# 3 De woeste meute

Op onze jacht naar diesel staan we stil tussen oproerpolitie en demonstranten. Terwijl wij richting Congo rijden, stenigt een meute in Kampala een Indiër.

De stad was uit haar doen. Op straat stond de eeuwige file, maar langs de weg was het leeg. Weinig handel, geen hordes kinderen in schooluniform. Zelf kropen we gepakt voor safari met onze jeep door Kampala, op jacht naar de laatste diesel.

Op Kampala Road kwamen we stil te staan in een demonstratie. Rechts van ons rijen dik militaire politie, links wat demonstranten op een kluitje – allebei even akelig verbeten. Tegenover de politieschilden, maskers en knuppels waren de kartonnen protestbordjes aandoenlijk. Bad Government, Bad Decisions en: Save Mabira Forest.

Om dat laatste was het te doen. President Museveni heeft Oeganda’s grootste regenwoud toegezegd aan een Indiase ondernemer. Die gaat het bos kappen en er suikerriet verbouwen. Daar zijn Oegandezen zo boos over, dat de eerste consumentboycot een feit is. Kettingbrieven gaan per sms: ‘koop geen suiker van Lugazi’.

Daarom gingen ze ook de straat op. De politiechef beloofde in de krant niet met traangas te zullen spuiten – 2 weken geleden smoorde hij een ander protest door alles wat op straat bewoog vol gas te blazen. In een taxibusje stikte een kind. Het verklaart de verlaten straat. Wie kon, bleef thuis en scholen lieten hun leerlingen niet gaan.

Aan weerszijden van onze auto was er weinig lol in het protest, dus dachten wij wat sfeer te brengen. Met de claxon ingedrukt staken we onze duimen uit de ramen en we scandeerden: ‘Save Mabira! Save Mabira!’
Niemand viel in.

Wij sukkelden verder met de sliert auto’s, vonden nog 100 liter brandstof en weg waren we. Dwars door terdoodveroordeeld Mabira reden we naar het wildpark aan de Nijl, Murchison Falls op de grens met Congo. Die avond vertelde de Indiase bedrijfsleider van het kampement, dat een Indiër van 24 was gestenigd tot hij stierf. Straatjonges hadden een woeste meute aangevoerd die zich tegen alle Indiërs keerde. De vrouw was zelf met een auto in veiligheid gebracht. Een hindoetempel vol gevluchte Indiërs was belegerd, Indiase winkels werden gemolesteerd en geplunderd. De oproerpolitie schoot twee Ugandezen dood.

Vijfendertig jaar nadat Idi Amin alle Aziaten het land uit schopte, dreigen nieuwe rassenrellen. Dat een Indiër het grootste regenwoud wil kappen, is een druppel in een vat vol haat. In intiem contact met de macht bouwden de teruggekeerde Indiërs nieuwe dynastieën. De handel is in hun handen. Ook al scheppen ze werk, geliefd zijn ze niet. Ze betalen slecht, stellen onredelijke eisen, zijn vaak racistisch, en, vernederendst van al: uit nachtclubs nemen Indiase mannen met zijn allen één Oegandees meisje mee.

Vandaag, een paar dagen na de demonstratie, is het in het hart van de stad nog rustiger. President Museveni heeft twee parlementariërs laten arresteren. Ze deden mee aan de demonstratie. Nu zitten ze vast op verdenking van moord. Een krant meldt dat Oegandezen worden teruggehaald uit India. Hier loopt geen Indiër meer op straat, al hun winkels zijn dicht. In afwachting van nieuwe rellen durven boeren niet met hun tomaten naar de markt te komen. De Nederlandse ambassade stuurt haar personeel naar huis. Kampala wacht, grimmig stil.

Eindelijk knalt het dan. De politie schiet met scherp op de mensen die protesteren tegen de arrestatie van de oppositiepolitici. Nog geen doden.

In verkorte versie verschenen in Vrij Nederlands De Kleine Wereld, 26 april 2007