De andere werkelijkheid van Kigali, Parool, 10-05-2002

KIGALI – Dat de gedetineerden in de Centrale Gevangenis van Kigali leven in een wereld die met de wereld daarbuiten niets gemeen heeft, wisten de drie journalisten van Umuseso wel. De overvolle gevangenissen van Rwanda zijn berucht om de donkere, dampende krochten waar mensen bij elkaar worden gezet als slachtvee. Maar er bestond nog een andere werkelijkheid waarvan zij geen idee hadden. Robert, Emmanuel en MacDowell werden zes weken geleden op straat opgepakt. De drie mannen bleven staan bij een opstootje en keken naar de politieagenten die woorden hadden met een dronken soldaat, toen een van de omstanders naar de politie riep: ”Kijk maar uit, want daar is Umuseso.”

Umuseso is de laatste onafhankelijke krant van Rwanda. Door de bevolking geliefd, door de regering verguisd, want Umuseso zou een krant zijn die etnische verdeeldheid zaait. Met regelmaat wordt de oplage in beslag genomen en worden journalisten een dag of twee vastgehouden voor verhoor. De hoofdredacteur van Umuseso kreeg vorig jaar politiek asiel in Nederland.

Nu werden met de dronken soldaat de drie journalisten opgepakt en, voor het eerst van hun leven, in de gevangenis gegooid. Ze werden beticht van het beledigen en aanvallen van een agent in functie.

De Umuseso-journalisten zijn alledrie Tutsi’s. Het gros van de gevangenen zijn Hutu’s, die worden beschuldigd van genocide. Zij zitten met zevenduizend man in een ruimte die in 1930 werd gebouwd voor drieduizend gevangenen.

Toen MacDowell na aankomst met zijn lange, slungelige lijf door de meute bewoog, onderweg naar de directeur van gevangenis, riepen andere gedetineerden: ”Hee, Inyenzi!” Hee, kakkerlak – het scheldwoord dat de Hutu’s in de tijd van de genocide gebruikten voor de Tutsi’s die moesten worden uitgeroeid. En: ”Waar komen jullie vandaan?”

MacDowell: ”Ik zei: ‘Wij zijn journalisten van Umuseso.’ En dat veranderde alles. Ineens werden we als helden binnengehaald. Omdat we kritisch over de regering durven schrijven.”

Het is een verbondenheid die de door Tutsi’s gedomineerde minderheidsregering van president Paul Kagame waarschijnlijk liever niet ziet, de vriendschap tussen de gevangen voormalige Hutu-soldaten en een man als MacDowell, die zeven jaar in het leger van Kagame vocht en die tijdens de genocide tegenover deze Hutu’s stond.

De drie journalisten hadden geluk. De bankbiljetten die Emmanuel in de band van zijn broek had verstopt, waren door de bewakers bij het fouilleren niet gevonden. Ze kochten er sigaretten van. Toen hun familie de volgende dag nog meer geld bracht, konden ze voor zestig euro ‘een privé-appartement’ kopen, de benaming van een met lege VN-voedselzakken afgescheiden ruimte van hooguit anderhalf bij twee meter.

Ze troffen oude bekenden in de gevangenis. Van hen kregen ze informatie die van levensbelang is: hoe je je in de binnenwereld moet gedragen. Robert dreunt de lessen op. Regel één: toon respect voor het hoofd van de gevangenis en de mannen van ‘de beveiliging’, de ordedienst van mede-gevangenen.

Regel twee: vertel anderen nooit iets over je eigen problemen. Robert: ”In de gevangenis zitten spionnen van de geheime dienst.”

Regel drie: hou je privé-bezittingen verborgen.

Regel vier: nooit naakt douchen. Emmanuel lacht besmuikt: ”Homo’s.”

In plaats van een smerig hol waar het recht van de sterkste geldt, bleek de gevangenis een verbluffend strak geleide organisatie te zijn. ”De hele gevangenis wordt bestuurd door zogenaamde ministeries,” legt Robert uit. ”Het ministerie van Defensie gaat over de veiligheid binnen. Dat ministerie bestaat uit ordediensten, cachots en rechtbanken.”

MacDowell stak een sigaret op waar dat verboden was. Hij moest naar het cachot en kwam voor de rechter. MacDowell: ”Daar is meer gerechtigheid dan buiten. Ik kon zelf mijn verhaal doen. En werd vrijgelaten.”

Er is een ministerie van Gezondheid, een ministerie van Sport en Recreatie en zelfs een ministerie van Liefdadigheid, dat controleert of gevangenen die geld, eten of medicijnen van buiten krijgen, een deel daarvan afstaan aan de minder bedeelden.

De gedetineerden kunnen alle mogelijke opleidingen volgen via het ministerie van Onderwijs. Docenten zijn eveneens beschikbaar, want ook zij bevinden zich onder de gevangenisbevolking.

Het nieuws komt van het ministerie van Informatie, dat Radio RMX beheert. Dat is geen radio over frequenties of uit luidsprekers, maar een radio met boodschappers. Er zijn tien gevangenen die kranten lezen en naar de echte radio luisteren. Zij schrijven een nieuwsbulletin en gaan de hele gevangenis door om het nieuws voor te lezen.

Op zaterdagochtend heeft de radio een hoofdcommentaar. Dat moet, net als het andere nieuws, door de veiligheidsdienst van buiten worden goedgekeurd. ”Maar het is opgesteld in een geheimtaal die je pas na een maand begrijpt,” zegt MacDowell. ”Ze spraken over de mannen van Umuseso zonder dat wij dat doorhadden.

Ze zijn blij dat ze na drie weken werden vrijgelaten. Van de saamhorigheid en de discipline in de Centrale Gevangenis zijn ze nog steeds onder de indruk.

Robert: ”Binnen draait alles om vrede en harmonie. De buitenwereld wordt de wrede wereld genoemd. Binnen is solidariteit, buiten is iedereen egoïstisch. Natuurlijk wordt die ideologie erin gepompt, opdat het moreel hoog blijft en je de gevangenschap overleeft. Maar helemaal onwaar is het niet.”