Rwanda-tribunaal oogst veel kritiek en tegenwerking, Parool 30-09-2002

Het lukt het Rwanda-tribunaal in het Tanzaniaanse Arusha niet om te doen waarvoor het is opgericht: de hoofdverdachten van de genocide van 1994 berechten. In ruim zeven jaar tijd zijn slechts acht mensen veroordeeld en werd er één vrijgesproken. Het internationale Straftribunaal voor Rwanda (ICTR), ligt onder vuur. De regering van Rwanda is zeer ontevreden, maar ook van internationale zijde klinkt kritiek.

De rechters van het tribunaal worden al jaren incompetent genoemd. ”Hier zitten rechters die nooit eerder een strafkamer hebben geleid. Die zijn gewoon niet gekwalificeerd voor hun werk,” zegt Thierry Cruvellier van de denktank International Crisis Group, die onlangs een rapport over het tribunaal publiceerde.

Bij het bureau van de aanklager, geleid door Carla del Ponte, is het niet anders. De juristen die er werken zijn volgens Cruvellier ‘ongeschikt’, hun onderzoeken zijn ‘beneden peil’. ”Maar bij de VN wordt nooit iemand ontslagen.”

Daar komt bij dat de strategie die Del Ponte heeft uitgestippeld volgens Cruvellier een ramp is voor het tribunaal. ”In plaats van haar ambitie af te stemmen op de realiteit, gaat ze alleen maar meer mensen aanklagen. Dat betekent een nog langere wachtlijst voor aangeklaagden, die de eerste jaren geen proces krijgen.”

Gerald Gahima, de procureur-generaal van Rwanda, houdt de internationale gemeenschap verantwoordelijk voor het falen van het ICTR. ”De VN-lidstaten hebben het tribunaal nooit tot de orde geroepen,” zegt hij. ”Dat tekent hun desinteresse. Een land als Nederland spendeert zoveel geld aan het tribunaal. Onbegrijpelijk dat je dan geen resultaten eist.”

Onlangs verklaarde Rwanda’s president Paul Kagame dat sommige westerse landen – lees vooral Frankrijk – druk uitoefenen op het tribunaal. Ze zouden de vervolging van bepaalde personen tegenhouden ‘om hun eigen schuld aan de genocide te verbloemen’.

Het tribunaal op zijn beurt beschuldigt in een brief aan de Veiligheidsraad Rwanda ervan het tribunaal te saboteren. Sinds januari dit jaar is het moeilijk getuigen uit Rwanda naar Arusha te halen. Daarmee komen de processen zo goed als stil te liggen. De Rwandese regering verzint volgens het tribunaal telkens nieuwe documenten die de getuigen moeten overleggen om een uitreisvisum te krijgen.

Op de nationale radio raden de belangenorganisaties van genocide-overlevenden de bevolking af naar Arusha te gaan. Deze organisaties zeggen dat de getuigen er slecht worden behandeld. De voorzitter van de belangenorganisaties onderhoudt nauwe banden met de regering.

Maar de belangrijkste klacht tegen de Rwandese regering is dat ze onderzoek dwarsboomt naar misdaden die in 1994 zijn begaan door soldaten uit het RPA, het leger waarvan president Kagame toen bevelhebber was. Het bureau van de aanklager heeft volgens Cruvellier bewijzen dat ‘potentiële getuigen in RPA-zaken worden bedreigd’.

Procureur-generaal Gahima wil niet ontkennen dat ‘RPA-soldaten mensenrechtenschendingen hebben gepleegd’. Maar volgens hem zijn deze militairen al berecht of zitten ze vast in afwachting van een proces. ”Onze militaire rechtbanken hebben tot nu toe meer soldaten berecht dan het tribunaal.” Maar volgen de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch hebben die rechtbanken alleen soldaten veroordeeld wegens diefstal of fraude, niet één voor oorlogsmisdaden.

De misdaden van het RPA liggen zo gevoelig bij de Rwandese regering dat een compromis met het tribunaal uitgesloten lijkt. Toch is Cruvellier ervan overtuigd dat Del Ponte binnenkort RPA-soldaten gaat aanklagen. ”Over een jaar vertrekt ze, en ze wil niet de geschiedenis ingaan als de aanklager die voor druk van Rwanda is gezwicht. Rwanda zal niet één RPA-soldaat uitleveren, maar dat is dan het probleem van haar opvolger.”