Hoop in hart van Afrika, Elsevier 05-08-2006

Congo’s eerste verkiezingen sinds 1960 verliepen rustig, maar zijn geen garantie voor vrede. Op zijn best krijgt het verscheurde land straks een verlichte dictatuur.

Door schade en schande wijs geworden zijn ze voorzichtig met hun optimisme, de 25 miljoen Congolezen die afgelopen zondag naar de stembus gingen. De verkiezingen waren weliswaar de eerste sinds Congo’s onafhankelijkheid in 1960, de bevolking weet niet beter dan dat machthebbers haar beroven. Ze plunderen goud, koper, kobalt en diamanten uit Congo’s schatrijke bodem. Ze bevechten krijgsheren die datzelfde willen, en niemand maalt om burgers. De afgelopen acht jaar stierven vier miljoen mensen in de lokale oorlogen. Congo is daarmee het toneel van de ernstigste humanitaire crisis sinds de Tweede Wereldoorlog.

De verkiezingsdag zelf verliep hoopgevend rustig, de uitslag laat nog weken op zich wachten. Een gekozen president en parlement zouden het sluitstuk moeten zijn van de overgangsperiode waarin Congo de oorlog verruilt voor vrede. Er waren 32 kandidaten voor het presidentschap en meer dan 9.000 voor de 500 parlementszetels. Die interesse maakte de stembiljetten lijvig en ingewikkeld.
Ook logistiek waren deze verkiezingen een uitdaging. In het land, dat bijna zo groot is als West-Europa, zijn zo weinig geasfalteerde wegen, dat zelfs een afstand als die tussen Groningen en Maastricht niet makkelijk te overbruggen is. Jongemannen sjouwden met kartonnen dozen vol stembiljetten op hun hoofd dwars door de jungle.

Maar de grootste bedreiging voor de vrede blijft komen van de rebellenleiders en talloze kleine milities die zich een weg naar de bodemschatten vechten. Want dat is de tragedie van dit reusachtige land in het hart van Afrika: de rijkdom richt het land en zijn bevolking te gronde.

Congo’s geschiedenis van gewelddadige onderdrukking en plundering begint ver terug. De Belgische koning Leopold II gebruikte Kongo-Vrijstaat van 1884 tot 1908 als privéwingewest. Hij maakte het met roof en mensenrechtenschendingen zo bont dat hij Congo moest afstaan aan de Belgische staat, die de kolonie daarna exploiteerde. In 1960 werd Congo onafhankelijk. Patrice Lumumba kwam kortstondig aan het roer, maakte er een bende van, waarna in 1965 legerleider Joseph Mobutu de macht greep. Congo werd Zaïre, zijn leider Mobutu Sese Seko, die tot 1997 land en volk leegzoog. Toen Mobutu werd afgezet door Laurent Kabila, liet hij een volkomen corrupt land achter waarin niks meer functioneerde.

De burgeroorlog, die met Kabila’s opmars was begonnen, mondde in 1998 uit in een conflict dat Afrika’s Eerste Wereldoorlog wordt genoemd, zo veel landen waren erbij betrokken. Uganda en Rwanda steunden vanuit het oosten rebellenlegers om Kabila af te zetten. Angola, Namibië en Zimbabwe streden aan de zijde van Kabila in Kinshasa. Na de moord op Kabila in 2001 nam zijn zoon Joseph de macht over. Grote delen van Congo waren bezet door rebellenbewegingen.

Zuid-Afrika bemiddelde in 2002 bij een vredesakkoord. De rebellenleiders zouden samen een overgangsregering vormen en hun rebellenlegers opgaan in het regeringsleger. De vredesmacht van de Verenigde Naties (VN) moest toezien op de ontwapening van de rebellen en andere milities. Intussen is de VN-macht onder leiding van de Nederlandse generaal Patrick Cammaert met 17.000 blauwhelmen de grootste VN-operatie ter wereld. Toch blijft vooral het oosten geteisterd door, soms gruwelijk, geweld.

Tegen die achtergrond is het moeilijk de verkiezingen van afgelopen zondag ‘vrij’ te noemen. De zittende president Joseph Kabila maakt grote kans te worden herkozen – niet in de laatste plaats omdat hij gebruik maakte van de staatstelevisie, de staatskas en de veiligheidsdiensten.

De bevolking bericht over gewapende mannen die de afgelopen weken huizen bezochten om bewoners aan te sporen op Kabila te stemmen. Het is een voor Afrikaanse machthebbers bekend patroon: democratische verkiezingen worden gewonnen. Wat die overwinning onmiddellijk berooft van haar keurmerk ‘democratisch’.

Dat beeld wordt versterkt door gerommel met stembiljetten. Daarvan waren er 5 miljoen te veel gedrukt. Bovendien bleken 1,6 miljoen kiezers niet goed te zijn geregistreerd. Volgens tegenstanders van Kabila was dat om de uitkomst te manipuleren. Voor Congo’s politieke éminence grise en enige serieuze oppositiekandidaat, Etienne Tshisekedi, was dat een reden de verkiezingen te boycotten. De katholieke kerk riep haar gelovigen op hetzelfde te doen.

Op zijn best krijgt Congo een door verkiezingen gelegitimeerde dictatuur met een leider die erin slaagt het land te stabiliseren. De eerste stap is Congo tot eenheid te smeden, waarvoor Kabila het monopolie op geweld zal moeten verwerven. Wanneer Kabila inziet dat hij Congo’s rijkdom moet delen met de 55 miljoen Congolezen door te investeren in infrastructuur, gezondheidszorg, onderwijs en economie, is Congo’s meest gunstige scenario dat het land een verlicht dictator krijgt.

De vraag is of Kabila die kans krijgt. Ondanks de VN’ers en een EU-macht van duizend man is de vrede broos. De ontwapening van rebellen en milities is niet gelukt. Bovendien klinken in het oosten van Congo geluiden over herbewapening van de belangrijkste rebellenbewegingen, waarvan de leiders meedongen naar het presidentschap.

De strijd om de macht is een strijd om de middelen. Oppositiepolitiek dient in Congo, evenals elders in Afrika, nergens toe. De laatste jaren waren de voormalige rebellenleiders gepacificeerd door hen vice-presidenten in de overgangsregering te maken. Hoe goed ze tegen hun verlies kunnen als straks blijkt dat Kabila de verkiezingen wint, is eigenlijk vragen naar de bekende weg.