# 4 De baten van naaktgaan

Eindelijk zag ik de Wouter Tapes. Een grote ambitie om kleine problemen op te lossen. Niet al te rigide overtuigingen. Precies zoals Karl Popper het graag zou hebben gezien.

Eindelijk zag ik ze. De Wouter tapes. Niet dat ik in Kampala alles meekrijg van het debat in Nederland, maar deze film kwam met genoeg tumult. Uren zat ik achter mijn laptop, te wachten op de Grote Ontgoocheling. Verlangend naar fijn politiek theater, tartte het bufferen van de Dell mijn harmonieus gemoed. Het was de internetverbinding die de kandidaat-premier liet hakkelen. Mercurius leverde zijn adviezen in letterlijke bits en pieces. Toen zelfs Frans Timmermans niet meer tot zijn recht kwam, besloot ik het genot uit te stellen tot een Nederlandse breedbandverbinding. Afgelopen week was het zo ver.

Amai wat een sof. Goeie film hoor, mooi en sfeervol gemaakt, daar ligt het niet aan. Maar wat een koude drukte. Verbijsterend dat half Nederland schande sprak van een zo weinig opzienbarende constatering: Wouter Bos is geen visionaire denker. Zo ken ik er nog wel een paar. André Rouvoet een steil Christen. Marijnissen oprecht en waarachtig een man van het volk.

Het lijkt wel een reprise van het AOW- scenario. De man geeft iets bloot wat al lang niet meer verhuld was. Het wordt gegoten in een andere verpakking en de boot is aan.

En dat terwijl Bos in zijn campagnedagboek heel erg echt lijkt; sympathiek, oprecht en waarachtig – toch de kwalificaties waarmee een politicus vandaag de dag punten scoort. Hij is bewonderenswaardig eerlijk over zijn twijfel – al moet je je dan wel afvragen of iemand die zo slecht inschat hoe media, publiek en politiek zich als hongerige wolven op zo’n getuigenis gooien, geschikt is om het land te leiden. Hoe sympathiek de eerlijkheid ook aandoet, politiek verdraagt natuurlijk geen transparantie. Soms is het poker. Toch ook maar een beetje Machiavelli lezen.

De kritiek op de Wouter Tapes is hard en zuur. Geen visie. Geen ideaal. Geen idee. En hij stelt zijn mening nog bij ook. Het papagaaienkoor leek unisono. Terwijl een paar dagen na de laatste Tapes Karl Poppers De open samenleving en haar vijanden in Nederlandse vertaling verscheen. Recensies prijzen het politiek-filosofische werk de hemel in. ‘Magistraal’. ‘Zestig jaar na dato nog zo actueel.’ ‘Een van de belangrijkste boeken van de eeuw’, zei eerder the Times.

Popper concludeert dat utopische politiek gevaarlijk is. Grote idealen hebben voor grote ellende gezorgd, en dus pleit Popper voor politiek van kleine stappen. Hij noemt het piecemeal engineering. Concrete problemen oplossen met trial en error. Wat niet werkt kan zonder veel schade worden gestopt.

In de Wouter Tapes wordt Bos gevraagd naar zijn grote drijfveer, naar zijn ideaal. Waar droomt hij van? Aanvankelijk in verlegenheid gebracht, reageert Bos in tweede instantie geïrritteerd. “Waar ik van droom?! Ik droom niet van politiek.” Wat hij wil? Concrete problemen oplossen. Dat je ouders goed worden verzorgd in een verpleeghuis. Dat je kind naar een goede school kan. Bos: “Daar worden mensen een beetje gelukkiger van.”

Sir Karl Popper had het graag zo gezien.

Maar waar waren Wouters slimme jongens om de bal alsnog naar dat doel te spelen? Misschien zit daar wel Bos’ grootste misser. Te veel gelijkgestemden om zich heen.

Tot slot. Wie zich zo onverschrokken blootgeeft als Bos in de Wouter Tapes, moet overtuigd zijn van de baten van naaktgaan. Als je er zelf schade door oploopt, lijkt het wel haast een moreel imperatief om openheid te verschaffen. Maar als transparantie zo’n leerstuk is, hoe zit het dan met het onderzoek naar onze steun voor de oorlog in Irak?