De Neger is terug, NRC Handelsblad 19 november 2011

Zielige negertjes afzeiken is onbeschaafd. Toch is dat een gangbaar programmaonderdeel aan het worden. Maar wie zo taboes sloopt, sloopt de beschaving zelf, stelt Marcia Luyten. Het is hier geen Afrika.

‘De neger is kloek gebouwd; de romp is breed en goed geproportioneerd, de ledematen zijn goed ontwikkeld. Over ’t algemeen heeft de neger in zijn prille jeugd een zeer open verstand. Hij leert vlug maar dit vermogen verzwakt vlug tengevolge van sexuele overdaad en misbruik van gegiste dranken.”

Zo staat in de in 1952 uitgegeven Reisgids voor Kongo en Ruanda Urundi. Die gids heeft met ‘de neger’ geen moeite: „De neger is opgewekt van zin, houdt van muziek en dans … maar hij wordt dra twistziek, kwaad en wreed, wanneer hij dronken is. Tengevolge van zijn gemakzucht wordt de zwarte van luiaardij verdacht. Doch wanneer hij goed is getraind en aan passend werk wordt gezet, is zijn arbeid renderend.”

Zwarte Piet lijkt onmiskenbaar op ‘de Neger’ uit de koloniale reisgids. Hij is behendig en sterk (een acrobaat op de daken), hij is vrolijk en danst graag. Hij is vriendelijk, gedienstig en ook een beetje dom.

Het is vanwege dat beeld, dat veel Afro-Nederlanders niet van het sinterklaasfeest houden. De knechtjes van de sint geven een geridiculiseerd beeld van ‘mensen met een bruine huid’, schreef Liesbeth Tjon A Meeuw in Trouw. Als kind werd ze uitgescholden voor Zwarte Piet.

Dat gebeurt vandaag de dag ook, niet alleen door kinderen. Op Prinsjesdag liep een tv-verslaggever in Den Haag naar een groepje mensen in traditionele dracht: een grote zwarte man gewikkeld in rode doeken, een West-Afrikaan in een bubu, een klein vrouwtje in een glinsterende sari, wat de verslaggever noemde: „een bus met zielige negertjes”. (Ze waren daar bij wijze van protest neergezet door VoiceOver 2015, dat in het debat over hulp een ‘zuidelijk’ geluid wil laten horen.)

De journalist hield zijn microfoon onder de neus van een zwarte man: „Bent u op 5 december vrij?”

De Afrikaanse man keek de verslaggever onbegrijpend aan.

Rutger Castricum legde uit: „I ’m looking for a black piet.”

„Hoe bedoelt u?”, vroeg de man.

„Nou, ik heb op 5 december een zwarte piet nodig..”

„Aach… het spijt me meneer…ik ben bang dat dat niet gaat lukken.”

„Volgeboekt zeker!”

Castricum wendde zich tot de man in rode doeken, een Masai, en vroeg: „Could you please polish my shoes?”

De Neger is terug. Zwarte Nederlanders durven Zwarte Piet ter discussie te stellen – daarbij geholpen door Dordtse politieagenten die hardhandig brave antiracismedemonstranten tegen de grond werken. En alsof de Reisgids voor Belgisch Kongo zijn etnografisch kompas is, zeikt Rutger Castricum ‘zielige negertjes’ af.

Maar niet alleen PowNews komt met de Neger. Volkskrant-columnist Sylvia Witteman twitterde: „Is er een neger in de zaal? Wat vindt u van het woord ‘neger’?” In het snikhete Pisa zag Witteman ‘negers’ die niet zweetten, zelfs niet onder hun ijscomutsje. In België begint een Congolese student een proces tegen de uitgever van Kuifje in Congo. De dag vóór Prinsjesdag  presenteerden De Jakhalzen in De Wereld Draait Door  (DWDD) het ‘Neger Uur Journaal’: „Welkom dames, heren en negers. Gaat u lekker zitten, negers kunnen blijven staan…”

Even later mocht de neger de Jakhalzen een drankje serveren.

Aanleiding voor deze persiflage was een Volkskrant-column van Annemarie Oster. Daarin beklaagde zij zich over het gebrek aan mannelijke aandacht. „Inmiddels zijn er vele jaren verstreken en zien zelfs negers mij niet meer staan.” De Jakhalzen bespraken het leed van Annemarie Oster („een lekker wijf opgesloten in een oud lijf”) met Humberto Tan en John Leerdam, ze praatten over Zwarte Piet en de slaventekening op de Gouden Koets. Ze sloten af met „het weer: morgen weer regen. Dat lijkt vervelend, maar bedenk dan dat ‘regen’ een anagram is van ‘neger’.”

Wat maakte het Neger Uur Journaal tot een persiflage en PowNews racistisch? Dat is niet alleen door het verschil in publiek. Makers en kijkers van DWDD behoren tot het deel van de bevolking dat hoeder was van de politieke correctheid waardoor de liefhebbers van PowNews zich jarenlang onderdrukt hebben gevoeld. Wanneer DWDD met de Neger spot, oogt dat als zelfbevrijding. Wanneer PowNews met de Neger spot, is het alsof de xenofoob zijn masker afwerpt.

Het is niet alleen de perceptie van de kijker die de ene uitzending best grappig maakt en de ander onkies. Het grote verschil is dat De Jakhalzen ‘Negerzaken’ bespreken met mensen die weten wie De Jakhalzen zijn. Mensen die de taal en de vragen begrijpen. De ironie druipt ervan af.

PowNews maakt misbruik van de argeloosheid van de ondervraagden. Op een savanne ziet de Masai de hyena op honderden meters afstand. Op het Plein in Den Haag is hij niet op zijn hoede.

Beleefd en behulpzaam staan de Afrikanen de journalist te woord. Castricum op zijn beurt zaait verwarring, oogst hoongelach. Die vernedering is geen ongelukje. Daar is doelbewust op aangestuurd. En dat is pijnlijk. De Afrikanen die zó graag aandacht willen dat ze daarvoor in klederdracht voor aap gaan staan, worden alleen door Rutger Castricum gehoord.

Maar laat Zwarte Piet en al die beeldexegese even voor wat ze zijn. Kijk alleen naar het woord ‘neger’. Mag je het in 2011 over negers hebben? Volkskrant-poprecensent Pablo Cabenda vindt van wel – mits onder bepaalde voorwaarden. Je mag niet ‘neger’ zeggen als je daarmee „schaamteloos” verwijst naar „de klassiek lichamelijke kwaliteiten van de zwarte man (lekker dansen, dito neuken)”. Ook mag je het woord ‘neger’ niet gebruiken zonder je rekenschap te geven van de beladenheid van het woord.

Over die verwijzing naar dansen en neuken zou ik me niet zo druk maken – gun elk volk of dorp, elke kleur en stam zijn merites en zijn mythes. De al dan niet bewuste (negatieve) connotatie van het woord neger, daarentegen, is van groot belang.

‘De neger’ is drager van een historisch trauma, de slavernij. Zwarte Piet, hoe graag ook ik hem als schoorsteenveger zie, stamt van die misdaad af. Dat Nederland geestdriftig heeft bijgedragen aan de Afrikaanse slavenhandel, werd duidelijk in De Slavernij, de onlangs door de NTR uitgezonden tv-serie. Die geschiedenis is onvoltooid verleden tijd. Pas tien jaar geleden bood de Nederlandse regering de Surinamers een keer excuses aan. De daaropvolgende vraag om herstelbetalingen lijkt me onzin, maar een dieper besef van wat koloniale machten Afrika en Afrikanen hebben aangedaan, is broodnodig.

Het verwerken van dat verleden is belemmerd door het massieve taboe dat in de jaren tachtig eerst over het begrip ‘neger’ is gelegd, en vervolgens over alles met een andere kleur dan lelieblank – een begrip dat overigens net zo beladen is omdat ‘blank’ raciale superioriteit in zich draagt. De ‘negerzoenen’ uit mijn jeugd werden ‘Buys Zoenen”. De donkerbruine sigaren aan de Lisdodden heten nergens meer ‘negerpiemels’.

Politieke correctheid maakte na de jaren zestig een betekenisvol gesprek over omgaan met verschillen onmogelijk. De enige mogelijke discriminatie was de positieve. Ons schuldgevoel werd verpakt in permissiviteit.

Toen ik midden jaren negentig in het Amsterdamse debatcentrum De Balie werkte, ontbrandde daar strijd over de vraag of Frits Bolkestein er mocht komen spreken – die benoemde het taboe op integratieproblemen. De doorsnee Nederlandse neger schoot met die zelfcensuur weinig op. De Bijlmer, Amsterdamse buitenwijk met een hoge concentratie Surinamers, werd synoniem voor werkloosheid, drugsoverlast, criminaliteit en verloedering.

Inzake mores en moraal heeft Nederland een talent voor doorslaan. Zo gezagsgetrouw als de gemiddelde Nederlander vóór de Tweede Wereldoorlog was, zo groot was zijn afkeer van handhaving, discipline en gezag na de jaren zestig. Het bijbehorend taboe op het open en kritisch bevragen van nieuwkomers, het taboe op het woord ‘neger’, slaat nu weer om in zijn tegendeel. Ineens moet alles zo bot mogelijk gezegd.

Rutger Castricum en Geert Wilders gedragen zich als de frontsoldaten. Met een sloophamer gaan ze niet alleen taboes, ook beschaving in zijn letterlijke betekenis (minder ruw maken, verfijning) te lijf. In hun gezelschap zijn ‘wellevendheid’ en ‘goede smaak’ een krankzinnig anachronisme.

Want televisie moet amuseren en wat is grappiger dan iemand te kakken zetten. Castricum vraagt vrouwelijke Kamerleden wat ze van Jeroen Pauw vinden en maakt kokkende geluiden als hij zijn vuist voor zijn mond op en neer beweegt. In dat ranzig verlangen tot vernederen doet Castricum denken aan The Joker. Hij heeft vrij spel, omdat het Binnenhof geen Batman heeft. Uit angst mikpunt te worden van diens spot, proberen ook linkse kopstukken de kwelgeest te behagen.

Nederland mist een kompas voor het leefbaar midden. De politieke correctheid was verstikkend en daarmee gevaarlijk – het ressentiment van vandaag is gevoed door dertig jaar morele repressie. Tegelijkertijd wordt samenleven lastig waar afzeiken en uitlachen de omgangsvorm zijn; vernedering is de kiem van geweld.

Het midden is ergens waar wit of zwart niet uitmaakt. Waar we een negergrap kunnen maken zoals we lachen om Belgen, Indianen of Chinezen, in het besef van het onmenselijk leed dat 12 miljoen Afrikanen en hun nakomelingen is aangedaan.

Voor we daar zijn, moeten we door de wederzijdse pijn over de slavernij heen. We kunnen Zwarte Piet alleen behouden door zijn afkomst te erkennen – om hem daarna om te vormen tot een schoorsteenveger, zonder kroes en dikke lippen. De koningin moet de afbeelding op haar Gouden Koets vooral laten zitten. Het tableau met zwarte dienaren die geschenken aanbieden aan de Nederlandse vorstin is een monument voor dat beladen verleden. We moeten dat verleden niet afkrabben, zoals GroenLinks voorstelde, we moeten het onder ogen zien. Zoals leerlingen op de basisschool horen over de Tweede Wereldoorlog, zo moeten ze leren wat slavernij is. Het sinterklaasfeest is een goede gelegenheid om kinderen die niet meer geloven te vertellen over zwarte jongetjes – knechtjes, slaven, lijfeigenen van witte mannen.

Intussen maakt de spotternij van Rutger Castricum het moeilijk om Zwarte Piet nog te redden. Als hij een onbekende zwarte man op straat vraagt of die op 5 december beschikbaar is, heeft Liesbeth Tjon A Meeuw een sterk punt. En dat is niet de enige manier waarop PowNews zichzelf in de voet schiet. Naarmate dat uitlachen meer gemeengoed wordt, voert PowNews het superieur geachte Nederland naar een meer Afrikaanse stiel van sociale omgang. In de zes jaar dat ik in Afrika woonde, zag ik dat leedvermaak gemeengoed is. Wie in Afrika van zijn fiets valt, wordt eerder uitgelachen dan geholpen. Toen mijn Rwandese vriend Deo in de stationshal in Amsterdam met zijn koffer van de trap donderde, was hij verbijsterd door de reactie van omstanders. Beschaamd keek hij rond. Maar er was niemand die om hem lachte. Voorbijgangers hielpen hem overeind. Zo bezien is PowNews op weg zijn programma te modelleren naar een soort van ‘negernieuws’.

Marcia Luyten is cultuurhistoricus, econoom en publicist.

**

In gewijzigde vorm eerder verschenen in Internationale Samenwerking

About these ads

Over Marcia Luyten

Welkom in mijn wereld, ergens tussen Afrika en Amsterdam. Mijn leven als journalist, publicist en debater heeft verschillende huizen: krant, weekblad, website en boek. Podium, radio of tv. De locaties mogen verschillen, ik doe steeds hetzelfde. Vooruit, bijna hetzelfde dan. Ik zie iets groots in iets kleins en daarover schrijf of vertel ik een verhaal. Het moet een plezier zijn om naar te luisteren, zo rijk aan informatie dat je meer weet dan voorheen, subtiel genoeg om je ongemerkt een analyse mee te geven. Je zou kunnen zeggen dat ik sociaal-culturele, politieke en maatschappelijke ontwikkelingen beschrijf, maar dat staat wat bombastisch. Zoals Martin van Amerongen antwoordde toen ik, student nog, hem zei dat ik graag politiek journalist zou worden: “Zozo, niet minder dan dat?”
Dit bericht werd geplaatst in Essays en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

6 reacties op De Neger is terug, NRC Handelsblad 19 november 2011

  1. Drs. Ing. Leen Callender zegt:

    Het woord ‘neger’ is door witte slavenhandelaren verzonnen om zwarte mensen uit Africa een paar eeuwen geleden als handelswaar te typeren. De Nederlandse slavenhandelaren golden in die periode als de wreedste en kampioen gruweldaden waar nog veel slavenbloed aan de handen en het gezicht aan kleven van hun nakomelingen.

    In traditie van de misdaden van het Nederlandse slavernijverleden wordt het woord ‘neger’of ‘negroide’ door de Nederlandse justitie gebruikt om verdachten met een Afrikaans uiterlijk te typeren in opsporingskwesties en in politie strafdossiers. Het semantische gebruik van het woord ‘neger’ of ‘negroide’ is in deze vorm een vast onderdeel van, en uitsluitend negatief gebruik, binnen de Nederlandse cultuur. Door het erfelijk belast zijn met menselijke martelingen, gruwel- en bloedbaden uit het slavernijverleden van hun voorouders kan het bewustzijn van bepaalde witte groepen (White Trash) in de nederlandse samenleving helaas nog niet aan deze onzalige periode ontsnappen en een hoger niveau van denken bereiken.

    Dat niveau van denken kan deze White Trash alleen bereiken met een stevige dreiging van buiten af. Zulk achterlijk gezwam over negers zullen ze nooit flikken bij moslims. Ik daag ze uit het woord ‘neger’ te vervangen door het woordje ‘moslim’ en daarmee te boer op te gaan. Wie durft ?

    In de jaren ’60 en ’70 hebben vele groepen zwarte Amerikanen het woord ‘neger’ of ‘nikker’ dan ook afgezworen.Toen de legendarische wereldkampioen zwaargewicht boksen Mohammed Ali / Cassius Clay in de jaren ’60 weigerde in de Viëtnamoorlog te gaan vechten deed hij dat oa onder het argument ‘The Vietnamees never call me Nigger’. In de Amerikaanse media kom je het woord ‘negro’ of ‘nigger’ dan ook zelfs bij rechtse Republieken niet of maar amper tegen. Men praat over ‘Blacks’ of ‘African Americans’

    Vele Nederlandse witte mensen hebben dat niveau van etnisch bewustzijn nog lang niet bereikt. waar zij zich zouden moeten schamen voor hun wrede slavernijverleden, bloedbaden, massamoorden en excuses zouden moeten aanbieden komen ze ‘als humor’ met een woord dat herinnert aan de gruwel misdaden van hun voorvaderen in de (VOC) slavernijperiode. Van mensen die avond aan avond op tv naar spelletjes zitten te kijken terwijl 118000 kindermishandelingen per jaar, pedofilie en fraude in religie en maatschappij belangrijke ‘cultuuruitingen’ vormen, kun je moeilijk anders verwachten. Niet de ‘neger’ is terug, die is immers nooit weggeweest, die is immers verankerd in het DNA van die witte mensen, maar eerder de herinnering en het bewijs van hun achterlijkheid en lafgedrag.

    De “neger’ grappen e.d. van witte mensen van zeker allooi is een epigram op de dood van hun emotie in veel meer zaken dan alleen het woord ‘neger’.

    Drs. ing. Leen Callender
    (politiek analist)

  2. Drs. Ing. Leen Callender Zegt:

    Het woord ‘neger’ is door witte slavenhandelaren verzonnen om zwarte mensen uit Africa een paar eeuwen geleden als handelswaar te typeren. De Nederlandse slavenhandelaren golden in die periode als de wreedste en kampioen gruweldaden waar nog veel slavenbloed aan de handen en het gezicht aan kleven van hun nakomelingen.

    In traditie van de misdaden van het Nederlandse slavernijverleden wordt het woord ‘neger’of ‘negroide’ door de Nederlandse justitie gebruikt om verdachten met een Afrikaans uiterlijk te typeren in opsporingskwesties en in politie strafdossiers. Het semantische gebruik van het woord ‘neger’ of ‘negroide’ is in deze vorm een vast onderdeel van, en uitsluitend negatief gebruik, binnen de Nederlandse cultuur. Door het erfelijk belast zijn met menselijke martelingen, gruwel- en bloedbaden uit het slavernijverleden van hun voorouders kan het bewustzijn van bepaalde witte groepen (White Trash) in de nederlandse samenleving helaas nog niet aan deze onzalige periode ontsnappen en een hoger niveau van denken bereiken.

    Dat niveau van denken kan deze White Trash alleen bereiken met een stevige dreiging van buiten af. Zulk achterlijk gezwam over negers zullen ze nooit flikken bij moslims. Ik daag ze uit het woord ‘neger’ te vervangen door het woordje ‘moslim’ en daarmee te boer op te gaan. Wie durft ?

    In de jaren ’60 en ’70 hebben vele groepen zwarte Amerikanen het woord ‘neger’ of ‘nikker’ dan ook afgezworen.Toen de legendarische wereldkampioen zwaargewicht boksen Mohammed Ali / Cassius Clay in de jaren ’60 weigerde in de Viëtnamoorlog te gaan vechten deed hij dat oa onder het argument ‘The Vietnamees never call me Nigger’. In de Amerikaanse media kom je het woord ‘negro’ of ‘nigger’ dan ook zelfs bij rechtse Republieken niet of maar amper tegen. Men praat over ‘Blacks’ of ‘African Americans’

    Vele Nederlandse witte mensen hebben dat niveau van etnisch bewustzijn nog lang niet bereikt. waar zij zich zouden moeten schamen voor hun wrede slavernijverleden, bloedbaden, massamoorden en excuses zouden moeten aanbieden komen ze ‘als humor’ met een woord dat herinnert aan de gruwel misdaden van hun voorvaderen in de (VOC) slavernijperiode. Van mensen die avond aan avond op tv naar spelletjes zitten te kijken terwijl 118000 kindermishandelingen per jaar, pedofilie en fraude in religie en maatschappij belangrijke ‘cultuuruitingen’ vormen, kun je moeilijk anders verwachten. Niet de ‘neger’ is terug, die is immers nooit weggeweest, die is immers verankerd in het DNA van die witte mensen, maar eerder de herinnering en het bewijs van hun achterlijkheid en lafgedrag.

    De “neger’ grappen e.d. van witte mensen van zeker allooi is een epigram op de dood van hun emotie in veel meer zaken dan alleen het woord ‘neger’.

    Drs. ing. Leen Callender
    (politiek analist)

  3. Marijke zegt:

    In de jaren 70 is het woord nikker in Nederland afgeschaft, tegelijk met het amerikaanse equivalent. Het was een scheldwoord. Het woord neger is nooit als scheldwoord gebruikt, maar wordt nu soms als scheldwoord ervaren, en gezien bovenstaande tekst soms denigrerend gebruikt, in de vorm negertjes. Laten we het gebruik van die vorm in ieder geval afschaffen, het is een jeukwoord.
    Het woord neger kan je afschaffen, dan komt er geheid een ander woord voor terug, gewoon ter aanduiding van een groep uiterlijke kenmerken. Je kunt het in ieder geval niet vervangen voor het woord moslim, want dat geeft geen huidskleur aan. Zwarte klinkt ook niet echt lekker. Creool is ook al beetje beladen. Misschien is er een taal waarin het woord zwart heel mooi klinkt en kunnen we dat woord als leenwoord gebruiken. Kara is zwart in het Turks. Klinkt best aardig.

    Zwarte Piet is zwart, omdat de oorsprong van Sint en Piet ligt bij Wodan en zijn zwarte demonen. De Sint heeft dus altijd zwarte assistenten gehad, ook voordat er slavernij was uitgevonden. Daarbij komt dat zwart schminken eenvoudig is en goedkoop en goed onherkenbaar resultaat oplevert. Dus wel praktisch als je je buurkinderen verrast. De associatie met zwarte mensen is door de jaren verandert, dus ik verwacht dat demonen via schoorsteenvegers zo tot negers zijn gepromoveerd. Gepromoveerd ja, want negers kun je ook positief bezien.

    Zwarte Pieten zijn zeer populaire clowns, populairder dan de Sint zelf. Zij delen de kadootjes uit en vullen het sinterklaasjournaal. In Nederland worden ze steeds lichter bruin. In Belgie niet, maar daar hebben ze inmiddels gezelschap van een paar andere clownspersoonlijkheden. Witte clowns hebben we al genoeg: Pipo, Pierot, Bassie. Dus dan is er in onze multiculti samenleving juist best behoefte aan ook eens zwarte clowns. Eisen dat clowns niet zwart mogen zijn, is mijns inziens dan ook een vorm van discriminatie.

    • Roelof Jan Minneboo zegt:

      Sinterklaas heeft altijd zwarte assistenten gehad? Waarop baseer je die stelling? Hier even de feiten:

      De Sinterklaasviering kende tot het einde van de 19de eeuw veel regionale varianten. Als Sinterklaas een knecht had, was dat soms een duivelachtig figuur of simpelweg iemand die Jan Knecht heette. Geen van deze helpers was zwart van huidskleur of zwart van het roet. Sinterklaas werd overigens slechts zelden door mensen in een Sinterklaaspak uitgebeeld. Op het beroemde Sinterklaas schilderij van Jan Steen komt Sinterklaas niet voor, laat staan Zwarte Piet.
      In 1850 verscheen het prentenboek Sinterklaas en zijn knecht van Jan Schenkman. In dit boek werd ondermeer de stoomboot geïntroduceerd en een zwartgekleurde knecht.

      Het leeft in den schoorsteen,
      Hoor, hoor dat geraas!
      Hoe rollen hier de app’len,
      ‘t Is vast Sint Niklaas!
      Maar neen… ‘t Is zijn knechtje,
      Dat zwart is van kleur;

      Uit deze tekst zou wellicht op te maken kunnen zijn dat de knecht zwart is door de schoorsteen. De illustraties in het boek laten echter geen twijfel bestaan over de etniciteit van de knecht: hij is duidelijk zwart van ras, niet door het roet van de schoorsteen of omdat hij een duiveltje is.

      De illustrator van Sinterklaas en zijn knecht tekende een zwarte man in een oriëntaliserend kostuum. Waarschijnlijk omdat er in Europa in de tweede helft onder invloed van de kolonisatie een grote belangstelling ontstond voor exotische onderwerpen in de literatuur en de beeldende kunst. Het boek van Schenkman werd tot in het begin van de 20ste eeuw herdrukt vaak met nieuwe illustraties. In die illustraties ontwikkelt de zwarte knecht zich tot de Zwarte Piet die we nu nog kennen met een pagepakje, een baret met veer, zwarte huid, rode lippen, kroeshaar en gouden oorringen.

      In de eerste druk lijkt het kostuum van de knecht nog het meest Ottomaans. Later afbeeldingen lijken terug te grijpen op de 17de en 18de eeuw. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het gegeven dat Sinterklaas volgens de traditie een zeer oude man oud was wiens oorspronkelijk katholieke feestdag de reformatie in de tweede helft van de 16de eeuw had overleefd. De verwijzing naar Spanje hangt daarmee samen alsmede de uitdossing van Zwarte Piet.

      Uit recent onderzoek van Frits Booy van het Meertensinstituut blijkt dat Schenkman en/of zijn illustrator de figuur van Zwarte Piet wellicht heeft gebaseerd op een herinnering van Alberdingk Thijm aan een ‘strooiavond’ op de Herengracht in 1828 in het huis van de Italiaanse koopman Dominico Arata, tevens de consul-generaal van Sardinië in Nederland.

      …ging plotseling de deur open en de kinderlievende Bisschop, in eigen persoon kwam, met een choorkap [koorkap] om, met een langen witten baard en een mijter, de kamer binnen. “Pieter me knecht” was in zijn gevolg, een kroesharige neger, die, bij de familie Arata, geen “gard” onder den arm droeg, maar, in tegendeel, een ruimen korf, waar allerlei elegante prezentjens [...] gestapeld waren.

      De kroesharige neger van Dominico Arata moet worden gezien in de traditei van zwarte huisslaven die in Nederland in het begin van de 17de eeuw werd geintroduceerd door Sefardische joden uit Portugal en Spanje. Rijke Amsterdamse kooplieden namen deze gewoonte in de 17de eeuw over en zo kwam er een aantal zwarte huisslaven naar Nederland. De bekendste zwarte huisslaven in Nederland waren Cupido en Cedron die in de jaren zestig van de 18de eeuw door de WIC aan stadhouder Willem V cadeau werden gedaan.

      Sinds de 17de eeuw waren er ook zwarte muzikanten in de Europese (huurlingen) legers. Op de tentoonstelling Black is Beautiful in De Nieuwe Kerk waren enkele voorbeelden van zwarte huisslaven en muzikanten in Nederland te zien. De gelijkenis met de Zwarte Piet uit de late 19de eeuw is overduidelijk.

      Tegen het eind van de 19de eeuw wordt het verhaal van Schenkman in school- en familieverband uitgebeeld door mensen die zich in Sinterklaas en Zwarte Piet kostuums hijsen. In deze tijd was Afrika een missie- en zendingsgebied geworden voor respectievelijk de katholieke- en de protestante kerken. Het beeld van de Afrikaanse wilde was daarmee geboren. Dit is terug te zien in de manier waarop Zwarte Piet werd uitgebeeld: dom, wild, buitelend en brabbelend in een bedacht accent dat in de jaren zestig Surinaams werd.

      De Amerikaanse blackface traditie, waarin blanke entertainers zich zwart schminken om zwarte mensen na te doen of te persifleren kan ook een rol hebben gespeeld. The Jazz Singer (1927) waarin Al Jolson zich transformeert in een zwarte zanger, was de allereerste geluidsfilm en ook populair in Nederland.

      Onze Zwarte Piet is opgebouwd uit verschillende beelden die van zwarte mensen in Nederland (hebben) bestaan: dat van een exotische bediende en een domme wilde.
      Zwarte Piet wordt ook nu nog vaak uitgebeeld als een buitelende, speelse, simpele ziel. Het gebeurt ook nog dat Zwarte Pieten met een soms ondefinieerbaar, soms Surinaams accent praten.

      Veel Nederlander beweren bij hoog en bij laag dat Zwarte Piet zwart is door het roet schoorsteen en dat verhaal wordt ook regelmatig aan kinderen verteld. Hoe je het ook wendt of keert: Zwarte Piet is een historische karikatuur van de zwarte mens, met verwijzingen naar de historische ondergeschiktheid van zwarten en verwijzingen naar het beeld van zwarten als wild en dom.

      Er zijn zwarte mensen die geen problemen hebben met Zwarte Piet. Er zijn zwarte mensen die niet zeggen dat ze problemen hebben met Zwarte Piet en er zijn zwarte mensen die er openlijk voor uitkomen dat ze liever niet met dit stereotype beeld van zwarten worden geconfronteerd.

      Er zijn mensen die in de kritische benadering van Zwarte Piet een aanval zien op de Nederlandse cultuur. Er zijn mensen die vinden dat zwarte mensen niet zo gevoelig moeten zijn en er zijn ook mensen die vinden dat zwarte mensen hun mond moeten houden en zich aan ‘onze’ cultuur moeten aanpassen.

      Het volstaat niet simpelweg af te spreken dat Zwarte Piet zwart is door het roet van de schoorsteen. Het vaak gebezigde excuus dat kinderen Zwarte Piet niet als zien etnisch zwart, neemt ook niet weg dat het beeld van Zwarte Piet bewust of onbewust stereotypische beelden van zwarte mensen in stand houden. Daar kan geen Hoofd Piet, Coole Piet of Wegwijs Piet iets aan veranderen zolang ze kroeshaar hebben en zijn zwart geschminkt.

      De oplossing is simpel. Piet kan prima functioneren zonder de ‘zwarte’ parafernalia: gouden oorringen, rode lippen, zwarte schmink en kroeshaarpruik. In de geschiedenis van de viering van Sinterklaas is Zwarte Piet een relatief recente toevoeging die zonder problemen kan worden bijgezet in de geschiedenis. Op die manier kan iedere Nederlander – ongeacht kleur – genieten van dit unieke feest, zonder zich te hoeven schamen.

      Roelof Jan Minneboo

      Roelof Jan Minneboo

  4. Drs. Ing. Leendert Callender zegt:

    In de jaren ’90 toen Nelson Mandela net vrij was werd hem door een witte journalist gevraagd, “…en meneer Mandela, voelt u zich weer lekker tussen al die negers?”Mandela keek hem aan en antwoordde, “in Afrika zijn geen negers” Het woord neger werd door de misdadige Nederlandse slavenhandelaren, zoals bekend waren dat rovers, wrede mishandelaars, gruwelijke (kinder)verkrachters en perverse moordenaars, gebruikt om de tot slaaf gemaakte zwarte mensen in Suriname en de Antillen te betittelen (lees Sandew Hira hierover). De witte facistische misdadige minderheidsregering uit de jaren ’80 in Zuid-Afrika gebruikte het woord ‘neger’ uitsluitend in negatieve zin om de zwarte meerderheid te benoemen en het aantal doodgeschoten negers te vermelden in hun media.. De benaming ‘neger’ is dus ontstaan in het misdadige brein van witte mensen en gebruikt door zware witte misdadige lieden door de eeuwen heen. Denk in dit verband ook aan de KKK in Amerika. Over Amerika gesproken, de zwarte Amerikanen hebben er voor gekozen om zich niet te bedienen van verzonnen woorden en benamingen door witte misdadigers. Ook zij hebben, net als de Inheemsen, hun eigen naam gekozen en noemen zich “Blacks” of ‘Afro-Americans’ In de VS is het gebruik van het woord ‘neger’ zelfs wettelijk verboden verklaard. In Europa en Zuid Amerika en het Caribische Gebied is het woord ‘neger’ bij het overgrote deel van de zwarten niet meer in gebruik. Voor het overige, zie mijn reactie hier boven. Conclusie; de discussie is achterhaald. Zonde van de tijd. Zij die het woord nog willen gebruiken zijn achterlijk en behoren tot een uitstervend ras, gelukkig.
    Drs.Ing.Leendert Callender (politiek analist) http://www.Facebook.com/LeendertCallender

  5. Zoiets zegt:

    Slavernij kwam voor ook bij de Moren blijkbaar die met piraterij de Europese kusten afroomden, 1.250.000. Durf een Moor vandaag de dag eens een slavenhandelaar te noemen. Mocht ik ooit in Afrika komen te wonen zal mijn oog uitgaan naar de Afrikaanse vrouw en aannemen dat die er ook niets aan kan doen. Slavernij is crimineel. Eigen uiterlijk idd, en een paar flinke vegen zwart.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s