dit boek toen ze in 2003 Irak bezocht, vertelde ze afgelopen donderdag bij de Globaliseringslezing in het Amsterdamse Felix Meritis. Het was niet lang nadat Saddam Hoessein was afgezet en onder Amerikaans bewind werden nieuwe spelregels geschreven. Klein: ‘Terwijl Irakezen daas waren van de bombardementen, kregen ze een totaal nieuwe politieke en economische orde opgelegd.’ Een shock therapy. Ze vertelde dat haar tolk worstelde met het vertalen van maatregelen waar een Irakees geen woord voor heeft. Klein: ‘Hij wist niks van ‘privatisering’ omdat het als beleid niet bestond.’ Maar in Irak werd alles geprivatiseerd. Tot aan de oorlog aan toe. En overal verschenen Amerikaanse bedrijven om het geruïneerde land op te bouwen.

Daar zag Naomi Klein het patroon dat ze vervolgens herkende op tientallen andere plekken waar zich een crisis had voorgedaan: small government en big business vallen samen in het rampenkapitalisme. ‘Geen Amerikaans bedrijf heeft zo veel verdiend aan de oorlog in Irak als Halliburton’, zegt Klein. Het aandelenpakket van oud-Halliburton topman, vicepresident Dick Cheney, is nu miljoenen meer waard.

The Shock Doctrine zet meer dan eens de gangbare versie van de geschiedenis op zijn kop. Neem China, 1989, het bloedig neergeslagen studentenprotest op het Tiananmen-plein. Naomi Klein laat zien dat de studenten niet protesteerden tegen de communistische orde. Nee, ze verzetten zich tegen de neo-liberale hervormingen die Deng Xiaoping had bedacht, samen met, inderdaad: Milton Friedman. De communistische top zou zich enorm verrijken. En dus eisten de studenten een democratische stem om ‘nee’ te zeggen.

Tegelijkertijd laat het voorbeeld van China ook zien waar Klein minder goed in is. Ze heeft weinig oog voor gemengde motieven en toevalsfactoren. Zo maakt ze de geschiedenis minder weerbarstig dan die in werkelijkheid is. Haar wereld gaat zo een beetje lijken op een sprookje: je hebt goed en je hebt kwaad en ze zijn duidelijk te onderscheiden.

Hoe ironisch de geschiedenis kan zijn, laten diezelfde Chinese studenten zien. Amerika nodigde demonstranten uit als politiek vluchteling. Zeshonderdduizend gingen er naar de VS om te studeren, meer dan er ooit op het Plein hadden gestaan. Nu keren de meesten terug om – tweetalig en tweecultureel – succesvol zaken te doen in ultrakapitalistisch Sjanghai.

Zijn het dit soort constateringen waarbij de activist de journalist in de weg loopt? Klein: ‘De echte sprookjeswereld is wat ons door Reagan of Bush wordt voorgehouden.’