Met vlag en volkslied, NRC 21-01-2006

Nederland keek het af van Canada – de naturalisatieceremonie voor immigranten. Sinds 1 januari zijn gemeenten verplicht deze ceremonie te organiseren voor nieuwkomers die hun inburgeringsdiploma hebben gehaald en een Nederlands paspoort krijgen. Een feestelijk welkom volgens voorstanders, een eng-nationalistische’ plechtigheid volgens anderen.

Surinaams?, vraagt Samira. Ze luistert met aandacht en knikt dan. Ja. Surinaamse muziek. Als uit de Rotterdamse Burgerzaal een aanstekelijke accordeon klinkt, is dat een teken dat het tijd is. Samira pakt haar peuter bij de hand en loopt samen met vijftig andere nieuwe Rotterdammers het inburgeringsdiploma tegemoet. Sommigen zijn net als Samira nieuwkomers die dat certificaat nodig hebben voor een verblijfsvergunning. Anderen zijn oudkomers, al lang legaal in Nederland, vaak in het bezit van een paspoort maar de taal niet machtig. Zo meteen mogen ze zich echt Rotterdammer noemen, zo wordt hun verteld. Voor sommigen blijkt dat een reden voor ontroerend geluk.

Zoals bij mevrouw Yaakob. Ze kwam in 1993 uit Syrië naar Rotterdam. Haar zes kinderen doen het goed op school. Haar dochter studeert aan de Erasmusuniversiteit, haar zoon aan de hogeschool. Maar mevrouw Yaakob ging nooit naar een oudergesprek, want ze kende geen Nederlands. Vandaag vertelt ze dat ze praat met buren, en met de leerkrachten van haar jongste kinderen. Inburgeren is bovenal Nederlands leren. Heel blij. Ze zegt het zacht, glanzend en vaak.

Nu kijkt niet iedereen zo verguld als mevrouw Yaakob. Wanneer een jongen met rastahaar en baggy trousers het podium beklimt, is het vooral de wethouder die benadrukt hoe belangrijk deze dag is. Die boodschap klinkt vanmiddag in alles door: Met dit certificaat krijgt u toegang tot de arbeidsmarkt, tot school, tot een plek als opvangmoeder op de school van uw kinderen. En er is nog een boodschap: Geweldig dat u moeite heeft gedaan om Rotterdammer te worden. U bent een grote aanwinst voor onze stad.

Vanaf 1 januari 2006 moeten Nederlandse gemeenten een naturalisatieceremonie houden voor alle mensen die een Nederlands paspoort krijgen. Het inburgeringsdiploma dat Rotterdam zo feestelijk uitreikt sinds de coalitie van Leefbaren, VVD en CDA in 2002 aantrad, wordt een voorwaarde voor de Nederlandse nationaliteit. Leonard Geluk is de wethouder die gaat over integratie. Hij zegt dat de inburgeringsceremonie vloeiend zal overgaan in die voor naturalisatie. Tot nu toe is er nog niet zo’n ceremonie geweest, maar hij wil best hardop nadenken over hoe die er zal uitzien. Hij gaat uit van elke maand een feestelijke ceremonie in de Burgerzaal. Dan zal er ook de Nederlandse vlag hangen. Het Wilhelmus zou gezongen moeten worden, en de monarchie moet aan de orde zijn. In de zestien maanden dat hij wethouder is, merkte Leonard Geluk dat het koningshuis van groot belang is als samenbindend element. Prinses Máxima is volgens hem een rolmodel voor nieuwkomers. Als zij tegen allochtone vrouwen zegt dat ze Nederlands moeten leren omdat hun wereld dan zoveelgroter wordt, dan zeggen die vrouwen haar dat na. En dan doen ze haar dat na.

Canada

Minister Verdonk van Vreemdelingenzaken en Integratie stelde in juni vorig jaar de naturalisatieceremonie bij wet verplicht. Vanaf 1 januarivoor de gemeenten, vanaf 1 oktober voor de nieuwe Nederlanders; tot die datum wonen ze de ceremonie vrijwillig bij. Er is één landelijkenaturalisatiedag: 24 augustus. Dat is de verjaardag van de Grondwet die in 1815 bij de oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werd ingesteld. Verdonk verwacht dat gemeenten gemiddeld om de zes weken zo’n ceremonie zullen houden – al is die frequentie niet bij wet vastgelegd -om te voorkomen dat mensen na alle procedures nog eens maanden op hun paspoort moeten wachten.

Hoe dat ritueel Nederlander-worden er precies uitziet, mogen de gemeenten zelf bepalen. Verdonk verlangt allure, en dat het wordt ervarenals een positief welkom. Anderzijds, schreef Verdonk aan de Tweede Kamer, moet het de betrokkene doordringen van de bijzondere verbondenheid met Nederland. Vanaf 2008 – eerder was wettelijk onmogelijk – moeten nieuwkomers tijdens de plechtigheid beloven of zweren dat ze loyaal zijn aan Nederland.

Rita Verdonk bedacht niets nieuws, dat deed Roger van Boxtel vier jaar geleden. De toenmalig minister van Grote Steden- en Integratiebeleid zegt dat hij in 2001 anders ging denken over integratie door de rel rondom de Rotterdamse imam El Moumni. Die vertelde Nova dat homoseksualiteit een besmettelijke ziekte is die de samenleving schaadt. De imam werd aangeklaagd wegens discriminatie en het aanzetten tot haat. Van Boxtel: Het was de eerste keer dat de confrontatie tussen islam en westerse democratie op de kaart kwam.

Van Boxtel, nu topman van zorgverzekeraar Menzis: Als ik de film terugdraai, dan vind ik die onvoorstelbaar: sinds midden jaren tachtig nam Nederland elk jaar zeventigduizend nieuwkomers op. Maar immigratie- enintegratiebeleid hadden niets met elkaar te maken. In 1998 mocht ik van velen niet zeggen dat Nederland een immigratieland was.

Van Boxtel besloot zijn licht op te steken in Canada, waar serieus werk wordt gemaakt van de integratie. Hij zag de aankomst van een groep (doorCanada zelf geselecteerde) arbeidsmigranten, en hij was getuige van een feest dat Van Boxtel de kers op het gebakje noemt: de naturalisatiesessie.

Elke twee weken verschijnen zo’n tachtig nieuwe Canadezen voor een zogeheten inaugurational judge. Dat is geen rechter, maar een nationale beroemdheid, zoals een actrice, voetballer of schrijver, die voor de gelegenheid een toga draagt. Het is een openbare sessie waarbij ook schoolklassen komen kijken.

Over die formule is goed nagedacht, vindt Van Boxtel. De nieuwkomers worden intens bedankt voor hun inspanning om Canadees te worden. Met het paspoort krijgen ze ook de grondwet uitgereikt. De Canadese vlag hangt uiten het volkslied wordt gezongen. De nieuwkomers zweren trouw aan (de Britse) koningin en grondwet, en ze beloven hun plichten als Canadeesburger te vervullen.

Van Boxtel beschrijft een scène die indruk op hem maakte. Aan het eindvan de bijeenkomst vroeg de rechter aan de nieuwkomers: Wat antwoord je als iemand vraagt waar je vandaan komt?

In koor: Canada.

Wat bén je dan?, vroeg de rechter.

Canadian.

Heel goed. Maar vergeet één ding nooit. Wees er trots op dat je bent geboren in Kroatië. Vergeet niet dat je bent opgegroeid in Ethiopië. Draag de Indiase cultuur met je mee. Blijf trots op waar je vandaan kwam.

Het land dat bij wet multicultureel is, bleek een effectieve integratiemachine’. Terug in Nederland bracht de minister aan de Tweede Kamer verslag uit van zijn reis. Hij vertelde hoe indrukwekkend de naturalisatieceremonie van Vancouver was geweest, dat de nieuwe Canadezentranen in hun ogen hadden van dat plechtig en warm welkom. Waarop VanBoxtel pleitte voor een dergelijk ritueel in Nederland. Op de CDA-fractie na, gaven alle Nederlandse parlementariërs dezelfde reactie. Van Boxtel doet hen na: Nou ja. Kom op zeg. Dat gaan we hier dus niet doen.

Tot zover de Hollandse gastvrijheid, schampert Van Boxtel op zijn beurt. Maar de minister voor Integratiebeleid kon niet om de reserves van de Kamer heen. Het hoogst haalbare was zo’n ceremonie wettelijk mogelijk maken. Dat deed Van Boxtel in 2002, waarna gemeenten vrijwillig een feestelijke plechtigheid konden beleggen voor nieuwe Nederlanders.

De afgelopen jaren heette niet meer dan een op de tien Nederlandse gemeenten haar nieuwe burgers welkom. De stad Den Haag nam 24 augustus vorig jaar in gebruik als naturalisatiedag en hield een ceremonie voor nieuwe Hagenaars. Maastricht maakt er al jaren een gewoonte van nieuwe Maastrichtenaren te verwelkomen met een feestdag. Of ze nu komen uit Wijnandsrade (Zuid-Limburg) of uit Aysaita (Oost-Ethiopië), alle nieuwkomers verzamelen zich op Plein 1992, omdat die plek volgens wethouder Jacques Costongs verwijst naar het Verdrag van Maastricht, symbool voor onze internationale verwevenheid. Alle maatschappelijke organisaties doen dan mee. Niet alleen de traditioneel Maastrichtse’, ook de Marokkaanse vrouwenvereniging. Dan zijn er toespraken, er is eten en drinken, en iedereen zingt het Maastrichtse volkslied. En het Wilhelmus? De wethouder buldert een verontschuldiging: Het zou misschien wel moeten, maar dat doen we hier niet.

Loyaliteitsverklaring

Vanwaar die weerzin van negen op de tien gemeenten? Het is een vraag waarop iedereen hetzelfde antwoord geeft. Leonard Geluk: We hebben de neiging terughoudend te zijn met het Nederlanderschap. Een voorstel als dit wordt al snel gezien als assimilatiepolitiek. Roger van Boxtel: Het wordt weggezet als eng-nationalistisch.

Het woord eng’ gebruikt hij niet, maar nationalistisch’ vindt socioloog en publicist Dick Pels een naturalisatieceremonie al snel. Of die- voor Pels negatieve – kwalificatie gepast is, hangt voor hem af van de intentie en de uitwerking van zo’n ritueel.

Zoals de ceremonie nu wordt opgetuigd, is het nationalistisch, zegtPels. Hij vindt dat een mens ruimte moet krijgen voor een samengestelde identiteit – een idee dat centraal staat in zijn recente boek Een zwak voorNederland. Iemand moet zich zowel Nederlander, Marokkaan en van-alles-meerkunnen voelen. Dat minister Verdonk daar andere ideeën over heeft, zag Dick Pels bewezen in het Kamerdebat over het integratierapport van de commissie-Blok, begin 2004. Toen Wouter Bos zei dat hybride identititeiten onlosmakelijk bij onze samenleving horen, verweet Verdonk hem demagogie en een keuze tegen Nederland. En dat noemt Pels een extreem nationalistische opvatting van burgerschap.

Hij ziet die interpretatie terug in de voorstellen voor een ceremonie. Dat nieuwkomers (vanaf 2008) Nederland trouw moeten beloven, vindt hij meer dan onaangenaam. Sinds de Tweede Wereldoorlog is zo’n loyaliteitsverklaring verdacht. In de Verenigde Staten maken ze het nog bonter. Daar moeten nieuwe burgers vorsten en andere, eerder gediende heersers afzweren’. Ook meent hij dat de ceremonie te veel wordt ingezet om een familiegevoel te kweken’, zoals ook gebeurt in Engeland, Australië en Canada. In de ceremonie die eraan zit te komen, proeft Pels te veel het neo-patriottisme van het CDA. Nederland is een lichte gemeenschap, claimt hij. Daar passen symbolen van vriendschap veel beter bij dan familiemetaforen. Daar zweer je geen eed op.

Wordt in het stadhuis van Amsterdam die afwijzing gedeeld? In elk geval is er een neiging tot ontwijken. De vraag naar de naturalisatieceremonie gaat als een gloeiend ei zo snel van hand tot hand.

Woordvoerder van integratiewethouder Ahmed Aboutaleb: Daar gaan wij niet over. Paspoorten worden door stadsdelen verstrekt. In stadsdeel Zuidoost (Bijlmer) zegt de woordvoerder van de wethouder voor integratie: Wij zijn daar nog niet mee bezig. Maar belt u op het stadhuis met de projectleider van Wij Amsterdammers’, daar werken ze aan elkaar beter leren kennen.

De projectleider, meer gealarmeerd dan geïnformeerd: Heeft u niet al door het hele stadhuis mensen gebeld? Een antwoord heeft ze niet. Maar waarom niet gebeld met de Dienst Persoonsgegevens?

Of de vraag kan worden gemaild? Zeker. En de dienst stuurt een antwoord: De wettelijke regeling is nog niet definitief en wij hebben de procedure die gaat gelden vanaf 1 oktober 2006 nog niet uitgewerkt. Ik kan er verder dan ook weinig over zeggen. Pas in augustus 2006 zal ik meer informatie kunnen geven.

Toch nog even naar minister Verdonk gebeld. De woordvoerder van de minister bevestigt wat ze eerder zei: De verplichting voor gemeenten geldt vanaf 1 januari. Vanaf 1 oktober zijn nieuwkomers verplicht te komen. Wanneer en hoe vaak gemeenten een plechtigheid organiseren, moeten ze zelf weten. Maar voor de stad met de meeste naturalisaties van heel Nederland, zou het logisch zijn daar niet al te lang mee te wachten.

Dan rest nog één loket. Dat van de burgemeester. Aan de woordvoerder van burgemeester Cohen de vraag waarom Amsterdam de naturalisatieceremonie ontloopt.

Ontlopen? Welnee! Daar zijn we zeker mee bezig.

Hoe die ceremonie er zal uitzien?

U wordt teruggebeld.

Uiteindelijk maakt de woordvoerder van de wethouder van stadsdeel Zuidoost nog een belafspraak met haar baas. Maar de wethouder laat niets meer horen. Burgemeester Cohen en zijn woordvoerder evenmin. Er zijn meer gemeenten die nog niets hebben bedacht. Leeuwarden bijvoorbeeld, of Groningen. Die bellen wel terug. Ze leggen uit dat ze per jaar hooguit tachtig naturalisaties hebben en dat de ceremonie nog wordt uitgewerkt.

Geweldig idee

In zijn werkkamer in hartje Amsterdam wordt Paul Scheffer almaar enthousiaster. De publicist pleit al jaren voor een meer bewuste omgang met de Nederlandse identiteit. Een naturalisatieceremonie schept een verplichting naar twee kanten. Je moet je uitspreken over wat voor soort samenleving je bent, met alle hoogte- en dieptepunten die daarbij horen. Door zo’n ceremonie onderstreep je dat je open staat voor nieuwkomers. Je zegt: wij zijn in verandering.

Als ik Scheffer het beeld voorhoud van een plechtigheid in een majestueuze burgerzaal, roffelt zijn vuist van geestdrift op tafel: Geweldig idee!

Amsterdam heeft namelijk net als Rotterdam een burgerzaal. Niet in het stadhuis aan de Amstel, maar op de eerste verdieping van het Paleis op deDam: de zeventiende-eeuwse Salle des Citoyens. Die stamt uit de tijd dat het paleis nog stadhuis was. In de marmeren vloer ligt een kaart van hetoostelijk halfrond, een van het westelijk halfrond, en een van de sterren – de Amsterdamse burgers hadden de wereld en de hemel aan hun voeten.

Boink! slaat de vuist op de tafel, en Paul Scheffer beschrijft voor de Burgerzaal een bijeenkomst die sterk doet denken aan wat Roger van Boxtel in Vancouver meemaakte. Scheffer: Eerst houdt de burgemeester een verhaal, daarna een Nederlandse schrijver, een dichter of een ondernemer. Ook mensen met migratie-ervaring spelen een rol. Je kunt er scholen bij betrekken, omdat het onderwijs aandacht besteedt aan vrijheid enverantwoordelijkheid. Scheffer heeft een ritueel voor ogen dat zich niet alleen richt op nieuwkomers, maar op alle Nederlanders. Daarom moeten de krant en de lokale tv erbij zijn. Je moet voor heel Nederland duidelijk maken: hier gebeurt wat bijzonders!

Het moet een mooi moment zijn, zegt Scheffer, een van ontroering en met een zekere ernst. Maar ja, zucht hij dan. Wij zijn niet goed in betekenisvolle rituelen. In Amsterdam hebben we alleen de dodenherdenking. Scheffer heeft weinig hoop dat de naturalisatieceremonie straks zal plaatsvinden in de Burgerzaal – en dan verwacht hij als spelbreker niet koningin Beatrix. Als er iemand is die de betekenis van ceremonieel begrijpt, dan is zij dat.

Naturalisatie gebeurt straks in een stadsdeelraadkantoor, voorspelt hij, als een zielloze trouwceremonie. Voor Roger van Boxtel is dat nog te optimistisch. Het wordt een crematoriumplechtigheid.

De houding van Amsterdam maakt Paul Scheffer kwaad. Hij ziet dit als een politiek gemotiveerde attitude: Alles wat van Verdonk komt, proberen we te negeren. Het is een houding van dit wordt ons opgelegd door het kabinet’, en dat is ontzettend teleurstellend. Juist omdat Amsterdam wel met woorden belijdt dat burgerschap zo belangrijk is.

In Rotterdam deelt Leonard Geluk die mening. Als naturalisatie iets is van de stadsdelen, dan is daar een politiek besluit over genomen. Rotterdam heeft een vergelijkbare structuur als Amsterdam. We hebben deelgemeenten met een zelfstandig bestuur. Toch komen alle nieuwe Rotterdammers voor hun naturalisatieceremonie naar het stadhuis aan de Coolsingel. Omdat we integratie belangrijk vinden.

Een naturalisatieceremonie wordt volgens Paul Scheffer onterecht aangemerkt als rechts. Dat is gebaseerd op een gebrek aan kennis van migratielanden. Al die zogenaamde wereldburgers die een naturalisatieceremonie nationalistisch’ vinden, hebben geen idee wat er in de wereld gebeurt. Alle grote steden zijn hiermee bezig.

De Amerikaanse politicoloog Robert Putnam wijt de Nederlandse neerbuigendheid jegens nationale rituelen aan onervarenheid met grootschalige migratie. Hij zei (Zaterdags Bijvoegsel, 15 maart 2005): De vlag en de pledge of allegiance zijn niet uitgevonden als een reactionair symbool! Ze zijn bedacht om een gevoel van nationaliteit te creëren dat niet is gebaseerd op bloed.

Om die reden praten alle westerse landen over een canon, zegt Scheffer. En ontwerpen ze een naturalisatieritueel. Omdat in een proces van globalisering die ene vraag zich opdringt: Wie zijn wij?’ Scheffer: Als we niet zorgvuldig een idee ontwikkelen over de Nederlandse identiteit, dan doen anderen dat op een veel rauwere manier. Precies dat gebeurde met de opkomst van Pim Fortuyn. Dat maakt het verwaarlozen van deze vragen zo onvergeeflijk.

De nieuwe Rotterdammers drommen naar de gang. Buiten de Burgerzaal trakteert de wethouder op eten en drinken. Het trio op bas, gitaar en accordeon speelt geen Surinaamse muziek maar smartlappen. Rotterdams eigenzinnigheid ten spijt, een eigen volkslied heeft de stad niet. In plaats daarvan klinkt vaak: Toen wij van Rotterdam vertrokken…’ En dan zingen de mannen met zeemanspetten van een jongen waar de mooie Samira nog nooit van heeft gehoord. Ach Ketelbinkie.