Schijnrechtspraak, Elsevier 19-10-2002

Het Rwanda-tribunaal is een puinhoop door tegenwerking van de regering, geldverspilling en incompetentie: ‘Er wordt nooit iemand ontslagen’.
Het is ondenkbaar dat Slobodan Milosevic zes jaar in zijn cel had moeten wachten op zijn proces. Enkele dagen na zijn arrestatie werd de Servische oud-president in Den Haag al voorgeleid. Maar kolonel Theoneste Bagosora, het vermeende meesterbrein achter Rwanda’s genocide van 1994, zat zesenhalf jaar vast voordat in september dit jaar de belangrijkste zaak van het Rwanda-tribunaal begon.

In zeven jaar tijd kwam het tribunaal in de Tanzaniaanse stad Arusha tot acht veroordelingen en één vrijspraak. Dat is niet veel. Als het tribunaal in dit tempo te werk blijft gaan, is de kans klein dat kolonel Bagosora wordt veroordeeld voordat het tribunaal in 2008 wordt opgeheven. Intussen dreigt de oplopende crisis tussen de aanklagers en Rwanda het tribunaal lam te leggen.
Het lijkt absurd: Rwanda en het tribunaal die elkaar het leven zuur maken. De door Tutsi’s gedomineerde minderheidsregering van president Paul Kagame spreekt sinds de genocide in 1994 van ‘een einde aan de straffeloosheid’. Daarmee bedoelt de president dat alle genocide-daders moeten worden berecht. De massamoord kostte het leven aan zo’n achthonderdduizend Tutsi’s. Het tribunaal heeft als taak het berechten van de hoofdverdachten en andere plegers van oorlogsmisdaden, begaan tussen 1 januari en 31 december 1994. Berechting van de verantwoordelijken voor de grootste volkerenmoord sinds de Tweede Wereldoorlog lijkt een gedeeld belang bij uitstek. Maar Rwanda lijkt andere prioriteiten te hebben.

Hoofdaanklager van het Rwanda-tribunaal Carla del Ponte – zij heeft dezelfde functie bij het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag – heeft verklaard ook soldaten van de regeringspartij Rwanda Patriotic Front (RPF) te zullen dagvaarden voor in 1994 gepleegde oorlogsmisdaden. Het RPF kwam aan de macht nadat zijn leger, het Rwandese Patriotic Army (RPA), de genocide stopte. Tijdens de opmars zouden mensenrechten zijn geschonden. Volgens Thierry Cruvellier, onderzoeker bij de denktank International Crisis Group (ICG) die onlangs een lijvig rapport over het Rwanda-tribunaal publiceerde, is over de strategie van de Rwandese regering geen twijfel mogelijk: ‘Een aanklacht tegen militairen van het RPA moet worden voorkomen.’
De kwestie ligt voor de Rwandese politiek buitengewoon gevoelig. Bevelhebber van de RPA-troepen in 1994 was de huidige president Kagame. Door militairen uit te leveren aan het tribunaal zet Kagame de loyaliteit van het leger op het spel. Zonder die steun zijn zijn dagen als president geteld. Bovendien, als aangeklaagde soldaten zich voor de internationale rechters beroepen op orders van bovenaf, zou de president zelf een verdachte kunnen worden. En dat terwijl Kagame nog maar een jaar is verwijderd van de eerste naoorlogse presidentsverkiezingen. Hij wil worden herkozen.
Rwanda’s hoogste rechter, procureur-generaal Gerald Gahima, vindt dat vervolging van de regeringssoldaten geen zaak is van het tribunaal. ‘In Rwanda hebben we goed functionerende rechtbanken,’ zegt Gahima. ‘Ik ontken niet dat er mensenrechtenschendingen door RPA-militairen zijn gepleegd, maar die zijn door ons eigen militaire tribunaal berecht. En anders zitten de verdachten vast in een van de drie militaire gevangenissen.’
Als dat inderdaad zo is, waar maakt de Rwandese regering zich dan druk over? Het is een vraag die Gahima onbeantwoord laat. En voor zijn bewering dat verantwoordelijken voor schendingen van mensenrechten zijn berecht, heeft mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch geen bewijzen kunnen vinden.

De procureur-generaal vindt dat het tribunaal zich moet beperken tot zijn kerntaak: het vervolgen van plegers van genocide. Gahima: ‘Daarin slagen ze al niet. Voor de komende jaren wil Del Ponte 130 mensen aanklagen. Hoe denkt ze al die verdachten een proces te geven?’ Gahima ziet het voornemen om RPA-soldaten aan te klagen als ‘een teken dat er mensen zijn die willen bewijzen dat het tribunaal onpartijdig is’.
Volgens onderzoeker Cruvellier doet de Rwandese regering er alles aan om een aanklacht tegen de soldaten te verijdelen. ‘Alle maatregelen die het tribunaal aangaan, komen daaruit voort.’
De president van het tribunaal, rechter Navanethem Pillay, beklaagde zich meermalen bij de Veiligheidsraad over de tegenwerking van de Rwandese regering. Een groot probleem is dat het tribunaal in Arusha, een stad in het noordoosten van het buurland Tanzania, nauwelijks meer getuigen uit Rwanda kan krijgen. Tom Kennedy, woordvoerder van het tribunaal: ‘Rwandese belangenorganisaties proberen sinds begin dit jaar getuigen van de genocide ervan te weerhouden hun verhaal te doen in Arusha.’ De organisaties Ibuka en Avega roepen via de nationale radio overlevenden op niet naar het tribunaal te gaan, omdat getuigen er slecht zouden worden behandeld. Ook zouden ze te weinig bescherming genieten en zou het tribunaal zelf genocide-daders in dienst hebben. ‘Dit zijn onafhankelijke organisaties,’ zegt Gerald Gahima, hoewel de voorzitter van Ibuka bekend staat als een man die nauw gelieerd is aan de regering.
Daar komt bij dat de Rwandese regering telkens nieuwe en striktere regels uitvaardigt voor de reisdocumenten van getuigen. Tot voor kort was een brief van het tribunaal genoeg voor een visum. Nu moet een getuige een bewijs van goed gedrag overleggen, een document dat hij in Rwanda niet wordt vervolgd, een pasfoto – op het platteland niet te krijgen –, en moet hij, om het land te kunnen verlaten, toestemming krijgen van een hoge ambtenaar. Het komt erop neer dat getuigen die de boycot van het tribunaal negeren, niet op tijd over de vereiste papieren beschikken. In verschillende brieven aan de Veiligheidsraad doet tribunaal-president Pillay kond van het administratieve getreiter dat al tot vertraging in drie grote zaken heeft geleid.

Zo zit het proces waarin Pauline Nyiramasuhuko terechtstaat – de enige vrouw die ooit werd aangeklaagd voor verkrachting als misdaad tegen de menselijkheid (zie ‘De eerste vrouw’ op deze pagina) – zonder getuigen voor de aanklager. ‘Op de lange termijn,’ zegt Pillays woordvoerder, ‘zal de aanklager onvoldoende bewijs kunnen aanvoeren om zijn aanklacht te onderbouwen. De rechtbank zal de verdachte moeten vrijspreken.’
Naast deze ‘algemene sabotage van het tribunaal’ verdenkt onderzoeker Cruvellier de Rwandese regering ervan het onderzoek naar RPA-zaken te saboteren. ‘Het bureau van de aanklager zegt bewijzen te hebben dat beoogde getuigen tegen RPA-soldaten worden bedreigd.’
Rwanda doet dus weinig om de strafzaken van het tribunaal soepel te laten verlopen. Daar komt, zegt Gerald Gahima, nog bij dat het tribunaal ‘een geldverslindende organisatie is, die faalt in het uitvoeren van haar mandaat’. Ook Thierry Cruvellier van de International Crisis Group zegt dat er de afgelopen jaren veel te weinig is gedaan tegen de trage voortgang van de processen: ‘In plaats van de hoognodige hervormingen zijn er slechts een paar kleine aanpassingen geweest. Er wordt iets harder gewerkt bijvoorbeeld.’ De rechters die 160.000 dollar per jaar verdienen, houden wel nog steeds de vrijdag vrij van zitting.
Aan de ‘incompetentie van de rechters’ is volgens de onderzoeker niks veranderd. Cruvellier: ‘Vanaf het begin zitten hier rechters die nog nooit een kamer hadden voorgezeten. Zulke mensen zijn ongeschikt. Maar zo werkt een VN-organisatie: er wordt nooit iemand ontslagen.’ Rechters die na vier jaar hun contract wilden verlengen, zijn allen voor een nieuwe periode benoemd.
Het aanstellen van nieuwe mensen gebeurt volgens Cruvellier nog net als voorheen: ‘Op basis van nepotisme: vriendjes stellen vriendjes aan. Vaak dragen Afrikaanse landen een kandidaat voor, ook als die niet gekwalificeerd is. Voor veel westerse kandidaten is Arusha altijd al onaantrekkelijk geweest. Niet echt een plek om je met je gezin te vestigen. En naarmate de reputatie van het tribunaal verslechtert, zijn goede kandidaten helemaal niet meer geïnteresseerd.’

Het tribunaal heeft ook te lijden onder de verdeelsleutels voor rechtvaardigheid die het VN-systeem nu eenmaal hanteert. Procureur-generaal Gerald Gahima laakt het personeelsbeleid van het tribunaal. ‘De post van plaatsvervangend hoofdaanklager voor het tribunaal is bijvoorbeeld al lange tijd vacant. Eindelijk is er een goede aanklager benoemd, een Amerikaan die werkte voor het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag. Maar wat zeggen de Afrikanen bij het tribunaal? “Deze man pikt onze banen in!” En dus vertrekt de Amerikaan weer zodra er een Afrikaan is gevonden.’
De rechercheurs die voor het bureau van de aanklager het bewijsmateriaal tegen de verdachten moeten verzamelen, doen volgens Cruvellier ‘onderzoek van erbarmelijke kwaliteit’. ‘Daarom schiet het met de processen niet op.’ Cruvellier verwijt hoofdaanklager Carla del Ponte een onhaalbare strategie te hebben uitgezet voor de komende vijf jaar. ‘In plaats van de ambitie van het tribunaal af te stemmen op de realiteit en duidelijke prioriteiten te stellen, heeft Del Ponte een overambitieus plan geformuleerd. Niet minder, maar meer aanklachten.’
Gevolg is dat het aantal gevangenen dat in afwachting van een proces jarenlang in Arusha zit, zal toenemen, en daarmee de ruimte die het tribunaal zijn criticasters laat.
Het is een open doel waar de Rwandese regering haar bal inrolt. Die verhult haar politieke motieven door te wijzen op ‘de crisis van incompetentie en corruptie’ in Arusha. En inderdaad, onervaren tribunaal-rechters grijpen niet in als de verdediging Rwandese getuigen onnodig hard en beledigend ondervraagt.

Voor de grote landen lijkt het Rwanda-tribunaal niet belangrijk genoeg om de Veiligheidsraad tot maatregelen te dwingen. De impasse groeit: als Carla del Ponte inderdaad soldaten van de regering gaat aanklagen, zal Rwanda volgens onderzoeker Cruvellier de verdachten niet uitleveren. Het land zal worden beschuldigd van overwinnaarsrecht, door Hutu’s die familieleden verloren in de moordpartijen door het RPA. Dat draagt niet bij aan verzoening in een verscheurde natie.

Advertenties

Over Marcia Luyten

Welkom in mijn wereld, ergens tussen Afrika en Amsterdam. Mijn leven als journalist, publicist en debater heeft verschillende huizen: krant, weekblad, website en boek. Podium, radio of tv. De locaties mogen verschillen, ik doe steeds hetzelfde. Vooruit, bijna hetzelfde dan. Ik zie iets groots in iets kleins en daarover schrijf of vertel ik een verhaal. Het moet een plezier zijn om naar te luisteren, zo rijk aan informatie dat je meer weet dan voorheen, subtiel genoeg om je ongemerkt een analyse mee te geven. Je zou kunnen zeggen dat ik sociaal-culturele, politieke en maatschappelijke ontwikkelingen beschrijf, maar dat staat wat bombastisch. Zoals Martin van Amerongen antwoordde toen ik, student nog, hem zei dat ik graag politiek journalist zou worden: “Zozo, niet minder dan dat?”
Dit bericht werd geplaatst in Journalistiek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s